*

 

EK Bizar-1968

Matty Verkamman − 16/06/04, 00:00

Ook bij de derde editie van het EK voor landenteams zijn nog niet alle Europese voetbalbonden even enthousiast over dit toernooi. Met name in Engeland wordt voortdurend benadrukt dat men aan WK-interlands, vriendschappelijke interlands en natuurlijk ook het traditionele, al in 1884 gestarte British Home Championship met Schotland, Noord-Ierland en Wales als vaste tegenstanders meer dan genoeg heeft.

Engeland is net een paar maanden wereldkampioen wanneer in de herfst van 1966 de kwalificatiereeks voor het EK begint. De Europese voetbalunie (Uefa) wil de Engelsen er natuurlijk heel graag bij hebben, maar vanuit Londen gaat het licht pas op groen nadat de Uefa akkoord is gegaan met een zonderlinge eis. Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland spreken met elkaar af dat ze niet meedoen aan de loting voor de acht kwalificatiepoules.

Wat willen die Britse bonden dan wel? Heel simpel: net als altijd gewoon het eigen Britse kampioenschap spelen en de winnaar van dat toernooi door laten stomen naar de kwartfinales van het EK. En ook dit zeggen de Britten er nog bij: vanaf het continent hoeven geen scheidsrechters over te komen. Ook de arbitrale boontjes wil men zelf blijven doppen. De kopstukken van de Uefa vinden het een vreemd voorstel, maar ze gaan er toch grotendeels in mee, want anders doet domweg niet één Britse ploeg mee, afgezien dan van de Ierse Republiek -dat land laat al sinds 1924 de Ierse eer in het Britse kampioenschap over aan die andere groen-witten, uit Noord-Ierland, en kiest verder voor het internationale voetbal, volledig los van Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland, de eigen weg. In één verzoek gaat de Uefa uiteindelijk toch niet helemaal mee. De krakers tussen Engeland en Schotland mogen niet door Britse scheidsrechters worden geleid. In Glasgow fluit de Nederlander Lau van Ravens, in Londen de Duitser Gerd Schulenburg.

Het derde EK betekent het debuut van Schotland. Dit team manifesteert zich meteen als een gezelschap losers. Later zal Schotland op WK-eindtoernooien steeds op doelsaldo sneuvelen. Dit keer wordt Engeland op Wembley door de Schotse furie met 2-3 verslagen. In Hampden Park wordt het 1-1, maar toch wordt Engeland eerste, want de Schotten zijn zo onhandig als lijdend voorwerp te fungeren bij de enige overwinning die Noord-Ierland boekt.

Op het eindtoernooi voor vier deelnemers wordt Engeland -in de kwartfinale te sterk voor Spanje- derde. Joegoslavië is veel beter dan Engeland en wint in Florence met de fantastische Dragan Dzajic met 1-0. Diezelfde dag speelt zich in Napels het grootste EK-drama af. Bij de wedstrijd Italië-Sovjet-Unie is het ook na verlenging nog steeds 0-0. Het reglement voorziet nog niet in het nemen van strafschoppen en aan overspelen heeft de Uefa blijkbaar niet gedacht. Nu worden na 120 minuten voetbal de aanvoerders Giacinto Facchetti en Albert Shesternev door de Spaanse Uefa-official Agustin Pujol naar een ruimte onder de eretribune gedirigeerd. Scheidsrechter Kurt Tschenscher haalt hier zijn vaste toss-munt (een Franse franc uit 1916) te voorschijn. Facchetti mag kiezen. Hij kiest voor kop. Tschenscher wipt de munt met zijn duim omhoog en laat 'm op een tafel vallen. Het is kop, Italië is finalist. De finale tegen Joegoslavië eindigt, na verlenging, in 1-1.

En dan neemt de Uefa een beslissing die drie dagen eerder natuurlijk ook genomen had moeten worden: overspelen. In de replay wint Italië met 2-0. Voor Joegoslavië zijn de druiven heel zuur, want ze zijn in de eerste finalewedstrijd vlak voor tijd door de Zwitserse scheidsrechter Gottfried Dienst bestolen. Italië krijgt in de 81ste minuut een vrije trap. Terwijl Dienst de Joegoslavische muur nog een paar meter naar achteren aan het duwen is, schiet Angelo Domenghini de bal bijna balorig in het doel.

Iedereen beschouwt de trap van Domenghini als een grapje, maar tot ieders verbazing loopt Dienst naar de middencirkel: doelpunt!

mailIcon print |