Syrië zoekt nieuwe vriendschappen en gunt zijn intellectuelen weer wat ruimte. Maar is dat genoeg om de Amerikanen te overtuigen af te zien van wraakacties?
AMSTERDAM - De woede over de Jordaanse kritiek op de wel erg poreuze grens tussen Syrië en Irak waarover aanslagplegers Irak binnenkomen, is vergeten. Niet alleen gaven de Syrische president Basjar al-Assad en de Jordaanse koning Abdoellah deze week het startsein voor een gezamenlijk dam-project, ze spraken ook af oude plannen om de economische banden aan te halen nu echt uit te voeren.
Abdoellahs kritiek op het Syrische falen de grens te sluiten voor Al-Kaida-leden die het op de Amerikanen in Irak gemunt hebben, leidde in december nog tot het opschorten van een geplande ontmoeting. Maar sindsdien is de Amerikaanse druk op Damascus alleen maar toegenomen -over dat grensverkeer, de Syrische steun aan Palestijnse groepen en de Libanese Hezbollah, en over het uitblijven van democratische ontwikkelingen in de éénpartijstaat.
Dan zijn er ook nog de miljoenen die Saddam Hoessein op Syrische banken zou hebben gezet. Bovendien heeft de opgestapte Amerikaanse wapeninspecteur Kay in de media bevestigd wat een Syrische dissident ook al beweerde: dat Saddam Hoessein zijn massavernietigingswapens vorig jaar januari al naar Syrië heeft laten brengen. En toen nodigde Libië het atoomagentschap en de Amerikanen uit zijn verboden wapens te verwijderen -volgens de VS uit angst dat het anders hetzelfde lot als Irak beschoren is.
Dat ook Assad minder goed slaapt, kan worden opgemaakt uit zijn daden in binnen- en buitenland. In januari bracht hij als eerste Syrische president een historisch bezoek aan Turkije, dat nauwe banden heeft met Israël. Jarenlange ruzies werden daarmee gladgestreken. En nu is het de beurt aan Jordanië, dat in de regio bekendstaat als een trouwe bondgenoot van de VS. Assad zoekt punten van overeenstemming waardoor hij minder geïsoleerd staat tegenover de Amerikanen, en vond die bijvoorbeeld in het door de Turken en Jordaniërs gedeelde verzet tegen de door de Amerikanen gepropageerde federale structuur, die naar zij vrezen onherroepelijk tot opdeling zal leiden.
Assad toonde zich vorige maand bereid vredesbesprekingen met Israël te hervatten, al is het daar nog niet van gekomen en wees hij een voorstel van de Israëlische president voor een bezoek aan Israël af omdat dit te weinig zou opleveren. En de gewraakte kantoren van Palestijnse organisaties in Damascus zijn al weer een tijdje dicht, omdat, zo zei Assad, die 'informatiebureaus' daar zelf toe besloten toen ze de Amerikaanse druk op hem waarnamen.
In eigen land liet Assad de teugels ook wat vieren door vorige week 122 politieke gevangenen vrij te laten, meest radicale moslims die al jaren vastzaten. Amnesty International wees erop dat nog veel dissidenten gevangen zitten, onder wie de intellectuelen die forse celstraffen kregen toen de 'Syrische lente' van 2001 bekoelde. Maar ook die beweging lijkt wat meer ruimte te krijgen, want deze week werd bekend dat al meer dan 1500 Syriërs een petitie hebben getekend om Assad te vragen de noodtoestand op te heffen die dit soort veroordelingen mogelijk maakt.
Assad lijkt de waarschuwing uit Washington ter harte te hebben genomen. Maar de vraag is of dat voldoende is om de VS te overtuigen. Het verbod dat mensenrechtenactivist Haissam Maleh gisteren op het vliegveld van Damascus kreeg op vertrek naar het buitenland, toont in ieder geval dat de oude mechanismen nog volop aanwezig zijn. Maleh sprak een maand geleden in het Duitse parlement over de mensenrechtensituatie in zijn land. Dat alleen is in Syrië nog steeds voldoende om hem het (mensen)recht te ontzeggen te gaan en staan waar hij wil.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.