Als het aan ondernemers ligt, moet de overheid zich er vooral niet mee bemoeien. Strategische keuzes worden gemaakt door de markt.
Ondernemers kunnen zien welke technologieën kansrijk zijn en welke niet. De overheid moet zorgen voor een gunstig klimaat: lage belastingen, zo weinig mogelijk bureaucratie, goede wegen, bedrijfsterreinen, goed opgeleide mensen. Maar de overheid moet niet op de stoel van de ondernemer kruipen.
Een andere opvatting is dat de overheid meer moet doen dan zorg dragen voor een goed klimaat. Als Nederland ooit weer tot de innovatieve voorhoede van Europa wil gaan behoren, moet ze kiezen op welke technologiegebieden ze haar -beperkte- middelen inzet. De keuzes voor de toekomst zijn te belangrijk om aan ondernemers over te laten.
Het schrijven van foresight studies, tot voor kort een bloeiende bedrijfstak, heeft aan deze opvatting veel te danken gehad. Analyses van de toekomst moesten vertellen waar nu de kaarten op gezet moesten worden. In vrijwel iedere nota van economische zaken dook hetzelfde rijtje op: ict, biotechnologie, nanotechnologie. En niet alleen bij ons EZ, maar ook bij de EZ's in andere landen.
Het zijn de modeartikelen op technologiegebied. Maar wat overheidsinvesteringen in die modeartikelen betekenen voor de Nederlandse bedrijvigheid is niet altijd duidelijk. Sommige technologieën staan (nog) ver van de industrie. En minder futuristische technologiegebieden, die voor de Nederlandse industrie belangrijk zijn, worden door de modeartikelen opzijgedrukt.
In het Innovatieplatform van Balkenende heeft de afgelopen maanden een debat gewoed tussen die twee visies op de rol van de overheid. Dat debat ging over de vraag: moet de overheid in haar technologiebeleid kiezen voor een beperkt aantal terreinen of die keuze overlaten aan de markt? De uitkomst kwam deze week op tafel in de vorm van een nota over sleutelgebieden.
Die benaming wekt de indruk dat het platform de overheid adviseert te kiezen. Dat doet het platform ook, maar het zegt tegelijkertijd dat die keuze niet vrij is. Het platform heeft ondernemingen en kennisinstellingen gevraagd voorstellen in te dienen voor sleutelgebieden. En het heeft daarna gekeken welke technologiegebieden sterk zijn in Nederland, wat betreft bedrijvigheid, onderzoek en ontwikkeling. Dat levert vier sleutelgebieden op: voeding en sierteelt, water, hightechsystemen, en de creatieve industrie (audiovisueel, multimedia).
Een heel ander rijtje dan ict, biotechnologie en nanotechnologie. Omdat er niet wordt gekozen voor nieuwe technologieën, maar voor bestaande sterkten in de Nederlandse industrie. Die benadering van het Innovatieplatform wordt overgenomen door het kabinet, in de Industriebrief die deze week naar de Kamer ging. Geen terugkeer naar het oude industriebeleid waarin de overheid het lot van hele bedrijfstakken in handen neemt. Wel meer aandacht voor gebieden waarop Nederland de internationale concurrentie aankan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.