*

 

Een gewone paal, zo te zien,

Henk van Halm − 10/06/04, 00:00

maar wel van walvisbot. Hij staat in een wilde tuin op Texel. Misschien is dit stuk been ooit een schurkpaal geweest voor het vee. Souvenir van walvisjagers uit de 17de of de 18de eeuw. Toen was de Groenlandvaart een belangrijke bron van welvaart. De zoölogen IJsseling en Scheygrond vermeldden in 'De zoogdieren van Nederland' (1943) dat in de periode 1669-1778 wel 14167 Hollandse expedities werden uitgerust, die in totaal 57590 walvissen harpoeneerden met een totale waarde van 136 miljoen florijnen.

De meeste schepen werden gebouwd in Zeeland, Rotterdam, Amsterdam, de Zaanstreek en de kop van Noord-Holland en daar ook klaargemaakt voor de reis, maar de bemanning bestond vooral uit Eiland-Friezen. Walvisvaarders namen vaak beenderen van hun slachtoffers mee naar huis. De schippers met de titel commandeur kregen een premie voor elke gevangen walvis en namen als bewijsstuk de onderkaak mee. Ameland staat er bekend om dat de botten werden gebruikt als erfscheiding. Helaas zijn de beenderen door erosie sterk vervallen. Op Schiermonnikoog vormt de onderkaak van een vinvis de indrukwekkende toegangspoort tot de Rabobank.

Al uit de verte valt het witte vruchtpluis op van het wollegras. Veenpluis is de wollegrassoort, die het meest voorkomt in laagveenstreken, in natte duinvalleien en aan heideplasjes. In de vroegere hoogveenstreken groeit het zeldzamere eenarig wollegras. Het wollegras bloeide in het voorjaar met onooglijke aartjes, die tussen de andere cypergrassen niet opvielen.

mailIcon print |