Het moderne bieden is nogal aan inflatie onderhevig. Wat eerder niet eens een volgbod waard was, is nu al een sprongvolgbod. Het doel is natuurlijk om de tegenpartij zo snel mogelijk voor het blok te zetten. Toch heeft deze aanpak ook zo zijn nadelen (maar daar hoor je weinig over).
Wie kent de regel twee en drie nog? Het zijn van die vuistregels die hun waarde in de praktijk meer dan bewezen hebben. De regel heeft met name betrekking op preëmpts en volgbiedingen en zegt het volgende. Als je niet kwetsbaar bent, mag je drie slagen te kort bieden, kwetsbaar twee. Bijvoorbeeld:
HVB10532 4 HB4 86
Op eigen kracht zul je ongeveer zeven slagen maken met schoppen als troef. Kwetsbaar kun je dus 3 openen (3 is negen slagen minus zeven is twee). Niet kwetsbaar zou je zelfs 4 kunnen openen (4 is tien slagen minus zeven is drie).
Tot zover de theorie. Wat doe je nu met de volgende oosthand, die afgelopen week op de clubavond voorkwam:
H943 - HB87542 53
Eerste hand, allen kwetsbaar, open je 3?
Je hebt weliswaar circa zeven slagen en een zevenkaart ruiten, maar deze hand heeft een groot bezwaar: je hebt een vierkaart schoppen ernaast en dan mag dat niet. Immers, partner kan makkelijk vier of vijf schoppens hebben en dan mis je mogelijk een contract in een hoge kleur. Ik sloeg dus maar even een rondje over om de ontwikkelingen even af te wachten. Ik kreeg er geen spijt van (zie diagram 1)
West Noord Oost Zuid
- - pas 1
1 2 4 5
dbl pas pas pas
Zuid opende 1, west volgde met 1, noord bood 2. Gezien de distributionele kracht, vond ik mijn hand wel een sprong naar 4 waard. Zuid zat nu voor het blok. 4 gaat weliswaar down, maar is nog steeds een goede uitnemer tegen 3SA dat er voor NZ makkelijk in. De bonus kwam toen zuid besloot 5 te bieden, waar west vanzelfsprekend wel raad mee wist.
De verdediging was meedogenloos. Oost kwam uit met schoppen voor de aas. De leider speelde een kleine harten, 8 bij west voor de aas van de leider. De leider probeerde nu drie rondjes klaveren, de derde ronde getroefd door west, die 10 naspeelde. Oost nam met H, incasseerde H en speelde ruiten na, getroefd door west. Hierna maakte west HB nog, vier down.
Een andere interessante hand (zuid) in dit kader was deze:
B109 B65 B9743 A8
Tegenpartij kwetsbaar, jij niet. Links van je wordt met 1 geopend, partner volgt met 2, rechts van je wordt gepast. Tot welk niveau ga je partner steunen?
In de praktijk ging het zo (zie diagram 2):
West Noord Oost Zuid
- - pas pas
1 2 pas 5!?!?
dbl pas pas pas
Zuid bood 5! Dat vond west een beetje te gek en doubleerde. Het tegenspel was niet moeilijk. Oost kwam uit met zijn singleton harten, via de 7 voor de vrouw van de leider. Die speelde H voor de aas van west. West speelde harten na, getroefd door oost, die B naspeelde voor de heer van west, waarna er nog drie schoppenslagen binnenkwamen voor OW, vier down, 800.
Zuid liet zich een beetje verblinden door de gunstige kwetsbaarheid. Hoewel er 4 er voor OW toevallig in blijkt te zitten, is dat onmogelijk te bieden. Bovendien is 800 al meer dan de eventuele 620 die OW kunnen maken. Dus als zuid naar 3 verhoogt, wordt het voor OW al moeilijk genoeg.
Hoe moet het dan wel, wanneer kun je dan wel hoog in boom?
Ook daarvan een aardig voorbeeldspel, dat vorige week voorkwam bij de clubkampioenschappen van Leidschenhage. Je raapt als noord op:
V 85 3 AB10985432
Eerste hand, niet kwetsbaar tegen wel. Wat zou u openen?
Sommigen zouden 3 openen, maar dat doe je met een zevenkaart. Met een achtkaart kun je 4 openen en met een negenkaart... 5! (zie diagram 3)
Met een 5-opening snijdt het mes aan twee kanten. Iedereen is stil en oost heeft een 'blinde' start.
Het viel oost niet kwalijk te nemen dat hij met schoppen uitkwam, waarna op H en H de twee verliezende harten weggingen in noord. Zo werd 5 zelfs met een overslag gemaakt.
Kies je met de noordhand voor een 'langzame' aanpak, dan krijgen OW de ruimte om hun hartenfit aan elkaat kenbaar te makenen zal oost tegen 5 met harten starten, waarna 5 roemloos één down zal gaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.