AMSTERDAM, PARAMARIBO - De laatdunkende reacties van de Surinaamse president Venetiaan op een recent verschenen rapport over de relatie tussen beide landen is bij de Nederlandse regering in het verkeerde keelgat geschoten. Minister Van Ardenne (ontwikkelingssamenwerking) zal haar Surinaamse collega Raghoebarsing snel om opheldering vragen.
Venetiaan heeft deze week verklaard niet achter de conclusies te staan van een onderzoek naar 25 jaar ontwikkelingssamenwerking tussen beide landen. Het rapport waaraan drie jaar is gewerkt en dat door Nederland is betaald (kosten 175000 euro), is volgens een woordvoerster van Van Ardenne een coproductie. Het stuk, waarin wordt geconcludeerd dat het vele Nederlandse ontwikkelingsgeld geen structurele verbetering in de Surinaamse situatie heeft gebracht, is gemaakt door een Nederlandse en een Surinaamse onderzoeker met een referentiegroep die bestond uit drie prominente Surinamers en drie Nederlandse specialisten. Suriname en Nederland kregen beide op hetzelfde moment het rapport en konden altijd commentaar leveren. Drie jaar lang heeft Venetiaan niets gezegd en nu heeft hij kritiek, stelt men aan Nederlandse zijde vast. Volgens Venetiaan moet de Tweede Kamer een onderzoek instellen naar de rol van Nederland sinds de onafhankelijkheid in 1975 en vooral tijdens de staatsgreep van 1980. Politiek Suriname vindt dat Nederland destijds de toenmalige regering van de partij van Venetiaan (de NPS), in de steek heeft gelaten en de militairen onder leiding van Desi Bouterse heeft ondersteund. Als Suriname er geld en tijd voor heeft, zal het zijn eigen rapport schrijven, zegt Venetiaan. Alhoewel dit rapport tot stand is gekomen in overleg tussen beide landen, vindt de president dat het om een Nederlands rapport gaat. Venetiaan benadrukt dat de ontwikkelingsstrategie van Suriname niet afhankelijk is van Nederlands beleid.
Het rapport was vooral bedoeld om een streep onder het verleden te zetten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.