Het komt niet zelden voor dat op het oog goed doordachte politieke interventies het tegendeel bereiken van wat bedoeld was, is het niet op korte dan toch op langere termijn. Wie genoegen schept in het signaleren van dergelijke onbedoelde gevolgen, wordt in het Midden-Oosten op zijn wenken bediend.
Het meest recente voorbeeld biedt de Amerikaanse bemoeienis met Irak. De val van Saddam Hoessein heeft de positie van de Iraakse islam enorm versterkt. Het regime van Saddams Baath-partij, in naam socialistisch, was uitgesproken seculier. Het hield de diverse islamitische bevolkingsgroepen, met name de zestig procent sjiieten, met een meer dan harde hand in het gareel.
Nu de Amerikanen die hand hebben weggenomen, worden ze op slag geconfronteerd met politieke eisen van de kant van moslimgroepen. De sjiieten nemen de geïmporteerde idee van democratie letterlijk en beroepen zich op de volkswil die de wil is van een overwegend islamitische natie. Het zal de Amerikaanse bezetter daarom grote moeite kosten de vestiging van een islamstaat te voorkomen.
Over ironie gesproken: sinds 11 september 2001 leiden de Verenigde Staten een wereldwijde kruistocht tegen de politieke islam. Tegelijkertijd gaan ze ertoe over een regime en een politieke partij te vernietigen die als vastberaden vijanden van de islam een solide bondgenoot van Amerika hadden kunnen zijn. Met andere woorden: in Irak zijn de Amerikanen contraproductief bezig. Ongewild versterken ze de machtspositie van de islam in het Midden-Oosten. Ze scheppen een probleem in de veronderstelling dat ze er een hebben opgelost.
De gang van zaken is vooral zo verbazingwekkend omdat ze eerder in Afghanistan een vergelijkbare fout begingen. Osama bin Laden en zijn terroristen zijn door Amerika op de been geholpen. Tijdens de Russische bezetting van Afghanistan in de jaren tachtig was het de CIA die het moslimverzet financieel steunde, de strijders trainde en hen van moderne wapens voorzag. Amerikaans geld voor Afghaans bloed, een slimme formule.
Helaas definieerden de Afghanen hun verzet als een djihad tegen ongelovigen. Met als gevolg dat zich bij de aftocht van de Russen een internationaal netwerk had gevormd van duizenden geharde moslimstrijders die na gedane arbeid elders emplooi zochten: tegen andere ongelovigen, Amerikanen bijvoorbeeld. Op 11 september sloegen ze toe om sindsdien de westerse belangen en bondgenoten wereldwijd te belagen.
Zo mogelijk nog dramatischer verliep de islamitische machtsontplooiing in Iran. In 1953 dreigde de premier, Mohammad Mossadeq, de Britse oliemaatschappijen ter plaatse te nationaliseren, een voornemen dat hem bij de bevolking bijzonder populair maakte. Het staatshoofd, de jonge sjah Mohammed Reza, riep in het geheim de Britten te hulp. Na een vergeefse poging van de Britse geheime dienst om een volksopstand te provoceren, nam de CIA het initiatief over. De coup slaagde boven verwachting. Het was de eerste keer dat de CIA een heuse regime change teweeg wist te brengen. (Aardige bijzonderheid: medio vorig jaar waren er berichten dat Bush de CIA een coup wilde laten uitvoeren: weer in Iran).
De sjah, van harte bereid tot samenwerking met het Westen, werd de favoriete zetbaas van Amerika. Zijn bescherming van de westerse oliebelangen en zijn anti-sovjethouding werden beloond met een stroom van gunsten en geavanceerd wapentuig. Helaas wekte zijn corruptie en tirannieke bewind steeds meer weerstand. In 1979 barstte de bom: de Iraanse revolutie vaagde alle westerse invloed weg en leidde tot de stichting van een fundamentalistische islamstaat die overal in het Midden-Oosten radicale moslims steunde, terroristische aanslagen inbegrepen.
Het laatste voorbeeld in deze kleine serie blunders biedt Israël. De Palestijnse verzetsbeweging El Fatah die in de jaren zestig onder leiding van Jasser Arafat in actie kwam, was zuiver seculier van aard. Ze vond haar inspiratie in de bevrijdingsbewegingen in de Derde Wereld die in die jaren overwegend ultra-links waren georiënteerd en sympathie koesterden voor het China van Mao en het Cuba van Castro. Het Palestijnse verzet was nationalistisch, niet islamitisch.
De voortgezette Israëlische onderdrukking van de Palestijnen leidde tot radicalisering en in 1987 tot het uitbreken van de eerste intifada. Pas toen ontstond naast -en tegen- El Fatah de fundamentalistische Hamas die de djihad uitriep en naar een moslimstaat ging streven. Terwijl Arafat bij tijden tot onderhandelingen met Israël bereid bleek, bleef Hamas onverzoenlijk in de strijd tegen de Joodse staat. De avances van een seculiere beweging werden afgewezen met als gevolg een versterking van het islamitische initiatief.
Het korte overzicht leert twee dingen. Allereerst wordt duidelijk dat het militaire avontuur in Irak niet geïsoleerd moet worden gezien. Het maakt deel uit van een halve eeuw westerse pogingen om greep te krijgen op het Midden-Oosten. Altijd ging het erom regimes te vestigen die de westerse belangen veilig zouden stellen. Over heel de regio hangt de lucht van olie.
In de tweede plaats blijkt het westen met de belangen van de bevolking van deze landen beschamend nonchalant om te springen. Het gevolg is fundamentalisme dat momenteel in terrorisme een uitweg zoekt. Men had het kunnen weten. Goethe: 'Denn alle Schuld rücht sich auf Erden.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.