*

 

Nederland moet een vrouw sturen

Frans Dijkstra − 29/07/04, 00:00

Maakt het wat uit welke Nederlander naar de Europese Commissie gaat? Voor Europa wel, maar voor Nederland zelf niet.

BRUSSEL - Alsof er niets is veranderd, sturen de Europese regeringen de namen van hun nieuwe eurocommissarissen naar Brussel. Maar Nederland wacht af. Wellicht wacht er een beloning als Den Haag een vrouw voordraagt.

De Portugese formateur van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, heeft overal verkondigd dat hij meer vrouwen wil. Minstens evenveel als er nu commissaris zijn, namelijk acht. Maar de oogst uit de Europese hoofdsteden valt tegen tot nog toe. Er zijn nog maar zes vrouwen voorgedragen voor een commissiepost, terwijl alleen Denemarken en Nederland hun keuze nog moeten bepalen.

Formeel moet Barroso afwachten wie de lidstaten naar voren schuiven. Pas daarna mag hij de portefeuilles verdelen. In de praktijk probeert hij toch de keuze van kandidaten te beïnvloeden. ,,Als een land een goede kandidaat stuurt, dan zorg ik voor een goede portefeuille'', zei hij eerder deze maand in het Europees Parlement. ,,Als een land een andere portefeuille wil, dan moeten ze me een andere kandidaat sturen.''

Zo zou Barroso ook kunnen proberen zijn acht vrouwen binnen te krijgen. Wie een vrouw stuurt, die krijgt een mooie klus te doen in de commissie.

Nederland zou met de voordracht van oud-minister van verkeer en waterstaat Neelie Kroes dus wellicht een goede portefeuille binnen kunnen halen. Maar dan is de vraag: wat is een mooie portefeuille, en wat heeft Nederland daaraan?

Eurocommissarissen zijn geen vertegenwoordigers van hun eigen land. Integendeel zelfs, ze moeten het Europees belang dienen. In de Europese Unie mogen alleen de lidstaten zelf in de raad van ministers en regeringsleiders vechten voor hun nationale belangen.

Toch kreeg de zittende eurocommissaris Bolkestein weleens het verwijt in Den Haag dat hij te weinig deed voor Nederland. Bolkestein haalde daar met recht zijn schouders over op.

Nu krijgt de Franse eurocommissaris Lamy ervan langs dat hij de Franse landbouwbelangen verkwanselt in de onderhandelingen over de wereldhandel. Ook hij laat dat verwijt van zich af glijden. Hij heeft de steun van de commissie en van alle andere lidstaten.

Dus nationaal valt er weinig te verdienen met de eigen commissaris, als die het werk naar behoren doet. Wellicht dat er af en toe iets te ritselen is, maar een commissaris moet dat wel kunnen verdedigen tegenover 24 collega's, tegenover de raad van ministers die de grote lijn bepaalt en ook tegenover het Europees Parlement. De ophef over de verdeling van de portefeuilles lijkt dan ook meer van doen te hebben met nationale trots dan met nationaal belang.

Dat geldt ook voor supercommissarissen, die grote landen zoals Frankrijk en Duitsland willen hebben. Barroso stelt dat zijn commissie geen eerste- en tweedeklas commissarissen zal kennen, maar hij laat in het midden of sommigen misschien wat bredere bevoegdheden krijgen, bijvoorbeeld om de economische portefeuilles te coördineren. Maar ook met zo'n figuur zou Duitsland moeten bezuinigen en zou Frankrijk niet wegkomen met zijn staatssteun voor bedrijven.

In Den Haag twisten de grote regeringspartijen nog over de keuze tussen Neelie Kroes (VVD) en CDA-minister van landbouw, Veerman. Maar misschien verzinnen commissie-formateur Barroso en premier Balkenende nog wel een geheel nieuwe, verrassende naam.

mailIcon print |