Als hordeloper wil Gregory Sedoc de wereldtop bereiken, maar niet ten koste van alles. Bovenal wil het lid van een atletiekgezin zich als mens zo breed mogelijk ontwikkelen.
ALMERE - Bijna twee maanden nadat Renaldo Nehemiah op 19 augustus 1981 in Zürich als eerste hordeloper onder de magische grens van 13 seconden dook, werd Gregory Sedoc geboren. Zonder aarzelen noemt de Nederlandse atleet Nehemiah nu als zijn grootste voorbeeld.
Die bewondering, ook al is zij slechts opgebouwd door het kijken naar videobeelden, is volkomen begrijpelijk. Als iemand tussen en boven de horden snelheid en schoonheid kon paren, was het deze Amerikaan wel.
Nehemiah kwam bovendien tot zijn gedenkwaardige prestatie van 12,93 op de leeftijd waarop Sedoc als hordeloper begint de ontluiken: 22. De belofte van een groot olympisch kampioen loste de modelatleet niet in. In 1982 tekende Nehemiah bij een footballclub een profcontract en werd volgens de toen geldende regels uit de atletiek gestoten.
,,Tekenend voor zijn klasse is dat in al die jaren zijn record slechts met tweehonderdste is verbeterd'', aldus Sedoc. ,,Was hij doorgegaan, dan had het nog veel scherper gestaan. Ik ben hem een paar keer tegengekomen en hen hem gedag gezegd, maar ik ken hem verder niet. Maar wat ik op tv-beelden heb gezien, zegt me genoeg. Zijn snelheid en stijl tussen de horden, die zijn nooit meer overtroffen.''
Sedoc kreeg de liefde voor atletiek met de paplepel ingegoten, met toenmalig nationaal recordhouder verspringen Roy Sedoc als vader en een sprintster/verspringster als moeder. Gregorys oudere broers Randy en Jermaine bereikte de nationale top in de verspringbak, jongere broer Valery voetbalt bij FC Groningen.
,,Ik heb foto's gezien waarop ik als driejarige aan het verspringen ben en over de atletiekbaan ren. Op mijn zesde werd ik lid van mijn huidige club AAC. Ja, dat verspringen zit in de familie, het was ook mijn specialiteit tot ik enkelproblemen kreeg en het op de horden ging proberen.''
,,Toen ik twee jaar geleden meedeed aan de EK indoor, ging driekwart van de gesprekken met journalisten over mijn vader. Natuurlijk is de achtergrond van mijn familie belangrijk geweest voor mijn prestaties. Maar de mensen veronderstellen dat hier de hele dag over niets anders wordt gepraat dan over sport. Het tegendeel is waar, onze belangstelling is heel breed.''
Dat wordt duidelijk als zijn ambities ter sprake komen. Veel draait om het bereiken van de wereldtop in de gecompliceerde discipline 110 horden. Sedoc wil dat echter niet met oogkleppen op doen, zoals veel topsporters.
Wat dat betreft heeft hij in zijn eigen door Ineke Bonsen geleide hordeschool een uitgesproken voorbeeld van hoe het niet moet. Sedoc's ploeggenoot Robin Korving was de groten der aarde dicht genaderd, zette al zijn kaarten op sport maar raakte door blessures in de versukkeling.
Sedoc: ,,Alleen sporten is niets voor mij. Eerst komt het sociale leven, dan de sport. Maar daarnaast wil ik me zo breed mogelijk ontwikkelen.''
Nu Sedoc naam begint te maken dankzij halve finaleplaatsen bij EK en WK en een derde plaats bij de EK tot 23 jaar (het leverde hem de titel Sportman van Almere op), nemen de invitaties voor grote wedstrijden toe. Het dagelijks leven krijgt daarmee de gecompliceerdheid van een horderace.
Sedoc bezit het diploma zelfstandig werkend kok. Nu is hij bezig met de afronding van de meao-opleiding bank en verzekeringswezen, daarna volgt aan de Johan Cruijff Academie commerciële economie op HBO-niveau.
,,De combinatie is niet makkelijk, maar je kan veel op afstand doen. De boeken gaan mee op reis en met de laptop kan je veel oefenstof van internet halen. Momenteel valt het niet mee. Ik ben bezig met examens en krijg zoals deze week op het laatste moment een uitnodiging voor een goede wedstrijd in Zweden. Ik mis veel lessen en loop soms een beetje achter de feiten aan.''
Al elf jaar schaaft Sedoc aan zijn hordetechniek bij Ineke Bonsen, die hem het vertrouwen gaf toen anderen niets in hem zagen. ,,Ik zou te klein zijn en ontbeerde kracht. Ineke heeft altijd gezegd dat ik me niets van die kritiek moest aantrekken. Nu zijn de rollen omgedraaid. Ik heb op de Spelen na alle grote toernooien meegemaakt, de olympische limiet en daarmee de status als A-sporter heb ik vorig jaar op slechts eenhonderdste seconde gemist.''
,,Als junior heb ik nooit grote prijzen gewonnen, terwijl anderen in de medailles vielen. Meer dan de helft van die talenten komt nu niet meer in de buurt van limieten omdat ze te snel zijn gebracht of door blessures moesten stoppen. Wil ik een rol van betekenis gaan spelen dan moet ik sterker worden om mijn relatief geringe lengte (1.79, red.) te compenseren. Ik moet sneller worden en meer inhoud en ervaring krijgen. Mijn start is al sterk en ik ben ritmisch goed, ik kan een vlekkeloze race lopen. En ik ben mentaal heel sterk. Spanning vind ik heerlijk, hoe meer zenuwen hoe beter. Dan heb ik het gevoel: hier doe ik het voor.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.