AMSTERDAM - Minister Verdonk wil dat de Rekenkamer onderzoek doet naar de doelmatigheid van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Want de IND kampt met problemen. Er is niets nieuws onder de zon.
In april 1996 verzekerde staatssecretaris Schmitz van justitie de Tweede Kamer: voor het eind van dat jaar zijn de achterstanden bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst weggewerkt. Vorige maand antwoordde minister Verdonk (vreemdelingenzaken) in antwoord op kamervragen: de inmiddels getroffen maatregelen beogen de achterstanden bij de IND voor het einde van het jaar weg te werken.
De problemen bij de IND zijn niet nieuw en herhalen zich zolang de dienst bestaat. De belofte van toenmalig PvdA-staatssecretaris Schmitz in 1996 volgde op hevige kritiek van de Nationale Ombudsman. Het ministerie van justitie was -niet voor het eerst, en voor het laatst evenmin- de grootste bron van klachten. Over de IND viel een klachtentoename van 154 procent te melden. ,,Maatregelen volgen elkaar in rap tempo op, maar resultaten zijn niet zichtbaar'', alus de sceptische ombudsman Oosting indertijd. In juli 1994 zei toenmalig IND-baas Hilbrand Nawijn -ook al in reactie op een ombudsmanrapport- te verwachten dat de achterstanden 'in de tweede helft van dit jaar zijn ingelopen'.
De IND is het laatste decennium onafgebroken een van de grootste klachtenleveranciers. Als een perpetuum mobile diende keer op keer het jaarverslag van de ombudsman zich aan. Vooral de (te) trage afhandeling van asielverzoeken zorgde voor de grootste grieven. Dossiers raakten zoek, telefoontjes en brieven bleven vaak onbeantwoord. In 1995 kwam bijtende kritiek van de Algemene Rekenkamer, bureau Berenschot en adviesbureau Regioplan én een ombudsmanrapport over het partijdige, onbetrouwbare en ondeskundige optreden van tolken in IND-dienst. In 1996 liet de Orde van Advocaten haar ongerief horen: de afhandeling van asielverzoeken en bezwaarschriften leidt tot onzorgvuldige beschikkingen, vond de Orde.
Ook de pogingen om de achterstanden weg te werken, leidde tot kritiek. Twee Groningse onderzoekers oordeelden in 1996 dat de snelheid waarmee de IND probeerde de achterstanden weg te werken 'onvermijdelijk leidt tot onverantwoorde besluiten'. Ook al in 1996 en wéér van de ombudsman: de kwaliteit van IND-contactambtenaren (die de asielzoeker vraagt naar zijn vluchtmotieven) laat sterk te wensen over.
Begin 1997 was de ombudsman voorzichtig optimistisch: er kwamen minder klachten, de meeste achterstand was weggewerkt. Door een hoger asielinstroom dan verwacht, moet staatssecretaris Schmitz in mei van hetzelfde jaar alweer melden dat de IND de aanvragen niet aan kan. Toch heeft ze er wederom 'alle vertrouwen' in dat het lukt de achterstand voor het einde van het jaar weg te werken, met hulp van extra ambtenaren. 1998 leverde een verdrievoudiging op ten opzichte van een jaar eerder. De nieuwe ombudsman Fernhout, in april 2000: ,,De IND blijft mijn grootste klant.''
Waren de IND-problemen in de jaren negentig nog enigszins te wijten aan de hoge instroom van asielzoekers, de laatste jaren geldt dat argument niet. De jongste achterstand wordt vooral toegeschreven aan de overdracht van taken van de vreemdelingenpolitie aan de IND en de computerproblemen die dat veroorzaakte.
Opwinding in de Tweede Kamer over de IND-situatie deed zich met dezelfde regelmaat voor als de ombudsmanrapporten. Effect had dat amper. Ook de laatste jaren zorgde kritiek op de IND steevast tot kamervragen. De herhaling van de problemen en de hoeveelheid klachten duiden echter niet op echte verbetering. D66-kamerlid Lambrechts: ,,Daarom ben ik blij dat minister Verdonk nu de Rekenkamer inschakelt. Als zij het niet had gedaan, hadden wij er wel om gevraagd. Het kan natuurlijk niet dat de IND keer op keer met achterstanden kampt. Dat moet nu maar eens afgelopen zijn.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.