*

 

Terreur dwingt tot samenwerking

Inez Polak − 09/10/04, 00:00

De aanslagen op Israëlische vakantiegangers in de Egyptische Sinai zetten de relatie tussen beide landen opnieuw onder druk. Maar beide hebben nu ook groot belang bij samenwerking in de zoektocht naar daders.

TEL AVIV - Israëliërs en Egyptenaren werkten gisteren niet alleen samen bij het puinruimen in Taba -zij zouden ook de handen ineengeslagen hebben bij het grotere onderzoek: wie zit er achter de aanslagen?

Daarmee begonnen ook gelijk de meningsverschillen. Want Cairo zag om politieke redenen al een connectie met het Israëlisch-Palestijnse conflict. In de Egyptische visie zouden de aanslagen in eerste instantie vooral gericht zijn tegen Israël en dus niet tegen Egypte.

Toen enkele Egyptische woordvoerders ook nog een direct verband legden tussen de aanslagen en het huidige Israëlische optreden in Gaza, schoot dat de Israëliërs helemaal in het verkeerde keelgat: de voorbereidingen voor de aanslagen waren immers niet een zaak van een week of zelfs een maand.

Israël heeft op zijn beurt goede redenen om de daders in de hoek van de internationale terreur te zoeken, en daarbij het Palestijns-Israëlische conflict een ondergeschikte rol toe te kennen. Het kreeg hulp uit onverwachte hoek: Palestijnse organisaties haastten zich gisteren om enige betrokkenheid bij de aanslagen op Egyptisch grondgebied te ontkennen. Een woordvoerder van de Hamas-beweging gaf zelfs een verklaring uit, waarin hij zei dat Hamas slechts in Palestina opereert en de soevereiniteit van de Arabische landen respecteert.

De plegers van de serie aanslagen op de vakantieoorden aan de Rode Zee hebben duidelijk twee vliegen in één klap willen slaan. Enerzijds waren zij gericht tegen de Israëlische vakantiegangers die jaarlijks in groten getale in de Sinai bivakkeren.

Anderzijds hadden zij het kennelijk ook gemunt op het 'gehate' regime van Hosni Moebarak in Egypte. Dat land is al eerder doelwit geweest van grote aanslagen, zoals in 1997 in Luxor, waarbij 58 toeristen omkwamen.

Ook nu hebben de aanslagplegers weer een gevoelige klap uitgedeeld, politiek en economisch. Toerisme is voor Egypte de belangrijkste bron van inkomsten, na de scheepvaart door het Suezkanaal. Verleden week nog kondigde de Egyptische minister van toerisme aan dat hij tot 2010 het aantal toeristen wil verdriedubbelen tot 12 miljoen per jaar. Dat is na donderdag een vrij onmogelijk streven.

De aanslagen leken aanvankelijk ook de relatie tussen Israël en Egypte onder druk te zetten. Tussen beide landen heerst sinds het bezoek van president Anwar Sadat aan Jeruzalem in 1977 en het sluiten van de vredesakkoorden twee jaar later, een vrij koude vrede. Die is ronduit ijzig sinds het mislukken van het vredesproces tussen Israël en de Palestijnen en het uitbreken van de intifada. Zo af en toe doet Egypte nog pogingen te bemiddelen tussen Israëliërs en Palestijnen, zonder al te veel succes.

Donderdagnacht duurde het voor de Israëliërs ook al veel te lang voordat Cairo de Israëlische reddingsploegen -die onmiddellijk waren uitgerukt- toestond de grens over te trekken naar het vlakbij gelegen hotel in Taba. In Israël waren dan ook verwijten te horen dat hierdoor mensenlevens verloren zijn gegaan. Tot er bevel van hogerhand kwam het geklaag te staken. Goede samenwerking is op dit moment belangrijker, zowel bij het bergen van de slachtoffers, maar ook in de strijd tegen het terrorisme.

Gisteren circuleerden al geruchten dat er nog meer aanslagen te verwachten waren in de Sinai. Het kon een paar duizend Israëliërs niet overtuigen zich bij de grote uittocht van de vakantiegangers te voegen. Hoewel Israël bussen had gestuurd om ze op te halen, prefereerden zij te blijven. ,,Bij ons zijn er toch ook aanslagen'', luidde hun onweerlegbare uitleg.

mailIcon print |