*

 

Naturalisatie Anne heeft niets onkies

Xandra Schutte − 09/10/04, 00:00

De naturalisatie van Anne Frank was bedoeld als een eenvoudig symbolisch gebaar. Het was een mooie manier geweest om te erkennen dat we in het verleden verkeerd zijn omgegaan met de joodse vluchtelingen. Daar is niets lijkenpikkerigs aan.

Er moet eerst een misverstand uit de weg geruimd. De -inmiddels afgewezen- naturalisatie van Anne Frank is géén voorwaarde voor haar nominatie als grootste Nederlander in het gelijknamige programma van de KRO. Nooit geweest ook. Het is zoals minister Donner zelf in deze krant schreef: 'Anne Frank (is) al lang Nederlander door assimilatie. Zij dacht, schreef en droomde als ieder Nederlands meisje van haar leeftijd.'

Anne Frank schreef het dagboek dat haar wereldberoemd maakte in het Nederlands; het Achterhuis, het bedevaartsoord waar dagelijks weer dikke rijen voor samendrommen, staat in Amsterdam; zij wordt in het buitenland en in eigen land als Nederlands beschouwd; zij maakt, kortom, ontegenzeggelijk deel uit van de Nederlandse cultuur.

In alle berichten en snijdende commentaren is de KRO beticht van een perfide publiciteitsstunt. 'Onkies' werd het verzoek tot naturalisatie genoemd . 'Opportunisme' was nog de aardigste kwalificatie, 'lijkenpikkerij' de lelijkste. En dat allemaal, luidde de belangrijkste verdachtmaking, voor zoiets platvloers als een tv-spelletje. Een symbool, wat heet: een heilige, wordt bezoedeld door de vette vingers van het amusement. Over gemakzuchtige argumentatie gesproken. De achtergrond van het verzoek is namelijk heel anders, en ik kan het weten, want ik was erbij betrokken.

Natuurlijk heeft Donner groot gelijk als hij stelt dat Nederlander een veel ruimer begrip is dan het enge nationaliteitsconcept. Voor het spelen van een historische rol, om uit te groeien tot een mondiaal voorbeeld van voortreffelijkheid, doet een paspoort er niet toe. Geen douane-ambtenaar zal het nauwgezet controleren, geen vreemdelingendienst zal er naar vragen. Toch is de uitspraak van Donner ook lichtzinnig. Want in deze tijd, en in de tijd van Anne Frank was dat niet anders, is het van cruciaal belang of iemand identiteitspapieren heeft en welk stempel die dragen. In een wereld op drift, voor vluchtelingen en vervolgden is zo'n op zich waardeloos papiertje een kostbaar bezit. Daar zijn overheden zich ook heel wel van bewust: ze zitten op paspoorten als een gans op gouden eieren.

Hoe jong Anne Frank ook was toen ze haar dagboek schreef, op verschillende plaatsen erin laat ze weten hoe graag ze een heldere nationale identiteit zou hebben. Ze noteerde hoe ze zich ervoor schaamde dat ze uit Duitsland kwam. Toen er in april 1944 werd ingebroken in het kantoor aan de Prinsengracht, waar het Achterhuis achter verscholen ging, en zowel de dieven als de politie duidelijk hoorbaar ronddrentelden voor de beroemde boekenkast die de schuilplaats camoufleerde, stonden de onderduikers doodsangsten uit. Anne Frank schreef daarna: 'Ik wou me graag opofferen voor het vaderland, maar nu, nu ik weer gered ben, nu is mijn eerste wens na de oorlog, maak me Nederlander! Ik houd van de Nederlanders, ik houd van ons land, ik houd van de taal en wil hier werken. En als ik aan de koningin zelf moet schrijven, ik zal niet wijken voor mijn doel bereikt is!'

Iedereen kent het verhaal van Anne Frank: van die brief aan de koningin is het nooit gekomen. Als stateloze stierf ze in Bergen-Belsen; daar ligt ze, met haar zus Margot, anoniem, met duizenden anderen in een massagraf. Het verzoek tot naturalisatie maakt die pijnlijke geschiedenis niet ongedaan. Het lot van Anne Frank verandert niet als ze alsnog officieel Nederlander was geworden, maar, en dat was de bedoeling, het verzoek kan wel worden gezien als een tegemoetkoming aan een nadrukkelijke wens. Een eenvoudig, klein, symbolisch gebaar. Dat moest het zijn, meer niet.

Al was de wens van Anne Frank natuurlijk niet ondubbelzinnig. Ze had in de eerste plaats in leven willen blijven, en als ze overleefd had, had ze allicht iets anders aan haar hoofd gehad. Het had ook heel goed gekund dat ze diep teleurgesteld was geraakt in de Nederlanders waar ze zo van hield. Maar uit haar dagboek blijkt al dat ze zich zeer bewust was van het vigerende antisemitisme onder Nederlanders -het stond haar wens Nederlander te worden niet in de weg.

Als zij wel het Nederlanderschap had kunnen aanvragen, vraagt Donner zich af, zouden we het haar dan hebben verleend? Hij constateert vervolgens dat Nederland niet zo hartelijk was voor de teruggekeerden uit de oorlog en niet vrijgevig was met het Nederlanderschap. Daarmee formuleert hij precies een andere achterliggende gedachte bij het verzoek tot naturalisatie. Nederland sloot voor de oorlog tijdelijk de grenzen voor vluchtelingen en voerde , zoals het nu heet, een uiterst restrictief vreemdelingenbeleid. Het latere doorgangskamp Westerbork was voor de oorlog al wat je nu een asielzoekerscentrum zou noemen, en ook toen al huisvestte het voornamelijk joden. Na de oorlog moesten statelozen, zeker als ze oorspronkelijk van Duitse komaf waren, vaak jaren wachten op een verblijfsvergunning.

Donner schrijft met de nodige pathetiek dat er, als we nu een royaal gebaar voor Anne Frank zouden maken, een ander joods meisje van Duitse komaf zou kunnen opstaan, dat de oorlog wél heeft overleefd, en dat het Nederlanderschap níét heeft gekregen. 'Dan', schrijft hij, 'moeten we alsnog het schaamrood op de kaken krijgen.' Maar dat schaamrood hoort allang onze kaken te kleuren. Nogmaals: door een postume naturalisatie van Anne Frank krijgt de geschiedenis geen andere loop, maar het zou nog weer eens aangeven dat wij ons schamen voor wat er toen is gebeurd.

mailIcon print |