en in veel stinzentuinen en heemparken elders in het land. Geelsterren zijn zeldzame bolgewasjes, met vier inheemse soorten: de bosgeelster, de weidegeelster, de akkergeelster en de schedegeelster. De laatste twee staan op de rode lijst van bedreigde planten.
Op sommige landgoederen is de bosgeelster als eeuwen geleden aangeplant siergewas zo talrijk dat grote stukken gazon geel zien van de bloemen. In de Achterhoekse bossen moet je echt zoeken naar de leliebloempjes, zeker waar ze samengroeien met speenkruid, dat nu ook volop bloeit met goudgele bloemen.
In tegenstelling tot speenkruid komen veel insecten op de geelsterbloemen, met name honingbijen, graafbijen en hommels. Een van de mooiste graafbijtjes die nu beginnen te vliegen, is het vosbijtje, dat inderdaad een vosrode vacht heeft. Vliegend in de zon is het net een gloeiende vonk. Behalve de geelsterren bezoekt het ook sterhyacintjes, madeliefjes en klein hoefblad en wat later in de lente de wilgenkatjes en de bloesems van sleedoorn en krentenboompje.
Er zijn veel bloeiende planten bij gekomen: klimopereprijs en kleine veldkers langs wegen en in niet al te netjes onderhouden plantsoenen, het bescheiden groen bloeiende muskuskruid in bossen in het oosten van ons land en het hondsviooltje in de duinen. Gisteren hoorde ik de eerste uit het zuiden teruggekeerde tjiftjaf luid en duidelijk zijn eigen naam zingen in de winderige top van een hoge els.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.