De vrees bestaat dat stammentwisten en criminaliteit een vredesakkoord voor Zuid-Soedan zullen opvolgen. Efficiënte politie en justitie bestaan nauwelijks.
RUMBEK - Luid zingend marcheert een groep jongeren in ganzenpas langs de kathedraal van Rumbek, die niet meer is dan een bescheiden ronde kerk. De jongeren op gympjes of slippers dragen allen een rugzakje. ,,Ik ga naar school'', roept één van hen. ,,Sommigen van deze kinderen zijn van huis gelokt met de belofte van onderwijs. Maar het is niets anders dan recrutering door de SPLA. Ik vraag me af hoevelen van hen nog geen 18 zijn'', moppert jezuïtenpriester Salvador Ferrao.
Een gewapende strijder van de Zuid-Soedanese rebellenorganisatie SPLA leidt het groepje jongeren naar het Akon Bouiplein, genoemd naar een heldin uit de lokale mythologie waar hij ze enkele militaire paradepassen leert. Inwoners van Rumbek, in het midden van Zuid-Soedan, verkneukelen zich over de onhandigheid van de nieuwe recruten.
Zuid-Soedanezen hunkeren naar vrede maar het wantrouwen tegenover de regering is na 20 jaar oorlog erg groot. ,,Ik begrijp wel dat ze voorlopig een parate SPLA willen'', zegt Salvador Ferrao in zijn benauwd hete kantoortje bij de kathedraal. ,,Maar aan de vooravond van een vredesakkoord is het volgens mij net zo belangrijk om snel een goed functionerende politiemacht en justitie op te bouwen. Ik vrees stammentwisten maar ook ordinaire criminaliteit'', zegt hij.
Het algemene idee is dat door het wegvallen van de gezamenlijke vijand -de regering in het noorden- sluimerende conflicten tussen diverse bevolkingsgroepen kunnen oplaaien. Sinds een staakt-het-vuren heerst in Zuid-Soedan is het aantal ruzies met dodelijke afloop in en rond Rumbek gestegen. Het gaat vooralsnog om conflicten tussen verschillende clans van de Dinka, de grootste groep in de regio.
,,Meer dan tijdens de oorlog wordt nu de traditie van bloedwraak uitgevoerd. Als de spanningen tussen een stam al zo uit de hand kunnen lopen, hoe moet het dan gaan met oude conflicten tussen Dinka en Nuer'', zegt Salvador Ferrao, een Indiër die al 31 jaar lang in diverse oorlogsgebieden in Afrika werkt.
De Dinka en Nuer zijn de grootste herdersvolken in het zuiden, die eeuwenlang streden om weidegronden en waterplaatsen voor hun vee. Binnen de SPLA raakten ze geregeld in conflict over de mate van invloed van beide groepen en de politieke koers. Naast sluimerende stammentwisten wordt de veiligheid bedreigd door gewapende, werkloze rebellenstrijders, die nauwelijks een ander bestaan kennen dan oorlog voeren.
Zodra een vredesakkoord wordt ondertekend, komt veel geld van de internationale gemeenschap vrij voor de terugkeer van vluchtelingen en ontheemden en de wederopbouw van het land. De aanwezigheid van materieel en goederen kunnen ook criminaliteit uitlokken onder de straatarme bevolking.
Muorwel Majok, secretaris van de lokale SRRC -de humanitaire vleugel van de SPLA- maakt zich minder zorgen. ,,We hebben hier vrijwillige politie, die bestaat uit oud-agenten ondersteund door strijders van de SPLA. We hebben een gevangenis en recht wordt meestal gesproken door de chiefs, de dorpsoudsten.''
Maar ambtenaren in Zuid-Soedan ontvangen geen salaris. Een 'cadeautje' kan aanzienlijke invloed hebben bij besluiten over arrestatie of rechtspraak. In Rumbek wordt met smaak verteld over de groep gelovigen die hun gezangen op een zondagmorgen begeleiden met trommels. Een passerende agent constateerde geluidsoverlast en incasseerde ter plekke de boete. Daarvan was later niets terug te vinden in de politierapporten van die dag.
Muorwel Majok erkent het bestaan van dit soort praktijken. ,,Armoede draagt bij tot onveiligheid. Mensen die niks of weinig hebben kunnen gekocht worden. Onze politie en justitie moeten een salaris krijgen en getraind worden door buitenlandse deskundigen om omkooppraktijken of afpersing tegen te gaan.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.