De beweging voor eerlijke handel siddert. Het actualiteitenprogramma Twee Vandaag toonde aan dat de grootste importeur van eerlijke handelsproducten in Nederland, Fair Trade, de eigen pretenties niet of niet helemaal waarmaakt. De vrees voor een weerslag op de hele sector is groot. Deugt de eerlijke handelsbeweging niet of is hun marketing simpelweg aan een modernisering toe?
,,Ik hoop dat hen geen blaam treft en dat ze kunnen uitleggen wat ze doen''. Gilbert Goethals van de Stichting FairGift uit Rosendaal toont zich geschokt. Zijn stichting, slechts een jaar oud, ijvert voor het aan de man brengen van eerlijke producten uit ontwikkelinglanden. De doelgroep, bedrijven die hun relaties eens iets anders willen geven, zal hij de komende weken veel moeten uitleggen.
Zijn FairGift heeft met Fair Trade het woord Fair gemeen. En door de documentaire van de EO, afgelopen maandag uitgezonden in Twee Vandaag, is grote twijfel gerezen of de Culemborgse onderneming wel zo fair is als ze zelf beweert. Twee belangrijke redenen zijn er voor die twijfel. Anders dan Fair Trade beweert in zijn reclameuitingen handelt het bedrijf wel met tussenpersonen of im-en exportbedrijven. En niet altijd betaalt de organisatie een betere prijs dan commerciële handelaren, zoals Fair Trade eveneens beweert.
Voor Gilbert Goethals komt de documentaire wel op een zeer ongelegen moment. Hij hoopt in de toekomst fulltime voor de stichting aan het werk te zijn. Nu nog besteedt hij samen met een collega vier tot vijf uur per week aan het opzetten van een eerlijk handelskanaal. ,,We stellen niets voor, we hebben een omzet van 2000 euro en onze eerste grote opdracht hopen we binnen te halen. 1500 puzzels voor een klant. We hopen die levering waar te kunnen maken.'' Maar de rust in de sector is door de documentaire wreed verstoord. Goethals zelf doet (nog) geen zaken met Fair Trade, maar de twijfels over de betrouwbaarheid van de grootste leverancier zal er wel toe leiden dat er ,,even op de rem getrapt wordt''.
De emoties van Goethals zijn gemeengoed in de sector van eerlijke handel. ,,Dit is schadelijk'', weet Huub Jansen, voorzitter van de Landelijke vereniging van Wereldwinkels zeker. Hoe groot de schade is weet hij niet, maar zeker is dat de 12000 vrijwilligers die de 400 Wereldwinkels in Nederland draaiende houden, veel uit te leggen hebben aan hun klanten. Immers de helft van het assortiment van de Wereldwinkels (omzet 29 miljoen euro op jaarbasis) is afkomstig van Fair Trade. ,,We vrezen voor de omzet, dit is niet goed''. Zijn overige leveranciers, 27 bedrijfjes verenigd in de Nivah (Nederlandse importeurs vereniging voor alternatieve handel), vrezen eveneens in de negatieve publiciteit te worden betrokken. En veel Nivah-leden reppen zich te verklaren dat zij anders dan Fair Trade alleen rechtstreeks zakendoen met producenten van nijverheidsproducten en niet zoals Fair Trade ook tussenhandelaren inschakelen. Niet dat de Nivah problemen heeft met verkoop via commerciële kanalen. Alle extra verkoopmogelijkeden zijn goed voor de overlevingskansen van de producenten in de ontwikkelingslanden, verklaart Han Horstink van de Nivah. Voorwaarde is wel, voegt hij er aan toe, dat deze verkoop niet ten koste gaat van de producenten.
Daags na de uitzending van Twee Vandaag zit de schrik er goed in bij personeel en leiding van Fair Trade. Het voltallig personeel is bijeengeroepen voor uitleg en om het moreel hoog te houden. ,,We zijn geschrokken en ook erg boos op de EO'', is het commentaar van Mieke Rehbach, algemeen directeur van Fair Trade. Het is nog te vroeg om te bepalen hoe groot de schade is bij de grootste crisis in het 45-jarig bestaan van de eerlijke handelsonderneming. Volgens Rehbach heeft de EO een volstrekt vertekend beeld gegeven. Twee producenten van handnijverheidsproducten werden bezocht, in Ghana en Thailand. Twee van de 2000 artikelen werden bekeken en op basis van dat onderzoek is Fair Trade beoordeeld. Onjuist, vindt de organisatie. Rehbach erkent dat er fouten zijn gemaakt, maar dat betekent nog niet dat Fair Trade niet kan waarmaken waar ze voor staat.
Eerst de feiten. De EO onderzocht de keten van aardewerk uit Thailand en zeepstenen beeldjes uit Kenia. In Thailand bleek volgens de EO dat Fair Trade niet rechtstreeks inkoopt maar dat overlaat aan Y Development. De EO noemt dat een tussenhandelaar, Fair Trade spreekt van een im- en exportfirma. Y Development is gelieerd aan YMCA, een christelijke organisatie voor ontwikkelingssamenwerking die de doctrine van de eerlijke handel omarmt. In Kenia verzorgde Mango de inkoop van de zeepstenen beeldjes. Mango is opgericht door en met startkapitaal van houtsnijders, tevens producenten voor Fair Trade. Dat de houtsnijders de inkoop bij de beeldhouwers doen, is op zich opmerkelijk maar heeft een achtergrond. De voormalige inkoper bij de zeepsteenproducenten, MDCU, is door Fair Trade terzijde geschoven. De club voldeed niet meer aan de eisen van Fair Trade, was log en bureaucratisch en viel na een crisis uiteen. Mango, dat voorspruit uit MDCU, voldoet wel aan de eisen van professionaliteit. Wat Fair Trade te verwijten valt, is dat het in alle uitingen steeds benadrukt niet via tussenhandelaren te werken. De werkelijkheid is hier strijdig met de publieke uitingen, maar het verwijt raakt slechts de waarde van de reclameuitingen en niet de kern van de eerlijke handelsbeweging. Fair Trade doet mondiaal zaken voor de 2000 artikelen in de sector handnijverheid met 45 handelspartners, zo blijkt uit door de organisatie verstrekte informatie. Dat zijn veelal coöperaties van producentengroepen, hulporganisaties met een commerciële poot, maar in ieder geval organisaties die voldoen aan de eisen voor eerlijke handel.
Op veel punten zal Fair Trade, maar zullen ook de afnemers van Fair Trade zoals de Wereldwinkels, hun boodschap conform de werkelijkheid moeten brengen. Een voorbeeld, en dat treft het tweede verwijt uit de reportage van de EO, slaat op de prijsvorming. Zo stelt Fair Trade dat er altijd een hogere prijs wordt betaald dan die van commerciële handelaren, een zogeheten eerlijke of faire prijs. De Wereldwinkels maken het op hun eigen website nog bonter door te stellen dat de prijs wordt betaald die de producent vraagt. Dat laatste is pertinent onjuist. En de Wereldwinkels, op die passage gewezen, zullen de teksten ook gaan aanpassen.
Hoe komt de eerlijke prijs tot stand? Niet door de producenten te vragen wat zij willen vangen voor hun arbeid. Sterker nog, het voeren van prijsonderhandelingen is een integraal onderdeel van het leerproces voor de producenten. Het eerlijke handelskanaal is geen doel op zich, maar een prikkel om de reguliere handel eerlijker te maken. Daar hoort bij dat producenten in de ontwikkelingslanden leren hoe zij met de reguliere handel zaken moeten doen. In de praktijk van Fair Trade betekent dat dat de inkopers overleggen over kwaliteit, prijs en leveringsvoorwaarden. Het eerlijke handelskanaal heeft zelf geen behoefte om producten in te kopen tegen een prijs waarvoor het houtsnijwerk of het aardewerk in Nederland onverkoopbaar is. Uit onderzoek van onder meer de Wereldwinkels en het Institute of Social Studies in Den Haag blijkt overigens dat prijs minder bepalend is dan wel wordt gedacht. Veel producenten in ontwikkelingslanden hechten meer aan een langdurige relatie, een gestage afname over meerdere jaren, dan op korte termijn een betere prijs. Een verklaring voor een hogere prijs die wordt betaald door de commerciële handel is tevens dat zij alleen de pronkstukken of de goedlopende stukken uit de collectie kopen, terwijl Fair Trade een groter afbreukrisico neemt door bijvoorbeeld minder in de mode zijnde beeldjes en borden af te nemen of bij te late levering een schadeclaim achterwege laten.
De claim dat altijd een hogere prijs wordt betaald door Fair Trade, is alleen discutabel in het segment van de kunstnijverheid. De helft van de Fair Trade omzet betreft de producten onder het Max Havelaar-keurmerk. Uit de rapporten van die keurmerkorganisatie blijkt dat Fair Trade de eisen van het keurmerk nakomt. Zo werd bij koffie vorig jaar 80 procent boven de zeer lage wereldmarktprijs betaald.
Een kwart van de omzet bestaat verder uit niet door het keurmerk gedekte producten. Fair Trade zegt op die producten, zoals rijst en wijn, een keurmerk te willen hebben, maar betaalt vooralsnog in de meeste gevallen vijf, soms tien procent boven de marktprijs.
In het laatste kwart, de handnijverheid, zit het grootste probleem. Voor houtsnijwerk of aardewerk is geen ijkpunt in de vorm van een wereldmarktprijs. Een garantie als dat er beter betaald wordt dan de commerciëlen is in dat segment dan ook moeilijk hard te maken. Voor de betaling van een eerlijke prijs is voor die producten een 'leefbaar inkomen' de enige grondslag. Dat inkomen verschilt per land en zelfs per streek. Zo is het leefbaar inkomen in het noorden van Thailand lager dan in het zuiden. Fair Trade hanteert voor de keramiekfabriek Sang Arun in Lampang (Thailand) een betaling van het miniumloon en een toeslag van 10 tot 100 procent, afhankelijk van de ervaring en de vaardigheid van de werknemer. In India wordt drie keer het minimumloon als leefbaar inkomen genomen. Dat laatste is vastgesteld na onderzoek van de Landelijke vereniging van Wereldwinkels. Dat leefbare inkomen is dan gebaseerd op een gezin met vier kinderen waarbij de ouders beiden fulltime aan Fair Trade producten werken. Het bedrag moet de kosten dekken voor medicijnen,voeding en onderwijs.
In de meeste gevallen, en zeker in Afrika bezuiden de Sahara, is het vaststellen van een leefbaar inkomen een hele klus. Veel gezinnen telen hun eigen groente of hebben bijbaantjes in de informale economie. Een volledige inzet voor Fair Trade is simpelweg onhaalbaar omdat de vraag gewoonweg niet groot genoeg is om daar een jaar lang mee bezig te zijn. Voor de door Twee Vandaag onderzochte zeepsteenbewerkers van Bosinange in Kenia wordt een leefbaar inkomen van 300 Kenia shillings genomen, omgerekend bijna 3,75 dollar per dag. De FairTrade-omzet voor de door Twee Vandaag bezochte groep steensnijders was echter op jaarbasis slechts goed voor acht dagen werk voor tien snijders. Dat verklaart ook waarom Twee Vandaag uit hun mond kon optekenen dat ze onvoldoende geld verdienen om hun gezin draaiende te houden.
De wereld van de eerlijke handel draait vooral op vertrouwen. De uitzending van Twee Vandaag heeft dat vertrouwen geschokt en dat is deels te wijten aan een gebrek aan uitleg van FairTrade zelf. Wie roept dat geen gebruik wordt gemaakt van tussenpersonen moet dan wel uitleggen hoe je al die 2000 producten op een efficiënte manier en eerlijke manier naar Culemborg haalt. Wie zegt dat altijd een hogere prijs wordt betaald dan het commerciële kanaal valt door de mand als een keer wordt vastgesteld dat dat niet zo is.
De casus lijkt vooral op die van Foster Parents Plan enkele jaren geleden. FFP claimde destijds dat het geld van de 'adoptieouders' naar 'hun kind' in het ontwikkelingsland ging. Het was een ijzersterke marketingformule die veel opleverde. Het geld ging echter niet naar het kind maar naar de gemeenschap waarin het leefde. FPP communiceerde dat onvoldoende, moest de organisatie na vele aanvallen van 'bedrogen' donateurs pijnlijk vaststellen. Het marketinginstrument en de werkelijkheid werden in een lijn gebracht. Fair Trade staat, even pijnlijk als FPP destijds, voor de taak hetzelfde te doen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.