*

 

Pinkstergemeenten zijn voorbeeld voor PKN

Henk Vijver − 16/09/04, 00:00

De pinksterbeweging groeit wereldwijd. Protestanten zouden daar wat van kunnen leren, maar ze moeten er vaak weinig van hebben. Dat is jammer.

'Een kwart van de protestanten is pentecostalist! Met een kwart van de protestanten heb ik dus al niets! Dat moet mij aan het denken zetten', zei professor Pieter Holtrop tijdens het jubileumcongres van de Theologische Universiteit in Kampen.

Vreemd om zoiets te horen van een hoogleraar zendingswetenschappen. Natuurlijk, binnen de pinksterbeweging bestaat nogal wat orthodoxie en moralisme, maar we spreken niet voor niets van een 'beweging'. Er zijn in heel die grote en gevarieerde pinksterbeweging ook vormen van geloof en enthousiaste vernieuwing te vinden die juist voor de traditionele kerken erg inspirerend kunnen zijn. Soms doen zij meer met oude protestantse inzichten dan de gevestigde protestanten zelf. Het kan dan ook geen kwaad om nieuwsgierig en welwillend te kijken naar wat er gebeurt onder de pentecostalen.

In Latijns-Amerika merk je dat deze beweging vooral de eenvoudige en arme mensen aantrekt. Iedereen is welkom. Veel pentecostalen hebben een verleden van geweld, criminaliteit of alcohol. Ze hebben hun verhaal, maar ze mogen het vertellen, als ze dat willen. Genade in praktijk betekent: gastvrije aanvaarding.

En het belangrijkste: binnen de pinksterbeweging wordt de taal van gewone mensen gesproken. Geloven heeft hier rechtstreeks te maken met menselijke ervaring. Niet gehinderd door theologie of dogmatische leerstellingen begint men steeds weer opnieuw te zoeken naar vorm en inhoud voor het geloof. Traditionele protestanten zouden dat moeten herkennen als waardevol. Niet wat de kerk of de theologie voorschrijft, maar wat een mens zelf gelooft is het belangrijkst.

Aan dat inzicht zouden ook de kerken in Nederland een nieuw elan kunnen ontlenen. Meer ruimte durven geven aan wat mensen zelf ervaren en zelf geloven. Dat is waarschijnlijk ook het gemeenschappelijke in de vele vormen van nieuwe religiositeit die om ons heen ontstaan. Mensen zoeken naar een vorm van geloven die aansluit bij de manier waarop zij hun eigen bestaan en de wereld ervaren. De kunst is deze religieuze uitingen terug te vertalen naar de ervaringen en gevoelens die eraan ten grondslag liggen. Dan kom je terecht bij het echte leven van mensen en dat verdient een plaats te krijgen in de taal van de kerken.

Overigens zie ik ook binnen de kerken in Nederland in dit opzicht een positieve ontwikkeling. Veel meer dan vroeger durven mensen in de kerk openlijk te zeggen wat zij bijvoorbeeld níet (kunnen) geloven en ook dat ze met bepaalde bijbelgedeelten niets aankunnen. Dat is winst. Het maakt het mogelijk om met elkaar in grote openheid en onbevangenheid te praten over leven en geloven. Het geeft ook de ruimte om vrijmoedig de bijbel te lezen en aan de oude verhalen een betekenis te geven die relevant is voor het eigen bestaan. Het is pure winst dat gelovigen de Bijbel niet meer lezen vanuit een voorgegeven leer. Dat kan hun en de kerken nieuwe ontdekkingen opleveren.

Wij kunnen een nieuw elan ontlenen aan het beste wat onze eigen traditie te bieden heeft, maar dat wij zelf dikwijls zijn vergeten. Onbevangen de oude verhalen blijven lezen en zoeken naar manieren om het eigen leven te vervlechten met de levens van mensen uit het verleden. Het blijvende gesprek met de oude bijbelse verhalen is de beste manier om te komen tot vernieuwing van geloof en leven. En steeds weer jezelf en anderen de vraag durven stellen: wat geloof jij nu werkelijk? Het geloof in alle openheid en eerlijkheid blijven opbouwen vanuit de eigen levenservaring. In die oude 'methode' ligt het geheim voor het nieuwe elan waar de PKN naar op zoek is. En daarin ligt ook de toekomst voor de protestantse kerken.

mailIcon print |