*

 

Shells moeite met Amerikaanse regels

Guido Goudsmit − 20/03/04, 00:00

De olieindustrie is vanouds karig met informatie voor beleggers. Zie de reserve kwestie bij Shell. Zo zou Shell ook informatie over kleinere olie- en gasreserves in Nigeria hebben achtergehouden om zijn betrekkingen met de Nigerianen niet te schaden.

AMSTERDAM - Shell is, schrale troost, misschien niet het enige olieconcern dat worstelt met zijn boeken. Uit onderzoek door adviseur PricewaterhouseCoopers onder investeerders en financiële analisten blijkt dat olie- en gasboeren wereldwijd de informatiehonger van de belegger onderschatten en 'belangrijke' feiten onvermeld laten ('Drilling Deeper', 2002).

Niet dat er in de olieindustrie op grote schaal wordt gerommeld; dat is bij Shell evenmin bewezen. De Shell-affaire is nu ongeëvenaard doordat de Brits-Nederlandse reus niet langer kan instaan voor de omvang van zijn 'bewezen' olie- en gasreserves. Shell blijkt zijn eigen jaarstukken niet meer te vertrouwen: of de Shell-top de werkelijkheid jarenlang te veel door een roze bril zag, of de reservecijfers bewust heeft opgeblazen, is op dit moment niet eens zo relevant. De kern is dat beleggers onjuiste informatie hebben gekregen over reserves, reserves die gelden als dé graadmeter voor de toekomstige waarde van de oliemaatschappij.

Het is tekenend dat PricewaterhouseCoopers in 'Drilling Deeper' stelt hoe oliebedrijven standaard tekortschieten in hun informatievoorziening. Investeerders hebben vooral behoefte aan harde feiten over de 'geopolitieke omgeving' waar naar olie wordt gezocht (vaak in instabiele regio's als Centraal-Azië, Afrika en het Midden-Oosten), over de raffinagecapaciteit én over de reserves. Sterker nog, beleggers hechten meer belang aan deze zaken dan de oliebazen zelf, die liever hun mond houden over mogelijke risico's en onzekerheden. De kloof tussen belegger en oliebaron is vanouds diep.

Dat de plotselinge afwaardering van de Shell-reserves op 9 januari tot een financieel oproer zou leiden, lag voor de hand. Shell-topman Van der Veer kan Shell nog zo vaak ,,een bedrijf van wereldklasse'' noemen, analisten zweren nu eenmaal bij tabellen waarmee ze reserves van olieconcerns kunnen vergelijken. De solide balans van Shell is niet langer doorslaggevend. Het is niet anders: het gaat beleggers om wat onder de grond zit, om de reserves information die volgens Amerikaanse richtlijnen buiten de boekhouding om bij de jaarstukken moet worden gevoegd.

Shell wekt de indruk grote moeite te hebben met deze Amerikaanse praktijken, die door de beurscommissie SEC worden opgelegd. Het Brits-Nederlandse bedrijf gaf donderdag volmondig toe dat zijn staf de Amerikaanse richtlijnen voor het boeken van reserves onvoldoende meester is en moet worden bijgeschoold. Topman Van der Veer sprak nog net niet van kortsluiting tussen Shell-ingenieurs en de SEC-richtlijnen (buiten Amerika ontbreekt het aan gestandaardiseerde reserveregels). Shell weet dat het zich moet schikken naar de SEC, zolang het als alle grote multinationals goeddeels op de Amerikaanse kapitaalmarkt is aangewezen.

,,De interpretatie van reserves is niet zo simpel'', zei Van der Veer in Londen. Het is zacht uitgedrukt: het bepalen van reserves staat ook wel bekend als een mengeling van kunst en wetenschap, waar vliegtuigen, seismografie en 3D-computertechnologie aan te pas komen en technische verwachtingen (stand van de techniek) en economische verwachtingen (olieprijs, valutakoersen, groei) aan ten grondslag liggen. Of een olie- of gasveld ooit als 'bewezen' (economisch rendabel te winnen) kan worden geboekt, is dan ook hoogstens met 'redelijke zekerheid' te voorspellen.

Op grond van de SEC-regels wordt een energiebedrijf geacht de volumes van zijn olie- en gasreservoirs betrouwbaar in kaart te brengen. Dat heeft Shell, ook naar eigen zeggen, niet goed gedaan. Het lijkt erop dat achter Shell's slordigheid een onbehagen schuilgaat met de Amerikaanse regels. Het is niet voor niets dat in de internationale accountantswereld nooit overeenstemming is bereikt over de waardering van reserves. De waarde van reserves wordt zeker in Europa als subjectief gezien, omdat er geen goede methoden zijn om deze vast te stellen.

De Amerikanen kijken er nuchter tegen aan: sinds 1982 dienen olieconcerns openheid te betrachten over al hun productie-activiteiten met inbegrip van hun olie- en gasreserves. Deze ontwikkeling gaat terug op de bonanza van de jaren zeventig in de Golf van Mexico. Accountants zagen zich voor een boekhoudprobleem gesteld. Na een fel debat werd besloten activiteiten van oliebedrijven offshore, die misschien nooit een cent zouden opleveren, buiten de boeken om te waarderen.

mailIcon print |