*

 

Op de bres voor het industriële erfgoed

Edward Tersmette en Ries Baeten − 14/02/04, 00:00

In sneltreinvaart worden nationale industriële symbolen in de smeltkroes van de globalisering omgevormd tot anonieme wereldbedrijven. Maar eigenlijk moeten Nederlanders bij referendum kunnen stemmen over het lot van KLM of PCM.

In Den Haag is er een parlementaire meerderheid voor een referendum over een nieuwe Europese grondwet. De gedachte is dat er bij zo'n nieuwe Europese grondwet soevereiniteit van de natie naar Europa wordt overgedragen. Daar het volk in een democratie de bron van alle macht is, moet het volk om goedkeuring worden gevraagd. Dat deze macht al lang via alle voorgaande Verdragen is overgedragen zonder enige raadpleging, doet nu even niet ter zake.

Kort geleden is het doek gevallen over de nationale luchtvaartmaatschappij KLM. Volgens economen heeft de Nederlandse staat goed gehandeld door landingsrechten voorlopig veilig te stellen. Er was geen andere keuze omdat de verliesmakende KLM op de lange termijn niet concurrerend genoeg was. Frankrijk neemt het zaakje over.

Deze week lazen we dat een groep buitenlandse investeerders een bod op het hele Vendex KBB concern van winkelketens (waaronder de Hema en de Bijenkorf) voorbereidt. Ook voor uitgever PCM -met de NRC, Trouw, de Volkskrant en de Meulenhoff boekengroep- zou er een buitenlandse overname in het vat zitten.

Zo lijken er dus in sneltreinvaart nationale symbolen de smeltkroes van de globalisering in te gaan - om er als anonieme wereldbedrijven uit te komen.

Men wordt zo wel hard met de neus op de feiten gedrukt: globalisering draait op volle toeren en gaat ten koste van de nationale industriële identiteit van met name de kleine landen. Hoe waarschijnlijk is het immers dat Air Portugal ooit de Lufthansa overneemt, of de AC restaurants Mc Donald's? Een groot land heeft een grote economie en een grote economie levert schaalvoordelen op voor grote industriële bedrijven.

Ben je als land klein van formaat op het moment dat de gecombineerde effecten toeslaan van Europese integratie, globalisering, mondiale handelsliberalisering en de ontplooiing van mondiale markten en valuta, dan kun je gedag zeggen tegen je pietepeuterige nationale bedrijven. Eergisteren Fokker, gisteren de KLM, straks onze traditionele winkelketens en kwaliteitskranten en morgen Philips en Heineken en ten slotte zal Goudakaas blauw worden en Orléans heten.

De soevereiniteit van een natie bestaat bij de gratie van economische soevereiniteit en een ongeremde globalisering laat die soevereiniteit wegsijpelen via zogenaamde economische wetmatigheden, concurrentie en megafusies. Globalisering is een economisch broeikaseffect en deze El Niño maakt van de economie net zo'n verrassingspakket als het klimaat - we hebben er geen enkele invloed meer op. De ene dag zijn de KLM en de Hema er, de andere dag kun je ernaar fluiten.

Als een volk over een Europese grondwet mag stemmen, dan zouden ook globalisering in het algemeen en dergelijke megafusies in het bijzonder aan de mening van het volk moeten worden voorgelegd. Zeker, dat is een dwaze droom omdat een bedrijf een bedrijf is en een grondwet een grondwet. Wij zijn allen aandeelhouders van de BV Nederland en niet van de KLM, de Hema of PCM.

Maar het is al even dwaas dat een nationale gemeenschap geen zeggenschap heeft over nationale symbolen. Waarom mag de Nederlander niet kiezen tussen een overname of een reddingsplan voor dergelijke bedrijven die nationale herkenningspunten zijn geworden? Waarom is de Nederlander niet gevraagd of hij wellicht bereid was mee te betalen aan het behoud van dergelijke bedrijven. Misschien had iemand wel een actie op touw willen zetten: als we dat doen voor het behoud van walvissen, zeehondjes en tegen de honger in Ethiopië, waarom niet voor het behoud van een nationaal symbool? Misschien zijn dergelijke bedrijven de bedreigde diersoorten van de moderne tijd. Het zijn symbolen van wat ons bindt en ons identiteit geeft en misschien wil de Nederlander liever verlies door zo'n symbool, dan verlies van zo'n symbool.

Over dergelijke bedrijfsbeslissingen en economische wetten is geen referendum te houden, maar wel een brede maatschappelijke discussie over de oorzaken en effecten van globalisering, of we dit eigenlijk wel willen, of het te remmen of te verzachten is en wat we voor het verlies van die bedrijven in de plaats krijgen. Als globalisering alleen gaat over economische wetten, en niet ons gevoel van rechtvaardigheid raakt, of onze behoefte aan overzichtelijke kleinschaligheid, identiteit en nationale herkenningspunten, hoe en waar kunnen die behoeften dan tot uitdrukking worden gebracht? Het is tijd voor zo'n discussie, willen we niet allemaal antiglobalist worden.

mailIcon print |