want ze brengen de winter door in Zuid-Afrika. Tegelijkertijd vliegen de jongen uit. Die komen nogal eens op de grond terecht, waarvan ze niet kunnen opstijgen. Tussen hun veren heb ik wel grote bleekgroene luisvliegen (foto) gevonden. Bloedzuigers, die eerst een donkerrode, twee dagen later een kopergroene kleur krijgen als ze zich hebben volgezogen. Hooguit negen dagen kunnen ze toe met het bloed waarmee ze zich hebben volgezogen. Ze kunnen gierzwaluwnesten onder dakpannen verlaten en op zolder slapende mensen steken.
De levensvatbaarheid van verzwakte jongen wordt sterk bepaald door deze bloedzuigers, die helemaal zijn aangewezen op gierzwaluwen, omdat ze alleen bij uitzondering bloed zuigen van andere dieren. Door zijn platte lijf en de mogelijkheid even snel naar voren, naar achteren en opzij te bewegen kan de luisvlieg zich snel door het verenkleed van de vogel bewegen. De poten hebben stevige klauwen, waarmee het dier automatisch aan de veren van de gastheer vasthaakt.
Die parasieten reizen niet mee naar Afrika, maar blijven als pop in het nest. De larven ontwikkelen zich in het moederdier en verpoppen zich zodra ze 'geboren' worden. Ze ontpoppen zich zodra de gierzwaluwen in het nest terugkeren. De gierzwaluwluisvliegen hebben korte spitse vleugels die niet voorbij het achterlijf komen en waarmee ze niet kunnen vliegen. Hoogstens maken ze zweefsprongen, waarbij de vleugels enigszins helpen.
Honingbijen en aardhommels vliegen druk op de bloeiende berberissen in het plantsoen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.