*

 

Meer passie graag, voor de publieke zaak

Yoram Stein − 06/03/04, 00:00

Anders dan Amerikanen leren Nederlanders niet om passie op te brengen voor het algemene welzijn en de publieke zaak. Nederlanders werpen zich weliswaar graag op als lichtend voorbeeld voor de rest van de wereld, maar ze vergeten de deugden te cultiveren die hun eigen democratie in stand moeten houden.

Hoogleraar Nieuwste Geschiedenis James Kennedy, riep gisteren tijdens zijn inaugurele rede aan de Vrije Universiteit dan ook op tot meer passie voor de publieke zaak, om te beginnen aan de universiteiten.

Wat beschouwt een Nederlander als essentieel om een goed mens te kunnen zijn? Een pragmatisch antwoord hierop kenmerkte eeuwenlang het beleid van Nederlandse overheden, stelt Kennedy, die aan de VU opvattingen over 'publieke deugd' onderzoekt. Zaken van algemeen belang werden in Nederland van oudsher in de handen van 'deskundigen' gelegd.

Kennedy: ,,De laatste halve eeuw heeft dit patroon zich voortgezet in de ontwikkeling van een verzorgingsstaat, waarbij de overheid - en niet het individu - de zorg voor de zwakkeren in de samenleving op zich nam.'' Maar vervolgens reageerde de overheid op de toenemende individualisering door zich steeds terughoudender op te stellen in het opleggen van normen. Plichten van het burgerschap werden niet gedefinieerd. Zo kon het gebeuren dat Nederland - ooit een diep godsdienstig land, waarin de elites van de zuilen alle politieke beslissingen namen - veranderde in een land waarin niemand meer leek na te denken over wat in het belang van allen was.

Deze verandering ging erg snel. Zo'n twintig jaar geleden trof de Amerikaan Kennedy in Nederland nog een zeer moralistische sfeer aan. ,,De gedachte van Nederland als gidsland voor de wereld was toen op haar hoogtepunt. Kenmerkend voor die periode was de populariteit van idealistische vredes- en milieubewegingen.'' Hij herinnert zich nog de stickers: 'Maak het leger leger', 'Een beter milieu begint bij jezelf', en in de badkamers: 'Kraan dicht - verspil geen water'.

Kennedy noemt dit onze 'ethische erfenis', maar volgens hem hebben de Nederlanders die de afgelopen jaren behoorlijk slecht onderhouden. ,,De verwarring in Nederland van de afgelopen jaren komt voort uit het gevoel dat er te weinig geïnvesteerd is in de publieke zaak. Zo hebben de Nederlanders veel minder dan de Amerikanen aandacht besteed aan de deugden die nodig zijn voor goed burgerschap in eigen land, maar hebben ze zich meer gericht op deugden die voortvloeien uit hun passie voor het publieke welzijn wereldwijd.''

De hoogleraar zegt dat deze passie voor goed burgerschap is ,,waar het in de democratie ten diepste om gaat: om de manier waarop wij elkaar verantwoordelijk houden, waarop wij met elkaar spreken, met elkaar in debat gaan, elkaar vermanen en elkaar soms de opgeheven vinger voorhouden. Dat is wat ik in Nederland in kaart wil brengen, de contouren van de discussie en de min of meer expliciete deugden die essentieel worden geacht voor het zijn van een goed mens en een goede samenleving.''

Eerbied voor het verleden, vrijgevigheid ten opzichte van onze naasten, en hoop op een betere toekomst beschouwt Kennedy als de drie basisdeugden. Maar als het om eerbied voor het verleden gaat, zijn de Nederlanders dubbelzinnig. Enerzijds hechten ze veel waarde aan de plechtige herinnering van de Tweede Wereldoorlog. Anderzijds hebben zij last van radicale vernieuwingsdrift.

Over de vrijgevigheid, zegt Kennedy, dat de grenzen van de Nederlandse verzorgingsstaat steeds wijder zijn opgerekt. Het geloof in een solidariteit zonder grenzen werd onder meer uitgedragen door de kerken in Nederland. Zo moest je gul zijn in het geven van ontwikkelingshulp.

Tenslotte behandelt Kennedy de hoop om van 'het moeras een paradijsje te maken'. De gedachte dat Nederland een lichtend voorbeeld voor de rest van de wereld is, werd na Srebrenica en de moord op Pim Fortuyn een stuk ongeloofwaardiger. ,,Maar het is goed om stil te staan bij de waarde van het hebben van hoop voor de toekomst in de gemeenschappelijke politieke discussie en de praktische democratische politiek, want zonder hoop gaat de politiek een moeilijke tijd tegemoet.''

Universiteiten, zo besluit Kennedy zijn rede, zouden een sleutelrol moeten vervullen. ,,Het is essentieel dat universiteiten erkennen dat zij een publieke taak hebben, en dat zij studenten geschikt moeten maken voor de wereld, voor het publieke leven, en niet slechts voor hun eigen specialisatie.''

mailIcon print |