Dat Nederlanders de langste mensen ter wereld zijn, zit hem vooral in de groei van de benen: vergeleken met twintig jaar geleden zijn die bij de Nederlanders gemiddeld twee centimeter langer geworden. Dat blijkt uit de Vierde Landelijke Groeistudie van het onderzoeksinstituut TNO en het Leids Universitair Medisch Centrum, waarop Miranda Freriks vandaag in Leiden promoveert. Door de grotere beenlengte zullen in de toekomst mogelijk aanpassingen nodig zijn in vliegtuigen, bussen en aan het meubilair.
Het vierde landelijke onderzoek is gebaseerd op metingen die zijn verricht in 1997. Vergelijkbare studies waren er ook in in 1955, 1965 en 1980. De opzet van het laatste onderzoek is vergelijkbaar met die uit 1980, zij het dat voor het eerst ook heup- en tailleomvang is gemeten en dat, eveneens voor het eerst, aparte groeimetingen zijn verricht onder Turkse en Marokkaanse kinderen in de vier grote steden. In totaal zijn 14000 jongeren van Nederlandse, 2904 van Turkse en 2880 van Marokkaanse afkomst gemeten in de leeftijd van 0 tot 21 jaar.
De aparte groeicurves voor Turkse en Marokkaanse kinderen zijn handig voor consultatiebureaus en kinderartsen. Turkse kinderen blijken aan het einde van hun puberteir gemiddeld tien centimeter korter dan hun leeftijdgenoten van Nederlandse afkomst. Marokkaanse kinderen zijn negen centimeter korter. Vanaf vandaag worden de nieuwe boekjes met de groeidiagrammen en daarbij horende handleidingen onder consultatiebureaus en kinderartsen verspreid. Met deze groeicurves in de hand kunnen artsen gemakkelijker vaststellen of Turkse en Marokkaanse kinderen in hun groei afwijken van het gemiddelde van hun groepen. Tot nu toe werden deze kinderen wel eens doorgestuurd voor nader onderzoek, omdat artsen ten onrechte dachten dat ze abnormaal klein waren.
De lengteverschillen tussen Nederlandse, Turkse en Marokkaanse kinderen kunnen worden verklaard uit verschillende leefwijzen en uit verschil in genetische aanleg. Dergelijke verschillen komen ook voor tussen delen van het land. Zo zijn Limburgers aan het einde van hun puberteit gemiddeld 3,8 procent korter dan Friese en Groningse kinderen. Maar dat verschil is te klein om aparte groeidiagrammen te rechtvaardigen.
In de groeistudie zijn metingen opgenomen over heup- en taille-omvang. Het meten van de taille-omvang is een snelle methode om te bepalen of iemand lijdt aan overgewicht. De normale methode hiervoor is het bepalen van de body mass index (BMI) (gewicht in kilo's gedeeld door het kwadraat van de lengte in centimeters) vast te stellen. De normen voor 'normaal' gewicht per leeftijd en uitgesplitst naar jongens en meisjes zijn 25 jaar geleden vastgesteld aan de hand van gegevens uit zes landen, waaronder Nederland.
Het aantal kinderen met ernstig overgewicht blijkt in 1997 verdubbeld, vergeleken met 1980. Vooral in de grote steden komt overgewicht veel voor. Het betreft vaak kinderen van laag-opgeleide ouders, kinderen uit een-oudergezinnen of uit twee-ouder gezinnen waarbij beide ouders buitenshuis werken. Met Turkse en Marokkaanse meisjes is het nog veel ernstiger gesteld. Bij hen komt overgewicht inmiddels evenveel voor als onder Amerikaanse kinderen. Van de Turkse meisjes lijdt vijftien procent aan ernstig overgewicht (obesitas). Nog eens dertig procent is te dik. In de studie wordt de overheid aangeraden preventieprogramma's vooral te richten op de stedelijke gebieden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.