hoe ze bij de vetbollen kunnen komen die voor de mezen bestemd zijn. Met hun snavel trekken ze de draad omhoog, waaraan de bol hangt, en klemmen die met een poot vast op de tak.
Zo kunnen ze gemakkelijk van het vet pikken. De mussen hebben de krokussen gevonden. De eerste lila bloemen van de boerenkrokus en de blauwpaarse van Crocus sieberi (foto) zijn deze week opengegaan. De mussen pikken de oranjegele meeldraden weg en vernielen tegelijk de bloemen. Een voortdurende ergernis voor de tuinman, maar de mussen zullen wel behoefte hebben aan stoffen die in de meeldraden zitten. Er bestaan veel soorten krokussen. De meeste bloeien in februari, maart en april, maar er zijn er ook die in de herfst opengaan. Van de lentebloeiers vind ik de boerenkrokus Crocus tomasinianus en de Crocus sieberi de mooiste. De boerenkrokus wordt al eeuwenlang gekweekt. Deze krokus heeft spits-ovale, zachtlila bloembladen, iets grijs behaard van buiten. Vroeger groeide hij vooral in boerentuintjes op de Friese terpen. Daarom wordt hij ook wel terpkrokus genoemd. Bij afgraving van de terpen kwamen natuurlijk ook krokusbolletjes in de afgevoerde aarde terecht. Door het schudden van de karren rolden ze op de grond. Daarom zie je in sommige Friese weilanden nog waar de karren gereden hebben. Daar markeren terpkrokussen in twee rijen de oude karrensporen. Tegenwoordig wordt de boerenkrokus beschouwd als een stinzenplant, die zich kwistig uitzaait tussen andere bos- en parkplanten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.