Peter Henk Steenhuis volgt de ontwikkeling van de taal van zijn zoon. Aflevering 36: Taalverlies
De kleine baas is drammerig. Hoe meer het zusje krijgt hoe eigenwijzer hij wordt. En zij mag ook nog eens altijd in de kinderwagen, altijd, zelfs als hij erin wil.
Op weg naar de markt eiste hij zijn verloren positie op. Staande voor het stoplicht zei hij: 'De kinderwagen is te groot voor Hille.'
'Nee, hoor', zei ik, 'ze ligt prachtig, niet?'
'Nee. Ik ben klein, ik ben klein, ik ben nog klein. Ik mag in de kinderwagen, samen met Hille.'
Het stoplicht sprong op groen.
'Dat kan niet,' zei ik. 'Kom, geef me een hand, we gaan.'
'Dan moet Hille in het zakje.' Hij doelde op de draagzak, waarin ik haar veel vervoer.
We waren halverwege de Rozengracht.
'De draagzak heb ik niet bij me.'
'Dan wil ik niet meer mee!' Hij begon te huilen, en om zijn dreigement kracht bij te zetten, liet hij zich vallen.
Daar lag hij, midden op het kruispunt van de Prinsengracht en de Rozengracht - toch geen zebrapad in een stille woonwijk. Hij begon te schoppen, te slaan. In de verte rinkelde een tram. Het licht moest weer op rood zijn gesprongen. Ik gooide de kleine baas over mijn schouder, en al vechtend kwamen we aan de overkant van de straat. De taal had hem verlaten, en met de taal de redelijkheid.
Zijn woedeaanval duurde een markt lang. Maar op de terugweg leek hij te begrijpen dat er met stroop meer valt te bereiken. Vlak voordat we thuiskwamen, begon het zusje te huilen. Hij boog zich over de kinderwagen, aaide haar hoofd en zei: 'Stil maar, Hille. Stil maar.'
Toen het zusje nog niet ophield, en hij kennelijk het vermoeden kreeg dat ze moe was, begon hij te zingen. 'Slaap maar zacht, lieve Hille, slaap maar zacht, droom maar fijn, slaap maar zacht, lieve Hille, er is morgen weer een dag.' Hetzelfde lied zongen wij voor hem.
Het werkte, het zusje hield op met huilen. De kleine baas kwam naast mij lopen en pakte mijn hand. Glimmend van trots zei hij: 'Nu ben ik weer lief, hè?'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.