*

 

Brussel kan het tij voor de Roethenen keren

Runa Hellinga − 06/05/04, 00:00

Vaak is geprobeerd het Roetheense volk, dat verspreid is over vijf landen, van de kaart te vegen. Zover kwam het net niet. Maar de strijd is nog niet gestreden. Slowaakse Roethenen hopen op de EU voor het behoud van hun eigenheid.

PRESOV – ,,In het verleden voelden de Roethenen zich vooral Oost-Slaven, verbonden met Oekraïne en Rusland. Maar dat veranderde tijdens het stalinisme. Nu zeggen ze vooral dat ze Slowaak zijn. Het is tegenwoordig natuurlijk ook niet modieus om jezelf te identificeren met de Oekraïne. Nu Slowakije lid van de EU is, kun je je beter op het westelijk deel van Europa richten.”

Alexander Rusinka doet aan die mode niet mee. Voor hem staat de verwantschap tussen Oekraïners en Roethenen voorop. De filosoof, die zijn werkkamer op de universiteit van Presov met zijn vader deelt, werpt een blik opzij. Vader Pavel is de levende belichaming van zijn woorden. Met lange bakkebaarden en woest halflang haar lijkt hij zo uit een oud Russisch schilderij weggelopen. ,,Maar de familie van mijn vrouw benadrukt vooral de eigenheid van de Roethenen. Bij familiefeesten zijn daar vaak flinke debatten over”.

Vriendelijke debatten, benadrukt Alexander. De Oekraïense kwestie is bepaald geen halszaak. Dat was onder het stalinisme wel anders, toen Roethenen onder druk van Moskou officieel als Oekraïners werden geclassificeerd. Roetheense scholen gingen over op onderwijs in het Oekraiens. Met één pennenstreek werd de nationaliteit van een paar honderdduizend mensen geschrapt.

Het was niet de eerste poging om de Roethenen als natie van de kaart te vegen. In de negentiende eeuw voerden de Hongaren, onder wie het grootste deel van Roethenië destijds veel, een actieve Hongariseringspolitiek. Die gedwongen magyarisering leidde vooral tot een opkomend Roetheens nationalisme en een nauwere band met Rusland en de Oekraïne.

Verspreid als de Roethenen al eeuwen leven over Polen, Slowakije, Hongarije, Roemenië en Oekraïne, zijn er regionaal behoorlijke verschillen in taal en gewoonten ontstaan. Maar een factor bindt hen en onderscheidt hen van Oekraïners: de Grieks-Katholieke Kerk, die net als het volk zelf, met één voet in Westen met de andere in Oost-Europa lijkt te staan.

In liturgie en rite onderscheiden de Grieks-Katholieken zich in niets van de orthodoxe kerk. Hun dienst is in het Kerk-Slavisch, hun bijbel in het cyrillisch. Maar cruciaal is, dat zij het gezag van Rome erkennen.

,,Onze kerk werd in 1950 samen met de Roetheense nationaliteit verboden”, zegt vicaris (hulpbisschop) Pavel Halko in het bisschoppelijk paleis in Presov, een bescheiden barok gebouw in het centrum. Kerkgebouwen werdeneigendom van de orthodoxe kerk, die altijd al meende dat de Roethenen afgedwaalde orthodoxen waren.

Een enkele Roetheen verhuisde zelfs naar Oekraïne, maar kreeg daar al snel spijt van. De meesten hadden echter weinig op met de gedwongen inlijving. Velen verlieten de kerk, anderen werden rooms-katholiek. ,,Uiteindelijk verkozen veel Roethenen Slowaakse assimilatie”, zegt Musinka. En dat is niet gestopt. Bij de laatste volkstelling twee jaar geleden bleken er nog maar 85 000 Roethenen over te zijn.

Roetheense dorpjes in de bergen van Oost-Slowakije zijn weliswaar nog steeds herkenbaar aan de cyrillische naambordjes bij de dorpsrand. Maar een groeiend aantal mensen kan dat alfabet niet meer lezen. Op het kerkhof in Jedlinka dragen alleen de oudere graven cyrillische opschriften. En de dorpsbewoners spreken Slowaaks.

Maar de communistische repressie heeft blijvende invloed gehad in het dorp. Veel dorpelingen legden zich uiteindelijk neer bij de komst van de orthodoxe priester. Zo anders was zijn dienst nu ook weer niet. Een deel bleef voorgoed orthodox en toen ze een paar jaar geleden het eeuwenoude historische houten kerkje moesten teruggeven aan de Grieks-katholieken, bouwden ze vlakbij een nieuwe kerk met een blinkend zinken dak.

Halko hoopt dat de aansluiting bij de EU het tij voor de Roethenen kan keren. Slowakije heeft tegenwoordig wel goede wil, maar nauwelijks geld om nationale minderheden te ondersteunen. Brussel heeft dat wel, verwacht hij. Ook Musinka is optimistisch. ,,Als mensen arm zijn, is hun etnische achtergrond niet zo belangrijk. Maar als het hen straks economisch beter gaat, neemt de belangstelling voor hun Roetheense achtergrond hopelijk weer toe.”

mailIcon print |