Peter Henk Steenhuis volgt de ontwikkeling van de taal van zijn zoon. Aflevering 33: Winter
Om moeder en dochter wat rust te gunnen, trekken vader en zoon er soms voor dag en dauw op uit. Ik lok de kleine baas met een speeltuin, neem een rugzak mee voor de boodschappen die we erna gaan doen.
Afgelopen zaterdag scheen de zon, maar het was toch nog gemeen koud. We vernikkelden. Glijbaan op, glijbaan af. Wat een kou. En geen vriendje om mee te spelen, geen andere vader om tegen te klagen.
Om negen uur gingen we naar de bakker, om vijf over negen naar de groenteman op de biologische markt. Lang wachten, iedereen kleumde, het lukte de groenteboer nauwelijks kleingeld uit zijn geldlade te pakken. Na de groenteboer moesten we nog naar de kaaszaak. Ik zei: 'We lopen achter de Noorderkerk langs, kopen nog even kaas en gaan dan snel naar huis.'
De kleine baas knikte, we liepen een eindje. Toen stak hij de weg over, richting een kroeg waar hij nog nooit geweest was. Ik achter hem aan, pakte hem bij de hand. Hij trok zijn hand terug: 'Ik heb het koud, ik ga warme chocomel drinken.'
Met een lach duwde een man de deur voor ons open en riep tegen de barkeeper. 'Hé Frank, die jongen wil wat bestellen, en de slagroom krijgt hij van mij.'
Verlegen geworden durfde de kleine baas zijn bestelling niet meer te herhalen. Dat heb ik voor hem gedaan. We hebben ons gekoesterd in de warmte van de kroeg, onze chocolademelk gedronken en zijn zonder kaas weer naar huis gegaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.