*

 

Tocht door het paradijs der papen

Haro Hielkema − 06/03/04, 00:00

Paradijsweg. Wie verzint in vredesnaam zoiets? Uitgerekend het rotste stuk in het Marskramerpad, in het Zuid-Hollandse Papenveer, is genoemd naar de Hof van Eden. Passerende automobilisten rijden bijna de wandelkaart uit je handen. Nergens een veilig tegelpad voor de voetganger, alleen een fietsstrook. Hoezo paradijs? Engel, mogen we hier uit?

Nu heeft de grote Duitser Schiller wel eens opgemerkt dat 'één ogenblik in het paradijs met de dood niet te duur betaald wordt', maar daar zal hij deze buurtschap tussen bloemenkassen en kwekerskastelen niet mee bedoeld hebben. Het duurt een kilometer voordat we Papenveer hebben overleefd en de rust op onze tocht terugkeert. De makers van het onlangs geopende Marskramerpad deel 3 valt weinig te verwijten. Het was al moeilijk genoeg voor ze om een wandelroute door Hollands Midden te bedenken, die aansluit bij deel 1 en deel 2: Oldenzaal-Deventer-Amersfoort. Het ging om het laatste stuk van de Europese wandelroute E11 -van de Mazurische Meren in Polen naar de kust van de Noordzee, zoals de marskramers vroeger met hun handelswaar op de rug van oost naar west trokken. De wens om de oude Marskramerweg van Amersfoort naar Haarlem in ere te herstellen, werd al snel verlaten: door de verstedelijking en de groei van Schiphol was het oude tracé niet meer te handhaven. Daarom viel de keus op een route via Leiden (inclusief een stukje stappen over het deftige Rapenburg) naar Den Haag (mét een passage van de 'oranje' Villa Eikenhorst en Huis ten Bosch).

En dus lopen we nu ook door Papenveer (gemeente Ter Aar), waar de rooms-katholieken ('papen') vroeger een veer over de Aar hadden om in Langeraar ter kerke te gaan. Ze liepen dan vervolgens over het Kerkpad tussen de beide Langeraarse Plassen. Dit romantisch weggetje, dat niet in het Marskramerpad is opgenomen, had ons de drukke Paradijsweg bespaard. Maar dan hadden we de Smidskade gemist, die langs de plas loopt.

Volgens moderne visionairs in de architectuur is het Groene Hart alleen maar aantrekkelijk voor de 'recreërende masochist' en is de schoonheid van het Groene Hart 'ons grotendeels aangepraat'. Maar afgezien van het Paradijs der Papen lopen we een aangename wandeling in een prachtig entourage. We kozen de etappe die begint in de Lourdesgrot van Noordeinde, bij Zevenhoven, en eindigt bij een gedenksteentje in Woubrugge voor Jan de Bakker, de eerste protestant die om het geloof op de brandstapel werd gezet.

Achter de parochiekerk van St. Jan Geboorte in Noordeinde staat een negentig jaar oude grot, waar 'Maria in het veen' wordt vereerd. Jaarlijks op of rond 15 augustus trekt zij in haar nepgrot van Ardenner rotsblokken een stoet van bedevaarders. Ook op andere dagen buigen er geregeld mensen in dit 'genadeoord' naast het beeldje van St. Bernadette Soubirous neer tot de bijna levensgrote witte beeld van O.L. Vrouw van Lourdes te bidden.

Noordeinde-Nieuwveen lopen we over de weg, maar dat ongemak wordt gecompenseerd als we aan het eind van de Liemeer met een overstap over een hek mogen en een stukje grassige Schoterroute volgen. We bereiken het stille Nieuwveen via het St. Nicolaaspad. Na de hervormde kerk mogen we het dorp weer uit via de groene achterdeur -een verrassend graspad in een gebied waar boeren lang niet overal zo gastvrij voor wandelaars zijn. Was er in Nieuwveen geen kroegie open, in De Sfeerstal aan de Hoogendijk kan er tussen de boeketten droogbloemen bijna altijd wat gedronken worden.

In Papenveer steken we de gekanaliseerde Aar over en zakken langs een schattig oud sluisje af. Hier staat nog een oud station van de spoorlijn waarmee de tuinders hun producten naar Amsterdam en Haarlem brachten. Na het avontuur in het Paradijs komen we in de stilte van de plassen, die slechts even onderbroken wordt bij de Grote Brug van Langeraar. Een beeld van drie schaatsfiguren herinnert ons eraan dat we in de gemeente van de legendarische schaatsfamilie Van der Hoorn. Bij Rijnsaterwoude begint ons laatste stuk, helaas weer over de (Zwet)weg. Het dijkje van de Zwetpolder, dat uitzicht geeft over het Braassemermeer, is veel mooier maar verboden terrein. We lopen Woubrugge binnen over het paadje op de oostoever van de Woudwetering. Tussen woonkamer en water, bijna over het terras van het oude Raedthuys. Hier werd rechtgesproken door 'welgebooren mannen' en is nog steeds een gevang met secreet en gijzelkamer.

Net over de brug is de hervormde kerk uit 1653 ons eindpunt. In het dorp van calvinistische zwaargewichten zou de opwekking niet misstaan waarmee protestanten in 1853 de straat op gingen uit protest tegen het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie: 'Protestanten wordt nu wakker, gedenkt het lot van Jan de Bakker!' Maar Woubrugge doet niet aan heldenverering, ook niet voor de gewezen priester Johannes Pistorius uit Woerden, die zich in 1522 bekende tot de 'nije (lutherse) leer'. Hij droeg geen mis meer op, trouwde en werd bakker (vandaar zijn Latijnse naam) in Woubrugge waar hij echter al snel vanwege zijn ketterse opvattingen achter de tralies belandde. In 1525 werd hij ter dood veroordeeld en op 25 september op het Binnenhof in aanwezigheid van landvoogdes Margaretha op de brandstapel gezet. Geen grot voor de eerste protestantse martelaar in de Lage Landen, geen bedevaart, alleen een bescheiden gedenkplaat aan de kerk. Naast de bakker.

mailIcon print |