AMSTERDAM - Werknemers zijn niet van plan hun gespaarde tegoed voor prepensioen te verbrassen als zij dit vrij mogen opnemen. Bijna de helft -45 procent- van de Nederlanders met een vut- of prepensioenregeling wil het gespaarde geld overhevelen naar een ander 'oudedagspotje', 43 procent laat het geld zelfs onaangeroerd.
Dit blijkt uit een gisteren verschenen rapport van het pensioenadviesbureau Towers Perrin. Vanaf 1 januari 2006 mogen pensioenfondsen het tegoed aan vut of prepensioen aan werknemers uitkeren. Vakbonden en werkgeversorganisaties zijn boos over dit kabinetsbesluit, omdat ze vrezen dat werknemers het geld massaal zullen spenderen aan dure consumptiemiddelen zoals keukens of een luxe vakantie.
,,Maar dat valt dus erg mee'', zegt Falco Valkenburg, onderzoeker bij Towers Perrin. ,,Nederlanders zijn gelukkig nog altijd spaarders, want slechts 8 procent zou het opgebouwde pensioengeld inzetten voor consumptieve bestedingen.''
Meer zorgen maakt Valkenburg zich over het gebrek aan kennis bij werknemers over hun pensioen- of vut-regeling. In het onderzoek, dat onder 750 mensen werd gehouden door Maurice de Hond, valt op dat maar weinig mensen weten hoeveel geld ze inmiddels hebben opgebouwd: ,,Sterker nog, 55 procent weet niet eens dat ze een vut-regeling of prepensioen hebben'', zegt Valkenburg. ,,In werkelijkheid heeft 87 procent van de Nederlanders wel degelijk zo'n regeling. Ook blijkt dat maar liefst 70 procent geen idee heeft hoeveel geld ze al hebben gespaard. Zoveel onkunde geeft aan dat werkgevers meer aan voorlichting moeten doen.''
Valkenburg zou verder graag zien dat de levensloopregeling, die nog ingevoerd moet worden, ook door de pensioenfondsen wordt beheerd. Nu verbiedt de wet dat nog. Ook CDA en PvdA willen dat pensioenfondsen de mogelijkheid krijgen om de nieuwe levensloopregeling uit te voeren. Maar minister De Geus (sociale zaken) is hier faliekant tegen. Hij wil dat de levensloopregeling een individuele spaarvorm wordt.
Werkgeversorganisatie VNO-NCW gaat in een radiocampagne het kabinet vragen water bij de wijn te doen in de vut- en prepensioenkwestie. Zij pleit voor een ruimere overgangsregeling, waardoor werknemers vanaf 50 jaar gebruik mogen maken van belastingvrij sparen om eerder te kunnen stoppen met werken.
Uit onderzoek van De Nederlandsche Bank blijkt dat steeds meer mensen verwachten langer te moeten doorwerken. De enquête-uitkomsten laten zien dat de mensen die nu gepensioneerd zijn, eerder met pensioen zijn gegaan dan de nu-werkenden denken te kunnen stoppen.
De ondervraagden kregen verder de vraag voorgelegd wat ze het liefste willen in de 'herfst' van hun carrière. Daarop antwoordde 18 procent dat ze op hun 59ste willen stoppen om daarna van de prepensioenregeling gebruik te maken. De rest wil doorwerken tot 61 jaar (57 procent), een kwart zelfs tot 65 jaar. Hogeropgeleiden, mannen en alleenstaanden neigen het meest tot langer doorwerken. Aangenomen wordt dat hogeropgeleiden meer plezier beleven aan hun werk, dat ook fysiek minder zwaar is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.