De nieuwe Iraakse regering toonde zich realistisch in de strijd om de nieuwe VN-resolutie. Maar in de tekst wordt een nieuwe grondwet niet genoemd, en dat legt een zware hypotheek op de Iraakse democratie.
AMSTERDAM - Vijftien tegen nul is als voetbaluitslag al spectaculair. Nog onwaarschijnlijker leek een jaar geleden de kans dat in de VN-Veiligheidsraad met vijftien stemmen tegen nul voor een Amerikaans voorstel zou worden gestemd waarin de machtsoverdracht aan een Iraakse regering werd geregeld.
De pleitbezorgers van de oorlog tegen Saddam Hoessein en hun tegenstanders van destijds hadden slechts drie weken nodig om eruit te komen. Op het eind was maar één punt omstreden: de zeggenschap van de Iraakse interimregering over de buitenlandse (voornamelijk Amerikaanse) troepen op Iraaks grondgebied.
Frankrijk was aanvoerder van een diplomatieke strijd om in de resolutie op te nemen dat de Iraakse regering Amerikaanse troepen zou mogen verbieden gevoelige operaties uit te voeren. En Frankrijk blijft oppositie voeren tegen Bush' plannen. Gisteren reageerde de Franse president Chirac direct afwijzend op een plan van zijn Amerikaanse tegenhanger om de Navo een grotere rol te geven in Irak.
De Franse wens (waarin nog enkele landen meegingen) om de Iraakse regering zeggenschap te geven over buitenlandse troepen, bleek achterhaald toen de Iraakse regering vorige week zelf dat recht uit handen gaf. Premier Ijad Allawi en de zijnen nemen er genoegen mee dat de Amerikanen in geval van gevoelige acties hen zullen raadplegen. Op papier hebben ze ook nog het recht de Amerikaanse troepen weg te sturen.
Dat de politiek onervaren Allawi geen veto opeiste en genoegen nam met zeggenschap over de inzet van de Amerikaanse troepen, illustreert dat zijn relatie met de VS beter is dan de Frans-Amerikaanse betrekkingen, en ook dat hij meer realiteitszin heeft dan de Fransen. Het is ondenkbaar dat Washington afstand zou doen van wat het ziet als het recht van Amerikaanse militairen om zichzelf te beschermen. Bovendien is Allawi's regering voorlopig nog afhankelijk van Amerikaanse (militaire) steun. Elk vetorecht over Amerikaanse inzet, of zelfs het recht de Amerikanen weg te sturen, is voor hem slechts een recht om zelfmoord te mogen plegen.
,,Iedereen schijnt tevreden te zijn met die dubbelzinnigheid'' in de VN-resolutie, stelde de Franse krant Le Figaro gisteren licht mokkend vast. De Franse VN-ambassadeur Jean-Marc de la Sablière sprak daarentegen ferm dat de huidige resolutie garandeert dat er ,,geen tegenspraak zal zijn tussen de aanwezigheid van Amerikaanse troepen en volledige Iraakse soevereiniteit''. Een moeizame redenering. Maar wat telt is de complete internationale erkenning voor de regering die op 30 juni de (bijna complete) soevereiniteit over Irak overneemt.
Grote vraag blijft hoe het zit met de erkenning van die regering door de Irakezen zelf. Zij zullen het moeten doen met Allawi en zijn ploeg, totdat er, op basis van een nieuwe grondwet, een nieuwe regering zal zijn verkozen, uiterlijk in december 2005. Om de harten van de Irakezen te winnen, moet deze regering in de eerste plaats merkbare verbeteringen tot stand brengen: meer veiligheid, behoorlijk functionerende overheidsdiensten en betere openbare voorzieningen.
Daarvoor zal ze grotendeels afhankelijk zijn van buitenlandse steun. De VN-resolutie legt wat dit betreft een grote rol weg voor de Verenigde Naties: zij zullen de regering helpen bij het organiseren van verkiezingen, het opstellen van een nieuwe grondwet, en bij de wederopbouw. Het is te hopen dat de VN-lidstaten deze beloftes voorbeeldig nakomen. Maar het zal onder de gegeven omstandigheden hoe dan ook niet meevallen voor de interimregering om te voldoen aan een tweede voorwaarde om door de Irakezen te worden geaccepteerd: bewijzen dat ze geen marionettenbewind is, zoals de heersende mening onder grote delen van de bevolking is.
De VN-resolutie vertoont ook een gebrek. Er staat geen verwijzing in naar de voorlopige grondwet, die het vorige Iraakse bestuur had aangenomen. Dat is tegen het zere been van de Koerden. Zij vrezen met enig recht dat hun belangen straks niet zullen tellen. De voorlopige grondwet garandeert het federatieve karakter van het nieuwe Irak, en biedt de Koerden praktisch vetorecht bij de vaststelling van de definitieve grondwet. De VN zijn gezwicht voor de sjiitische bezwaren tegen dat Koerdisch veto-recht, reden waarom de resolutie met geen woord rept over deze voorlopige grondwet. Dat legt een zware hypotheek op het democratisch experiment.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.