de zomerklokjes bij Fort Uitermeer aan de Vecht. Ze verschillen al op het eerste gezicht, doordat ze minstens twee en soms wel acht bloemen hebben aan het eind van een halve meter lange stengels. Op de punt van elk bloemdekblad zit een groenige vlek. Net als bij het sneeuwklokje komen hoofdzakelijk bijen op bezoek.
Je zou het niet zeggen, maar het zomerklokje is een echte wilde plant. Ze is zo zeldzaam dat de wet haar beschermt. In grote trekken is het zomerklokje karakteristiek voor plaatsen waar veenvorming en zeekleiafzetting beurtelings plaatsvonden. Een overgangslandschap dus. Verspreiding vindt vooral plaats door water. De grote zaden blijven lang drijven en ontkiemen op overstroomde plekken aan de rivier. Soms spoelen bolletjes aan uit afgekalfde oevers.
Behalve op rivieroevers groeit het zomerklokje in open grienden en buitendijks rietland, zoals aan de Noord-Hollandse Vecht. Daar krijg je alleen wat van de bloei te zien als het riet in de winter is afgemaaid, wat dit jaar inderdaad is gebeurd. Het rietland bij Uiterweermeer is een vanouds bekende groeiplaats: Thijsse had het er al over aan het einde van de 19de eeuw in een beschrijving van een lange wandeling op een regenachtige Hemelvaartsdag. Dat het zomerklokje al zo lang bij Uitermeer groeit, wil niet zeggen dat dit bolgewas daar veilig is: aan Vecht en Angstel wordt het ernstig bedreigd. De rijkste Nederlandse groeiplaats, de griend Klein Profijt bij Rhoon, heeft te lijden van de havenuitbreiding van het nabije Rotterdam.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.