Bronbeek is nog steeds synoniem met het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (Knil). Het tehuis voor oudmilitairen staat tegenwoordig echter ook open voor jongere veteranen, vrouwen incluis.
ARNHEM – In de gang voor de eetzaal staan tientallen rollators en een enkele rolstoel keurig in het gelid.
Het belletje voor de stilte geeft het einde van het middagmaal aan. Bewoners van Bronbeek komen naar buiten, soms geholpen door een verzorgster. Twee mannen lopen op eigen kracht naar hun kamer, pratend over een bewoner 'die het niet lang meer maakt'. Van de vijftig bewoners overlijden er gemiddeld vier per jaar.
Kolonel Kees Bolderman, commandant van het 'Koninklijk tehuis voor oud-militairen en museum Bronbeek', heeft geen moeite om de lege zit/slaapkamers weer gevuld te krijgen.
,,Ik ben er verheugd over dat we na de laatste advertentie weer voldoende reacties hebben gehad.”
Bolderman plaatste onlangs onder de kop 'Wonen op het landgoed Bronbeek!!!' een opvallend wervende advertentie in het veteranenblad Checkpoint. Met succes, want van de dertig reacties waren er vijf direct bruikbaar.
Vrouwen, sinds 1990 officieel toegelaten tot Bronbeek, hebben zich nog niet gemeld.
Met de komst van de nieuwe bewoners zal de gemiddelde leeftijd van 82,4 jaar nauwelijks dalen. Net als in burger-verzorgingshuizen maken ook oud-militairen op steeds hogere leeftijd de overstap.
Knil-korporaal Harry Herklots (88) woont nog maar relatief kort in Bronbeek, sinds 1997. ,,Ik heb het aangevraagd voor als ik niet meer kon denken. Het bevalt me zeker goed. Als je onderdak hebt, is het goed. Eten, slapen, wat wil je nog meer?”
De veteranen zijn wandelende geschiedenisboeken met soms onvoorstelbare levensverhalen. Herklots zat 3,5 jaar in een jappenkamp, overleefde als een van de weinigen het torpederen van het schip dat krijgsgevangenen naar Japan zou brengen en werd in Nagasaki als dwangarbeider te werk gesteld. Daar maakte hij in augustus 1945 het atoombombardement mee, dat hij overleefde dank zij zijn ondergrondse werkplek.Herklots en de 94-jarige sergeant Lans zijn de enige oud-militairen in Bronbeek die hun diensttijd volledig bij het Knil hebben doorgebracht.
Vijftien bewoners hebben na de opheffing van het Knil in 1950 nog gediend bij landmacht, luchtmacht of marine. ,,Bij elkaar toch een derde van onze bewoners”, stelt commandant Bolderman vast.
Het perfect onderhouden landgoed aan de rand van Arnhem en zeker het museum ademen een uitgesproken koloniale sfeer. In vitrines liggen uit Indië meegebrachte krissen, dolken, schedels en insecten. Het viskarretje van Hokkie staat erbij alsof de eigenaar elk moment kan terugkomen. De Indische zaal, naast de eetzaal, herbergt het complete instrumentarium van een gamelanorkest.
In het park diverse monumenten ter herinnering aan de Slag in de Javazee, de Burma-spoorweg, de jongenskampen. Bronbeek staat al vanaf 1970 open voor alle krijgsmachtdelen, maar 'ons Indië' is nog steeds dominant aanwezig.
Toch woont er ook een 69-jarige oud-militair die begin jaren tachtig in Libanon heeft gediend. Een tweede Unfiller is onlangs in Bronbeek overleden. Libanon is de eerste 'overloop' van oude veteranen (Knil, Tweede Wereldoorlog, politionele acties, Korea en Nieuw-Guinea) naar jongere veteranen.
,,Theoretisch”, zegt kolonel Bolderman, ,,zouden nu ook Bosnië-gangers zich voor Bronbeek kunnen aanmelden.” Bij de recentste aanmeldingen was dat nog niet het geval; het zijn overwegend tachtigers die in Bronbeek willen komen wonen, vaak na het overlijden van hun vrouw. ,,Wanneer de eerste Bosniëganger hier komt wonen, daar is geen peil op te trekken. Het kan nog tien jaar duren of overmorgen gebeuren.”
Knil-korporaal Herklots gaat na het middagmaal even zitten om zijn verhaal te doen. Hij heeft pas geleden zijn 88ste verjaardag gevierd, vertelt hij, na het grapje dat hij 'al bijna honderd' is. Het feest heeft hij zelf georganiseerd 'als controle van mijn geheugen'. ,,Je bent al oud; alles is in het verleden. Ik heb het gevoel dat dit mijn laatste verjaardag is geweest.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.