De Tweede Kamer debatteert vandaag over de Wet Financiële Dienstverlening. Die moet de consument beschermen bij de aanschaf van financiële producten. Maar wat moet er allemaal in geregeld worden?
AMSTERDAM - Eigenlijk gaat het niet best met het vertrouwen in de financiële sector. Hoewel banken zelf pronken met een stijgende 'klanttevredenheid', bleek eerder dit jaar uit een onderzoek naar financiële merken dat mensen banken en verzekeraars afstandelijk, arrogant en steeds minder betrouwbaar vinden.
En dat wantrouwen komt niet zomaar uit de lucht vallen. Nu de overheid weinig brood meer ziet in collectieve voorzieningen, moeten burgers steeds meer hun eigen financiële boontjes doppen in een markt voor geldzaken die de afgelopen jaren veel groter en ingewikkelder is geworden. Vooral sinds de beurshausse van de jaren negentig zijn er duizenden complexe financiële producten bijgekomen, waarvan soms zelfs de aanbieders de constructies niet precíes kennen.
Sommige mensen vinden het al onaangenaam dat ze voor al hun informatie overgeleverd zijn aan een (commerciële) verkoper. Nog vervelender wordt het als steeds meer affaires lijken te bevestigen dat banken en verzekeraars het niet zo nauw nemen met het geven van correcte informatie. De afgelopen jaren hebben de kranten volgestaan met berichten over aandelenlease-affaires, oplichting met teakhoutfondsen, of beleggingsverzekeringen met teleurstellende opbrengsten.
De overheid maakt zich logischerwijs zorgen over deze ontwikkeling- want als mensen hun bank niet meer vertrouwen, hangt economische ellende in de lucht. Al sinds de jaren negentig probeert ze daarom greep te krijgen op de sector. Om de banken, verzekeraars en bemiddelaars in het gareel te houden, werden allerhande wetten opgetuigd.
Het Besluit Financiële Bijsluiter was in 2002 het kroonjuweel: deze verplichte handleiding bij 'complexe financiële producten' moet de consument een eerlijk inzicht geven in de kosten en baten van zijn hypotheek of beleggingsverzekering, en hem de mogelijkheid bieden om aanbiedingen te vergelijken.
Als sluitstuk komt er nu dan de WFD, speciaal bedoeld om de consument optimaal te beschermen. Alle bestaande wetgeving op het gebied van gedragstoezicht (inclusief de financiële bijsluiter) wordt erin ondergebracht en aangescherpt. Lacunes worden opgevuld. De Autoriteit Financiële Markten gaat alle aanbieders en adviseurs (banken, verzekeraars, tussenpersonen) en alle producten (onder meer kredieten, verzekeringen, betaal- en spaarproducten) in de gaten houden. Betrouwbaarheid en deskundigheid van de aanbieders en adviseurs staan centraal.
Alle marktpartijen zeggen achter de wet te staan, maar over de kosten van al dat nieuwe toezicht maken ze zich grote zorgen. Personeelsleden moeten bijgeschoold worden, en de papierhandel dreigt buitenproportioneel te worden omdat van veel advieswerk precies moet worden bijgehouden hoe het tot stand is gekomen. Volgens de banken zullen de kosten eenmalig 400 miljoen euro bedragen en structureel 125 tot 175 miljoen. Dat is een stuk meer dan de 42 miljoen en 113 miljoen euro die Financiën berekende.
Inmiddels wordt er koortsachtig gewerkt aan compromissen in het Besluit Financiële Dienstverlening, waarin de 'kaderwet' WFD zijn nadere invulling krijgt. Voorlopig is minister Zalm de financiële partijen al enigszins tegemoet gekomen: een paper trail is niet nodig voor adviezen over risicoloze spaarproducten. De invoering van de WFD heeft desalniettemin vertraging opgelopen. Dat zal nu niet op 1 januari gebeuren, maar 'enkele' maanden later.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.