Het gezicht van Kurt d'Haeseleer (Anderlecht, 1974) betrekt spontaan als hij terugdenkt aan dat lange jaar na zijn studie en klaart even snel weer op als hij over zijn huidige werkplek vertelt. Nadat hij de opleiding film-video aan het Sint Lucas-instituut in Brussel had afgerond, werkte hij een jaar voor de Brusselse televisie. Zucht. ,,Als cameraman werkte ik mee aan reportages over Europese onderwerpen, zoals stemrecht. Ik was zo blij dat ik dat achter me kon laten.'' Want D'Haeseleer wil zelf beelden maken en verzinnen, ze bewerken op de computer, monteren en de kijker meesleuren door zijn beeldtaal en obsessies.
Kunstenaar Peter Missotten had zijn eindexamenfilm 'File' gezien en redde D'Haeseleer uit de televisiewereld. Hij mocht bij de Filmfabriek komen werken, het audiovisueel-grafische collectief dat Missotten tien jaar geleden had opgericht in een voormalige melkfabriek in Bierbeek, vlakbij Leuven. Het is een uit de kluiten gewassen boomhut voor volwassen jongens, zegt D'Haeseleer. Een visueel laboratorium waarin het rustig werken is. Aan de zijkant van het gebouw zit een montage- en geluidsstudiotje, binnen zijn er twee kantoorruimtes, opbergplekken en een las- en constructie-atelier. En nog een dakterrasje waarop de zon neerbonst en waar het boomrijke uitzicht bestaat uit een voetbalveld, een verkoophal voor goedgeprijsde kleding en het huis van de dove buurvrouw. Op dit dak maakte D'Haeseleer enkele opnames voor zijn installatie 'S*CKMYP', al zijn die beelden in het eindresultaat onherkenbaar geworden.
Het voorbije jaar heeft hij vooral aan 'S*CKMYP' gewerkt en vanaf vandaag is de installatie te beleven in zijn solopresentatie op het World Wide Video Festival (WWVF) in Amsterdam. 'S*CKMYP' voelt aan als een soloproject. Ook al reikte Missotten D'Haeseleer het gelijknamige gedicht van de Vlaming Peter Verhelst aan en hielp hij ook bij de technische uitwerking ervan. En de elektronische muziek komt van Köhn, oftewel de Belg Jurgen Deblonde.
Maar gebruikelijker is het voor D'Haeseleer om aan Filmfabriek-producties te werken, wat uitsluitend projecten in de culturele wereld zijn. De afgelopen jaren maakte het gezelschap bijvoorbeeld de publiciteitsposters van het RO-Theater en werkte technisch en inhoudelijk mee aan allerlei opera- en theaterproducties. Als beeldenmaker was D'Haeseleer betrokken bij 'The woman who walked into doors' (2001) en een jaar later bij 'Paysage sous surveillance' van Georges Aperghis. Zodra over anderhalve week het WWVF voorbij is, begint de Filmfabriek aan het decor van een nieuwe opera van Aperghis, 'Avis de tempête'.
De tekst 'S*CKMYP' van Verhelst is lang en complex. Die zit vol gedachtespinsels, herinneringen, doodsvisioenen en fantoomangsten. De enige zekerheid is dat er geen zekerheden bestaan, stelt het vertellende personage.
D'Haeseleer heeft de tekst in vieren geknipt en bij elk deel beelden gezocht. Op vier monitoren zie je gezichten, een vrouw verstrikt in een web, een huis dat dichterbij komt terwijl het beeld verschuift. Zoals het gedicht (voorgelezen door Verhelst) associatief verspringt, zo transformeert ook het beeld continu. Steeds steviger grijpt het je vast.
,,Ik heb Verhelst niet gevraagd waar zijn tekst over ging, maar voelde wel dat die paste bij waar ik mee bezig was. De wereld die net achter de gewone wereld zit, en die je hersenlobben binnenkruipt zonder dat je het beseft. Had ik de tekst niet gehad, dan waren mijn beelden niet zoveel anders geworden. En als Verhelst woorden bij mijn beelden had moeten zoeken, was ook hij mogelijk op hetzelfde uitgekomen. We hebben beiden onze eigen methodiek en stijl, net zoals Köhn, en dat alles komt goed samen.''
,,'S*CKMYP' moet je meeslepen in één richting maar is tegelijkertijd niet eenduidig. Voor mij voelt het als een nachtelijke rooftocht langs een typisch Vlaamse woonwijk. Onderhuidse verlangens, dromen en nachtmerries worden gestolen en door elkaar geklutst.''
D'Haeseleer werkt veel met technische effecten, zoals morphing, waarbij beelden in elkaar overlopen. ,,Niet de techniek maar de intensiteit die je ermee oproept is belangrijk. Ik wil in mijn eigen beeldtaal een bevreemdende rollercoaster-Hollywoodfilm maken.'' Hij put daarvoor uit een groot beeldarchief. Zo had hij voor de tachtig beeldminuten van 'S*CKMYP' 75 uur aan opnames verzameld. ,,Natuurlijke selectie werkt vervolgens het best. Als ik me een opname na drie maanden nog herinner, is die blijkbaar goed genoeg om iets mee te doen.''
Hij neemt beelden in de omgeving op, vaak met medewerking van familieleden of locaties in de buurt en bewerkt die tot iets onalledaags en ongeziens. Zo is een opname van zijn moeder onder een douchestraal veranderd in een beeld van een vrouw die vastzit in het slijm en pijn heeft.
Het is niet de bedoeling een verhaal te vertellen, of de waarheid vast te leggen. 'File', zijn eerste grotere werk dat ook in Amsterdam vertoond wordt, gaat over mobiliteit, wordt vaak opgemerkt. ,,Ik hoop meer gemaakt te hebben dan een video over snelheid en mobiliteit. Als ik iets niet wil is het namelijk video's óver iets maken. Ze moeten ervaringsmachines zijn. En ik wil ook geen illustratie maken bij wat ik gelezen heb. Wat ik aan theoretische bagage heb, schakel ik daarom uit. Ik werk intuïtief en duw mijn ervaring en kennis mijn achterhoofd in.''
'File' zou je verhalend kunnen noemen omdat er een opbouw in zit, een begin en een eind. ,,Maar het zijn altijd verhalen die naar de vaantjes zijn geholpen. En als er al een waarheid in zit, is het een vernietigde waarheid.'' In zijn werk komen bepaalde obsessies terug, zoals snelheid en suburbane landschappen. ,,Maar ik doe geen enkele poging die obsessies rationeel te verklaren. Het is niet de bedoeling dat je na afloop zegt dat je het snapt. Je krijgt wat hints, je voelt de noodzaak van het werk en ziet dat het niets anders had kunnen worden dan dit. Maar je weet dan nog niet precies waar het over ging.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.