zolang de vorst er niet overheen is geweest. Het zijn echte wilde pruimpjes met een grote rimpelige pruimenpit, die niet vanzelf van het vlees loslaat. Ze smaken alleen afschuwelijk wrang. De zwarte pruimen zijn wel mooi om te zien aan de nog bebladerde, donkerbruine takken. Ze zijn zo groot als een kers, maar kort gesteeld en prachtig blauw berijpt.
Ook na de vorst zijn de sleepruimen nog behoorlijk zuur. Geen bezwaar om ze te eten met honing, ze in jams te verwerken of ze te gebruiken als ingrediƫnt van verschillende dranken.
Een Engels recept voor sloe-gin (sleedoornjenever): vul een glazen pot voor een kwart met suiker en voor een kwart met sleepruimen, giet daar zoveel jenever over dat de drank tot vlak onder de rand van de pot komt, sluit de pot en laat de drank twee maanden trekken. Je moet de pot wel elke dag schudden.
Bewerkelijker is sleepruimenlikeur. Daarvoor moet je 250 gram sleepruimen wassen, van de pitten ontdoen en een dag in de zon laten drogen, daarna het vruchtvlees fijn drukken en overgieten met een liter brandewijn. Na vijf weken op kamertemperatuur in een fles trekken en dagelijks schudden moet je het aftreksel uitzeven. Dan ben je nog niet klaar: je moet 50 gram suiker in wat water tot stroop koken, dit al roerend door de brandewijn mengen en de likeur een maand laten staan. Het is een zeer te genieten surrogaat voor port.
Natuurgenezers maken een kalmerend, urine en zweet afdrijvend drankje van fijngedrukte sleepruimen door ze een kwartier in rode wijn te koken en daarna te zeven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.