*

 

Buiten bouwen is meer dan mooi stenen stapelen

Nico Beun en Hans Hillebrand − 14/02/04, 00:00

Er is een markt voor nieuwe huizen op het platteland. Maar bij 'buiten bouwen' moet er ook aandacht zijn voor voorzieningen en landschapsbeheer.

De Vrom-raad, heeft onlangs vijf debatten over 'Buiten bouwen' georganiseerd. Daarin lijkt het vooral te gaan over het al dan niet mooi stapelen van stenen en de inpassing van het gebouwde in de omgeving. Maar buiten bouwen is meer.

Er zijn verschillende redenen voor de hernieuwde aandacht voor wonen in het landelijk gebied. Voor een deel hangen die samen met de problemen waar de kleine kernen en het buitengebied mee worstelen. Veel jongeren trekken uit dorpen weg omdat er onvoldoende werkgelegenheid is. Voorzieningen als scholen en winkels vallen weg en de sociale cohesie neemt af. De bestaande dorpen krijgen lelijke randbebouwing (witte schimmel) en landschappen verrommelen.

Maar er zijn ook kansen. Zo constateert het Ruimtelijk Plan Bureau (RPB) dat er aanzienlijk meer vraag is naar woningen in het groen dan er worden aangeboden. En, zoals ook Gerard Marlet aangeeft (Podium, 7 februari): veel stedelingen willen ruimer wonen op het platteland. 'Buiten bouwen' moet de genoemde problemen en kansen in samenhang aan pakken. Dit gebeurt nu niet; men concentreert zich met name op de fysieke aspecten. Maar het kan wel.

Kan 'Buiten bouwen' het verdwijnen van winkels en de zorg voor ouderen oplossen? Een handjevol extra huizen neerzetten biedt geen oplossing op de langere termijn. Steeds meer huizen en mensen zullen nodig zijn om voorzieningen in stand te houden. Die voorzieningen kunnen dus beter op een andere manier georganiseerd worden.

In het project Nieuwe Dorpen hebben wij slimme, nieuwe organisatievormen gevonden. In Koedijk is op commerciƫle basis een winkel ontwikkeld voor post, cadeaus, drogisterijartikelen, pasfoto's en dergelijke. Het geheim is dat heel weinig personeel heel veel soorten diensten levert. Dat kan door alleen de meest gevraagde diensten aan te bieden. Voor specialistische vragen moet men alsnog naar de stad.

Een ander voorbeeld is Trynwâlden. Daar wordt de bejaardenzorg voor de gemeente behouden door bejaarden zoveel mogelijk thuis te laten wonen en de dagopvang te combineren met een crèche. Met het gespaarde geld valt voor elk dorp in de gemeente adequate zorg te leveren voor een redelijke prijs. Bejaarden hoeven niet naar een verderop gelegen bejaardentehuis.

De waterberging is in te passen met drijvende woningen of woningen op palen in de overloopgebieden. Dat komt tegemoet aan de wens om bij het water te wonen. Dat geeft maatschappelijk draagvlak voor waterberging.

Nieuwe nederzettingen leveren geld op om verrommeld landschap op te knappen en bieden experimenten met nieuwe vormen van beheer. Denk aan een constructie waarbij het landschap rond het dorp gemeenschappelijk bezit is en gemeenschappelijk wordt onderhouden. Dit kunnen bewoners doen, maar ook gespecialiseerde bedrijven als Staatsbosbeheer of ex-boeren die aan landschapsonderhoud doen.

Met al deze aspecten wordt het debat over 'Buiten bouwen' rijker en draagt het ook werkelijk bij aan de oplossing van de hardnekkige problemen van de dorpen en hun buitengebied. Over de gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit maken wij ons minder zorgen dan Guldemond en Hees (Trouw, 11 februari). Belangrijk is dat we niet in de landschappelijk meest waardevolle gebieden gaan bouwen, maar juist op plekken die een opknapbeurt nodig hebben. En kijkend naar de omvang van de markt (een vraag naar 100000 huizen in het groen volgens het RPB) loopt het met het ruimtebeslag wel los.

mailIcon print |