*

 

Het opsluiten van mensen is een vak

Malika el Ayadi − 06/03/04, 00:00

Wil de samenleving nog investeren in draaideurcriminelen? Nee, weet het ministerie van justitie. Ze leveren geen bijdrage aan de maatschappij en een toekomstige baan is vrijwel ondenkbaar nu de werkeloosheid groeit. Opsluiten, dus. De nieuwe koers opgetekend vanuit het Detentiecentrum Zeist.

Daklozen, verslaafden en kleine criminelen worden sinds kort uit het hele land per busjes naar Zeist gereden. De politie-arrestanten worden in groepen afgeleverd op de stoep van het Detentiecentrum. Directeur J. Wiersma: ,,We hebben plek voor 900 gedetineerden. Naast de arrestanten zijn hier ook veelplegers, illegalen en drugskoeriers.''

Nog geen twee jaar geleden was het uitgestrekte terrein naast het vliegbasis Soest vrijwel uitgestorven. Nu staan er honderdvijftig witte zeecontainers, die aan elkaar zijn gekoppeld met een gang er tussen. De anderen zitten in bestaande en mobiele noodgebouwen. Het terrein heeft geen keuken en nauwelijks kantoren.

,,Gewijzigde maatschappelijke opvattingen'', noemt Wiersma dat in zijn kamer. De gevangenen krijgen zeven keer per week magnetronmaaltijden die ze zelf op cel kunnen opwarmen. Na vijf uur is er, vanwege de bezuinigingen, nauwelijks personeel. De beveiligers zijn niet in vaste dienst, maar ingehuurd via Securicor Beveiligingsbedrijf.

Wiersma begon aan de klus in februari 2002. Hij werd gebeld door de Dienst Justitiële Inrichtingen van het ministerie van justitie. Hoge ambtenaren vroegen of hij iets nieuws wilde doen. ,,Ze hadden net een concept-noodwet af om alle aangehouden bolletjesslikkers vast te zetten in bijvoorbeeld kazernes.''

Wiersma, toen nog gevangenisdirecteur in Almere, ging in op het aanbod en bevond zich daarna in een niet te stoppen lawine. ,,Op donderdag zei ik ja en op maandag werden al de eerste slikkers verwacht. Het grenshospitium in Amsterdam was mijn gebouw en verder was er niets. Geen personeel, geen computers, zelfs geen telefoon.''

De noodwet van oud-minister Korthals is voor het gevangeniswezen een breuk met het verleden. Voor het eerst sinds de Penitentiaire Inrichtingenwet (PIW) uit 1953 werden gevangenen weer bij elkaar opgesloten. Ze mochten een uurtje per dag luchten, beperkt familie ontvangen en bellen. Meer niet. De nieuwe wet meldde niets over sporten, werken of recreëren.

Wiersma belde na zijn aanstelling op donderdag meteen Randstad Uitzendbureau. Die zondag werd hij uitgenodigd op hun hoofdkantoor. ,,Ik trof een zaal vol mannen aan die rond de muntwisseling euro's hadden vervoerd. Ze waren allemaal gescreend. Ik stelde mij voor, gaf hen uitleg en het adres van hun nieuwe baan.''

Die zondag vlogen Britten over uit Engeland. Managers uit de beveiligsbranche die de uitzendkrachten moesten aansturen. De eerste tijdelijke gevangenis begon met 25 gedetineerden en verdubbelde binnen een maand in bezetting. Weer een maand later telde de nieuwe gevangenis 180 drugskoeriers, allemaal in meermanscellen.

De aangehouden koeriers bleken al snel niet allemaal slikkers; ook woonden ze niet allemaal op de Antillen, maar veelal gewoon in Nederland. Omdat het hospitium tijdelijk was, ging justitie op zoek naar een locatie waar de gevangenen voor langere tijd konden worden vastgehouden. De plek werd gevonden in de bossen van Zeist.

Wiersma: ,,Ik liep op het terrein met een architect die voortdurend met een tekenblok in zijn hand liep. Er moesten tralies komen voor de gebouwen die er stonden. Prikkeldraad en hekken. Omdat we vier op één cel wilden, moesten in de cellen ook wc-hokken komen.''

In augustus van dat jaar verhuisde de hele handel van Amsterdam naar Zeist. De stroom gevangenen hield niet op. ,,We lieten zeecontainers komen, zetten die op het terrein en sloten ze aan elkaar met een gang er tussen. In iedere container pasten twee drugskoeriers. Bij alles dachten we: kan het iets goedkoper?''

Sinds een half jaar worden in Zeist ook veelplegers, illegalen en politie-arrestanten opgesloten. Hoewel de nieuwe gevangenis de sfeer uitademt dat alles wat er gebeurt tijdelijk is, staat inmiddels vast dat dat niet zo is. Het kabinet wil het centrum dat tijdelijk bedoeld was voor bolletjesslikkers structureel gebruiken voor overlastgevers en draaideurcriminelen.

Er waait een nieuwe wind door het gevangeniswezen. Locatie-directeur Wiersma: ,,we vragen ons hier bijvoorbeeld af of zaken die andere gevangenissen wel regelen, nog wel moeten. Is bijvoorbeeld een dagprogramma met twee uurtjes arbeid wel nodig? Er zijn nu al 700000 werkelozen. En als je gezeten hebt, dan val je toch al snel af bij het vinden van een nieuwe baan. Je kunt hen beter leren omgaan met het niet hebben van arbeid.''

Wiersma's motief is dan ook financieel. ,,Natuurlijk, met het onderdeel arbeid leren ze regelmaat, ze leren bezig te zijn en het verdrijft de verveling, maar het is een dure activiteit. Je hebt ruimte nodig, werkmeesters, je moet de hort op en bedrijven zoeken en een administratie bijhouden. Ik merk dat ik het gemis kan beperken door de gevangenen een uurtje langer te laten luchten of te laten recreëren.''

De nieuwe centrale vraag voor de gevangenissen: waar investeren wij nog in? Wiersma: ,,Uit justitie-onderzoek blijkt dat veel veelplegers zitten op een 'point of no return'. We hebben dus te maken met criminelen die blijvend de wet overtreden.''

Nu de kijk op criminelen is veranderd, kan het beleid niet achter blijven, vindt Wiersma. ,,Als we ons hadden gehouden aan de penitentiare inrichtingenwet, dan waren deze centra niet van de grond gekomen.'' Om aan de voorwaarde 'arbeid' te voldoen, biedt hij schoonmaakbaantjes. Daarmee vangt hij twee vliegen in een klap: het complex wordt schoongemaakt en hij voldoet aan de wet.

Waar de grens ligt van het nieuwe beleid is onduidelijk. Wiersma: ,,Ik zit in een werkgroep waar we ook kijken naar nieuwe detentievormen voor de jeugd. Als je mij vraagt of ik jeugdigen ook onder het sobere regime zou opsluiten, zeg ik niet meteen nee. Het lastige is alleen dat de jeugd vaak kort zit, niet langer dan zes weken.''

Zeist kent geen avondprogramma. De celdeuren sluiten na vijf uur 's avonds en gaan de volgende dag weer om acht uur open. Het scheelt de directeur personeelsuren. Ook wil hij de hekken verhogen zodat hij met minder beveiliging uit de voeten kan.

Veel van het uitvoerende personeel werkt op tijdelijke basis voor uitzendbureaus. ,,We leiden ze zelf binnen acht dagen op. Het verloop is beperkt, net zoals het ziekteverzuim. We hebben tot dusver geen ordeproblemen gehad. De isoleercel gebruiken we nauwelijks.''

Omdat de landelijke media niet eerder in het detentiecentrum in Zeist binnen zijn geweest, gaat Wiersma liever zelf voorop. Op de afdeling politie-arrestanten is een vleugel voor Amsterdam en Utrecht. Verslaafden en daklozen uit die steden worden hier voor maximaal tien dagen opgesloten. Daarna worden ze losgelaten-om ze vaak binnen een maand weer te verwelkomen.

Niet al het personeel vindt dit even makkelijk. Vooral de oude garde heeft geleerd dat het opsluiten van mensen een vak is. Zoals een geestelijke verzorger, die van Wiersma niet met zijn naam in de krant mag. Vooral het opsluiten van illegale vrouwen, soms in Nederland geboren, bezorgt hem slapeloze nachten.

In een gang houdt de predikant, duidelijk worstelend met zijn loyaliteit, zijn directeur aan. ,,De nieuwe wind die hier waait, doet mij denken aan wat wij vroeger zagen in het buitenland. Cellen vol mensen die alleen maar werden opgesloten.''

Hij heeft zijn directeur daarover een brief geschreven en zet in het noodgebouw zijn argumenten bij. Vertwijfeld: ,,We breken toch iets af waar we veertig jaar aan hebben gewerkt.'' Maar de directeur houdt voet bij stuk. ,,Als een nieuwe koers is vastgesteld, dan kan iemand niet steeds aan het stuur blíjven trekken. Je moet mee en anders nemen wij afscheid van elkaar. We kunnen samen zoeken naar een andere baan binnen justitie.''

Maar, vraagt de predikant zich af, welke koers wordt er dan bedoeld? ,,De collega's roepen heel andere dingen dan de minister. We richten ons alleen nog op het straffende gedeelte. Wat kansrijk is wordt in de toekomst bepaald door een scan, niet door mensen.''

Wiersma is dan kort: ,,Het gaat om gedetineerden die niet wíllen. We hebben het jarenlang geprobeerd en het houdt een keer op.'' Maar dat vraagt de geestelijke verzorger zich af. ,,Je hebt het over levens die bestaan uit een aanschakeling van teleurstellingen.''

Terug in zijn opgeruimde kantoor vraagt Wiersma of alles duidelijk is. Hij haalt een interview met hem aan, zeven jaar geleden in Trouw. Als directeur in Almere had hij toen kritiek op het beleid van de toenmalige minister Sorgdrager, die voorstelde een sober regime in te voeren voor gevangenen die korter zitten dan vier maanden. Wiersma had daar grote moeite mee.

Toen zei hij: ,,Het zijn gedetineerden in wie we kennelijk niet meer hoeven te investeren, die na hun straf zo de maatschappij weer worden ingestuurd. Maar zit de samenleving daar op te wachten?'' Wiersma geeft nu zelf het antwoord: ,,Voor wie doen wij dit werk? Ik denk dat we dit werk voor de maatschappij doen. Dat uurtje recreatie maakt voor de gevangenen niet uit als je het hebt over hun terugkeer naar de samenleving.''

mailIcon print |