*

 

Zweden pakt top verzet

Van onze redactie buitenland − 16/06/04, 00:00

AMSTERDAM - Het Zweedse openbaar ministerie heeft gisteren twee leiders van de Atjese afscheidingsbeweging Gam gearresteerd.

In maart stuurde Zweden onderzoekers naar Atjeh om beschuldigingen van de Indonesische regering te onderzoeken. ,,Onze oorlog met Nederland wordt nu deels voortgezet door Zweden'', reageerde de eveneens in Zweden wonende Gam-leider Hasan di Tiro. De gearresteerde leiders van de Gam (Beweging Vrij Atjeh) zijn Zaini Abdullah, die de voornaamste Gam-vertegenwoordiger was tijdens jarenlange onderhandelingen met Indonesiƫ, en Malik Mahmud, door de Gam wel beschreven als hun minister van buitenlandse zaken.

De Gam-leiders werden in 1979 als vluchtelingen toegelaten tot Zweden, nadat Di Tiro drie jaar eerder de afscheidingsbeweging had opgericht. Indonesiƫ dringt al jaren op hun uitlevering aan, maar ving tot nu toe bot -mede omdat Di Tiro tot Zweed genaturaliseerd is. Vorig jaar leidde Jakarta's irritatie over het uitblijven van stappen tegen de Gam-top tot de tijdelijke sluiting van de Indonesische ambassade in Stockholm en een oproep van de Indonesische parlementsvoorzitter om Zweedse producten te boycotten.

Afgelopen maart besloot Zweden eigen onderzoekers naar Atjeh te sturen om beschuldigingen van de Indonesische regering te onderzoeken dat Gam-leiders aanzetten tot geweld in de provincie, die op de noordelijke punt van het eiland Sumatra ligt. Waarschijnlijk hebben de bevindingen van de onderzoekers tot de arrestaties van gisteren geleid. Het Zweedse ministerie van justitie wilde dat niet bevestigen, maar volgens het OM heeft Zweden 'ernstige inbreuken op het internationale recht' vastgesteld.

Gam-leider Di Tiro wilde niet op de arrestaties ingaan, of reageren op de huiszoeking die de Zweedse politie bij hem had uitgevoerd. Wel vergeleek hij tegenover Trouw de Zweedse actie met de oorlog die Nederland van 1873 tot 1904 in Atjeh voerde. Een Gam-woordvoerder haalde die strijd ook aan tegenover persbureau Reuters. ,,Wij zijn de slachtoffers, niet Indonesiƫ'', aldus Bakhtiar Abdullah. ,,Nog steeds krijgen we berichten over verkrachtingen, martelingen en verbanningen van onze mensen, net als onder de Nederlanders.''

In Atjeh werd vorige maand de noodtoestand opgeheven, maar er zijn nog steeds 40000 militairen aanwezig. De slepende oorlog in de provincie leek in december 2002 eindelijk ten einde met een vredesakkoord tussen de Gam en Jakarta, na ruim een kwart eeuw oorlog en 10000 doden. Maar rustig werd het nooit en in mei vorig jaar kondigde de Indonesische president Megawati de hervatting van de oorlog aan.

mailIcon print |