*

 

De Gazet van Saddam

Pieter van den Blink − 14/02/04, 00:00

De Franse journalist Alain Hertoghe heeft een studie gemaakt van de Franse berichtgeving over de oorlog in Irak. Zijn conclusie: de Franse lezer werd 'voorgelogen', kreeg verkeerde informatie. Zijn boek over die berichten kostte hem zijn baan bij de krant La Croix.

De Franse krantenlezer is ,,voorgelogen'' over de oorlog in Irak. Tussen de dag van eerste bombardementen op Bagdad, 20 maart 2003 en de val van het regime op 9 april, hebben Le Monde, Le Figaro, Libération en andere kranten systematisch 'gelogen'. De reden hiervoor was dat de dagbladen partij hadden gekozen voor de tegenstanders van de oorlog, onder aanvoering van Frankrijk.

Tot die conclusie komt Alain Hertoghe. Hij bestudeerde alle artikelen die vijf Franse kranten in die periode over de oorlog publiceerden en schreef er een boek over: La Guerre à Outrances. De titel is een woordspeling, die zowel 'oorlog op leven en dood' als 'oorlog tot in het overdrevene' kan betekenen. De ondertitel is eenduidiger: Hoe de pers ons desinformeerde over Irak.

Dat hij 'de pers' tegenover 'ons' plaatst, is verraderlijk, want Hertoghe is zelf journalist. Tot voor kort was hij in dienst bij La Croix, een katholiek dagblad dat zich destijds identificeerde met 'het kamp van de vrede'. Als 'grand reporter' versloeg Hertoghe voor zijn krant de eerste Golfoorlog, en recenter de Amerikaanse verkiezingen. Vanwege het boek heeft Hertoghe van La Croix nu op staande voet ontslag gekregen.

'La Guerre à outrances' is een scherpe aanval op de mores in de Franse journalistiek. Dat daar iets mis mee is, bewijst het lot van Hertoghe zelf. Over zijn boek en zijn ontslag wegens 'verlies van vertrouwen' verschenen stukken in de International Herald Tribune en andere buitenlandse kranten. Maar in Frankrijk zelf bleef het ijselijk stil.

,,Spontane, collectieve doofstomheid'', omschrijft Hertoghe (45) de ontvangst van zijn boek. Van zijn collega's bij La Croix, waar hij de laatste jaren adjunct-chef was van de internet-redactie, kreeg Hertoghe ,,twee of drie negatieve reacties, per e-mail, en evenveel positieve.'' Van de hoofdredactie kwam slechts de ontslagbrief. Op verzoeken van buitenlandse kranten om op het boek te reageren, ging hoofdredacteur Bruno Frappat niet in. Er kwam geen enkel debat op gang, het boek, dat de moeite van het lezen waard is, werd doodgezwegen.

Behalve de grote drie: Le Monde, Le Figaro, Libération en zijn eigen krant La Croix, bestudeerde Hertoghe ook de berichten uit Ouest-France, een regionale krant, maar in oplage de grootste van Frankrijk. Hertoghe las (2745 artikelen), inventariseerde en vergeleek de inhoud van de berichten met wat er op hetzelfde moment in buitenlandse kranten en bij het persbureau AFP verscheen. Zijn conclusie: ,,Dat de Franse dagbladen de diplomatieke lijn van (president) Chirac en (minister van buitenlandse zaken) De Villepin tot de hunne hebben gemaakt, vrijwel zonder nuances, was hun goed recht, al bewijst het geen goede dienst aan de objectiviteit waarop zij aanspraak maken. Maar het is onacceptabel dat zij, met betrekking tot het verloop van de strijd, liegt door middel van weglating of overdrijving...''

Moeten we geen onderscheid maken tussen overdrijving en weglating? Overdrijven is iets opzettelijks, weglating kan ook een fout zijn.

,,Ja, overdrijving is erger. Maar de Franse kranten hebben bijvoorbeeld verzwegen onder welke omstandigheden hun verslaggevers ter plaatse hun werk moesten doen. Ik heb gesproken met vier journalisten die er geweest zijn. Op voorwaarde van anonimiteit hebben ze mij verteld hoe volstrekt onmogelijk het was om feiten te checken. Het Iraakse ministerie van informatie kwam na elk bombardement met aantallen burgerslachtoffers, maar die vielen niet te controleren. Omdat grote aantallen burgerslachtoffers pasten in de voorspellingen van de Franse kranten dat de invasie in Irak een 'Vietnam in het zand' zou worden en het beleg van Bagdad een 'Stalingrad aan de Tigris', meldden zij die aantallen gewoon. Slechts één krant, Le Figaro, schreef over de onbetrouwbaarheid van de cijfers.''

Le Monde, toch de meest prestigieuze krant van het land, noemt u de Gazet van Saddam. Er zijn de laatste tijd meer boeken verschenen waarin Le Monde onder vuur wordt genomen. Wat is er mis?

,,Dat was vanwege de aanhoudende lofzang in die krant op de vaderlandsliefde van de Irakezen, die zich met blote handen in het verzet tegen de bezetter zouden storten. Ik had gehoopt dat Le Monde niet als meest partijdige uit mijn onderzoek zou komen. Want nu lijkt het alsof ik me aansluit bij de tendens van schelden op die krant. Maar in de periode die ik onderzocht, had Le Monde zeven koppen boven artikelen die je 'anti-Saddam' kan noemen, tegenover 49 'anti-coalitie'. Le Monde schrijft ook niet over de werkomstandigheden van zijn eigen correspondenten, maar wel over die van de televisieploegen ter plaatse. Daarin proef ik een zekere arrogantie van een hoofdredactie die zichzelf ziet als de aristocratie van de Franse journalistiek. Dat valt ook met andere voorbeelden aan te tonen, maar ik beperk mij tot die drie weken, dan weet ik zeker dat het klopt wat ik zeg. Helaas heeft Le Monde me geen proces aangedaan wegens smaad, dan zou ik het voor de rechter kunnen bewijzen.

Was er tijdens de oorlog geen debat onder Franse journalisten over de te varen redactionele koers?

,,Bij La Croix in ieder geval niet. De krant schaarde zich achter Frankrijk en het Vaticaan. Bedenk goed hoe de stemming was op dat moment. Of het nou tijdens etentjes in de stad was of op de redactie, ingaan tegen de meerderheidsopvatting en de passie waarmee die verdedigd werd, kon niet. Dan was je meteen 'een kleine soldaat van Bush'. In Frankrijk ben je al snel pro-Amerikaans als je niet anti-Amerikaans bent. Doordat ik van oorsprong Belg ben, heb ik misschien een beetje meer afstand. België heeft niet dezelfde traditie van anti-Amerikanisme als Frankrijk. Ik kon op de website af en toe commentaren schrijven die niet geheel strookten met wat hoofdredacteur Frappat in de papieren krant schreef. Men wist, ook uit de manier waarop ik over de Amerikaanse verkiezingen had geschreven, dat ik niet bij voorbaat anti-Bush was, en ik had de vrijheid om op de website bijvoorbeeld veel terughoudender te zijn dan de rest van de krant in het voorspellen van een langdurige grondoorlog à la Vietnam.

Zolang het over binnenlandse politiek gaat, staan de Franse kranten bol van het debat. Maar over internationale kwesties kunnen we het niet, of het nou om Irak gaat of om de Europese Unie. Kennelijk is men toch eerst Fransman en dan pas journalist.''

Duitsland kent de Medien Tenor, een onafhankelijke controle op de media, Engeland onderzoekt de werkwijze van de BBC, heeft Frankrijk geen traditie op dat gebied?

,,Ik ben geen media-specialist, ik spreek me ook niet uit over de berichtgeving over andere onderwerpen, maar ik kan u verzekeren dat er over andere zaken dan de oorlog in Irak vergelijkbare boeken te schrijven zijn. Het mijne is doodgezwegen, maar als ik eenzelfde onderzoek had gedaan naar de berichten over het Palestijns-Israëlisch conflict, denk ik dat ik nu onder een andere identiteit in het buitenland zou moeten wonen. Vanwege dit boek word ik nu al door het hele land uitgenodigd door joodse organisaties die in mij een onafhankelijke medestander zien in hun woede over de vooroordelen in de Franse pers. Ik ga wel op die uitnodigingen in, maar ik laat me niet verleiden tot uitspraken buiten het bestek van mijn boek. Nee, ik ga dat boek over het Midden-Oosten ook zeker niet schrijven.''

De invasie in Irak duidt u aan als 'de Amerikaans-Britse onderneming', over de Franse journalisten zegt u dat ze 'fantasten' zijn. Bent u zelf geheel objectief gebleven tijdens het schrijven?

,,Ik heb gesproken met twee krantenverslaggevers die ter plaatse waren, en twee radioreporters, onder de voorwaarde dat ik ze niet zou citeren, en dat het uit wat ik schrijf niet af te leiden zou zijn dat ik met ze gepraat heb. Als ik van meerdere kanten bevestigd krijg dat Roger Auque, (correspondent van La Croix in Bagdad) een beetje met mensen ging praten in het café, vervolgens de persberichten van AFP ophaalde en zelden in het veld te zien was, dan sta ik mezelf toe om te schrijven dat zijn schattingen van aantallen slachtoffers op fantasie berustten.

Zou je kunnen zeggen dat u zelf ook gebruik maakt van weglating en overdrijving, maar dat de hilarische toon het boek immuun maakt tegen dat verwijt?

,,Misschien. Ik had het gevoel dat het fout was hoe er geschreven werd, dat ben ik gaan onderzoeken en ik heb geprobeerd daar een verklaring voor te geven. Vervolgens heb ik een stijl gezocht die een beetje prettig is om te lezen, anders wordt het saai. Maar ik heb het boek niet geschreven vanuit een bepaalde positie.''

mailIcon print |