*

 

Speuren naar Hollandse meesters: dat is het werk van Lia Gorter. Ze zoekt vooral in Oost-Europa.

door SUZANNA JANSEN − 16/06/04, 00:00

In haar kantoor-aan-huis hangt eigen werk: een geplastificeerd vlechtsel met een nauwe gleuf, waarachter een oer-Hollands polderlandschap te begluren is. Tenminste, voor wie de moeite neemt goed te kijken. Het lijkt op het speurwerk dat ze met haar Stichting Cultuur Inventarisatie verricht: ze zoekt Nederlandse en Vlaamse kunst die buiten onze grenzen in de vergetelheid is geraakt. Lia Gorter, 62, grasduint in de kunstcollecties van de Indiaase maharadja's, scant de Cubaanse staatsdepots, en zoekt in Jaroslavl of Tver naar Hollandse meesters. ,,Er zijn nauwelijks fondsen voor te vinden'', zegt ze, ,,maar dit moet gewoon gebeuren.''

,,Je moet je voorstellen'', zegt Gorter, ,,in een Russisch provinciemuseum hangen vaak veertig, vijftig westerse schilderijen in het depot, waarvan niemand precies weet wat het zijn.'' De doeken staan geregistreerd als 'Europees', de schilder heet vaak 'anoniem'. Omdat zulke musea te armlastig zijn voor een specialist in Nederlandse kunst, doen ze een beroep op de stichting. Gorter vindt subsidie - of vindt het niet - en dan trekt ze erop uit, samen met een kunsthistoricus en gewapend met een digitale camera. Het resultaat is een opgeschoonde inventarislijst en advies over het beheer van de collectie. Maar alle informatie gaat ook naar het Rijksbureau Kunsthistorische Documentatie: zo wordt de kennis vergroot over onze cultuurgeschiedenis en de ontwikkeling van individuele schilders.

Wie de vergeten kunst uit de Lage Landen traceert, trekt een spoor door de geschiedenis. In de 16de en 17de eeuw was deze kunst een exportproduct: er kwamen bestellingen uit heel Europa. Vorstenhuizen als het Habsburgse huurden kunstenaars in om kerken te versieren, portretten te schilderen en beelden te maken. Later waren het rijke kooplui en edellieden van Rusland tot India die werken aanschaften. Kunst was handelswaar in vredestijd, roofgoed tijdens oorlogen: zo raakten er talloze werken uit het oog verloren. Gorter vindt regelmatig stukken waarvan het bestaan in Nederland niet bekend is.

De meest spectaculaire vondst deed ze vorig jaar in Belgrado: een altaarstuk, dat als 'anoniem' in de depots hing. ,,We zagen meteen dat het bijzonder was'', zegt ze, al duurde het even voor iemand begreep dat het hier de verloren gewaande Johannes de Doper betrof van de middeleeuwse topschilder Juan de Flandes. Meestal gaat het om minder bekend werk: ,,Het is geweldig om een gesigneerd doek te vinden van een kunstenaar die wel bij het gilde van schilders staat ingeschreven, maar waarvan we geen enkel schilderij kennen.''

Het begon allemaal in Rusland, 1987. Als bestuurder van de Kunstenbond FNV kreeg Lia Gorter in Moskou toegang tot de depots van de (toen gesloten) Tretjakov Gallerij. Ze trof er werken van de Russische schilders Matvejev en Nikitin, die door tsaar Peter de Grote in de 18de eeuw naar de Lage Landen waren gestuurd om het vak te leren. Gorter, nog steeds verbaasd: ,,De basis van de Russische schilderkunst blijkt voor een deel in Nederland te liggen. Ik dacht: daar wil ik een tentoonstelling over maken.'' Het is wat haar drijft: de behoefte om bijzondere kunst voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk te maken.

Maar voor het zover kon komen, kreeg ze schildklierkanker. De ziekte zette alles op scherp. Ze vroeg zich af: wat wil ik in elk geval nog gedaan hebben? Het antwoord was: die Russische tentoonstelling. Gorter wijst op het litteken in haar hals: ,,De wond van de operatie was nog niet dicht, toen ik alweer in de nachttrein zat naar Nizjny Novgorod. Mijn ziekte was nog niet overwonnen, maar het werk hield me op de been.''

Gorter kwam in contact met kunsthistoricus Bernard Vermet, waarmee ze Russische provinciemusea bezocht voor de tentoonsteling. ,,Je staat versteld van wat er daar aan Nederlandse en Vlaamse kunst hangt.'' Tijdens een boottocht op de Wolga besloten ze: dit moeten we in kaart brengen.

Rusland is voor de Nederlandse en Vlaamse kunst van groot belang. Welvarende kooplui legden grote kunstcollecties aan, die tijdens de revolutie in 1917 door de staat werden geconfisceerd. Om het volk te verheffen besloten de communisten in elke provinciestad van betekenis een dwarsdoorsnee van de westerse kunst te etaleren. ,,Je vindt overal wel tien à vijftien kleine Hollandse meesters'', zegt Gorter. Wat er overbleef ging naar het antikvariat, winkels die de 'overbodige' schilderijen te koop aanboden. ,,Westerse diplomaten kochten zich wezenloos.'' De Tweede Wereldoorlog zorgde voor een verdere verspreiding van de collecties, zoals in Smolensk, waar twee treinen met museumstukken klaarstonden voor evacuatie, om ze uit handen van de oprukkende nazi's te houden. De ene trein vertrok op tijd, de andere niet. De locomotief werd eenvoudig aan de andere kant gekoppeld, en weg waren de cultuurschatten, richting Berlijn.

Hoe er met cultuur wordt omgegaan zegt vaak meer over politiek, dan over de kunst zelf, denkt Gorter. Ook anno 2004, nu aanstaande EU-lidstaten ineens belangstelling tonen voor hun Europese collecties. ,,We zijn bezig in Estland; nu willen Letland en Litouwen ook.''

Aan werk geen gebrek, aan geld des te meer. ,,Wij hebben geen cent,'' zegt Gorter. En dan beginnen haar ogen te glinsteren. ,,We komen ook veel vervalsingen tegen. Soms hele musea vol. Als ik echt oud ben ga ik daar nog eens een tentoonstelling mee maken'', zegt ze. ,,Maar nu nog niet. De echte schilderijen gaan voor.''

mailIcon print |