In elke tuin zou minstens één roos moeten groeien. Wat is een zomer zonder rozengeur? Een roos nodigt uit om er je neus in te steken. Een geurende roos heeft dus een streepje voor. Rozen bloeien met grote gevulde, wellustige bloemen of kleine, enkele en elegante bloemen. In maart is het snoeitijd.
Rozenstruiken dragen aan het uiteinde van de takken grote bloemen of kleinere bloemen in trossen. Moderne cultuurvariëteiten bloeien vrijwel de gehele zomer, te beginnen in juni. Bloeien vergt veel energie en rozen vragen dan ook een goede verzorging: snoeien en mesten.
Eerst het snoeien. In maart zijn rozen al flink uitgelopen, maar dat is geen reden om snoei achterwege te laten. Van een struik knipt u de stevigste takken flink terug (tot 5 à 10 cm), dunne takjes worden geheel verwijderd. Op de dikkere takken zijn 'slapende' ogen te zien. Zonder snoeien zouden ze niet uitlopen, waardoor 'een kip op hoge poten' ontstaat. De struik blijft daardoor kaal aan de onderkant. Snoei prikkelt de slapende ogen tot uitlopen. Een stamroos krijgt dezelfde behandeling, alleen 'op hoogte'. Het is in feite een struik op een stam. Een goede kwaliteit heeft drie enten op de stam, zodat een mooie ronde kroon ontstaat. Let goed op dat u geen ent volledig wegsnoeit. Knip bij een jonge stamroos eventueel ook wat dunnere takjes terug. Zo krijgt een stamroos de kans om te dikken en in enkele jaren een mooie, volle kroon te maken.
Lei- of klimrozen maken lange (slappe) takken. De nieuwste scheuten (afgelopen zomer gegroeid) zijn onvertakt. Laat ze ongemoeid, zodat ze rijk bloeien. Oudere takken hebben wel zijtakken en die mogen kort (2 à 3 cm) worden teruggeknipt. Uit de 'slapende' ogen groeien scheuten met bloemknoppen.
Tip
Eenmaal bloeiende rozen (historische rozen en ramblers) snoeit u niet. Ze kunnen na de bloei worden uitgedund.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.