De commissie-Schutte presenteert maandag het rapport naar gesjoemel met bekostigingsvoorschriften in het hoger onderwijs en het mbo.
DEN HAAG - In de politieke wandelgangen heet de affaire al jaren de hbo-fraude. Maar om persoonlijke zelfverrijking is het nooit gegaan, zo is gebleken.
Oud-politicus Schutte (GPV) en staatssecretaris Nijs (VVD) spreken steeds consequent over onregelmatigheden. Bovendien zijn de universiteiten en de bve-sector (beroepsonderwijs en volwasse neneducatie) erbij betrokken.
Of er met het rapport een einde zal komen aan de slepende affaire, zal maandag blijken. De commissie beloofde de onderste steen boven te krijgen. Maar de speurneuzen hebben geen kans gezien de circa 150 instellingen in het hoger onderwijs (hbo en wo) en bve-sector (beroeps- en volwasseneneducatie) door te lichten.
Enkele instellingen weigerden, met een beroep op de privacywetgeving, alle gevraagde informatie op tafel te leggen of kwamen te laat over de brug. Schutte wilde echter niet langer de andere instellingen en de politiek in het ongewisse laten.
Sommige besturen klaagden over de verlammende werking van het speurwerk van de accountants van Schutte op de werkzaamheden van hun instellingen. Ze vonden ook dat ze veel meer met de billen bloot moesten dan nodig was. Maar volgens een uitspraak van het College Bescherming Persoonsgegevens is Schutte binnen de wet gebleven. Het werk van de commissie heeft meer dan 10 miljoen euro gekost, drie keer meer dan de eerste begroting.
De linkse oppositie zal de rapporten van Schutte c.s. met het nodige wantrouwen tegemoet zien. PvdA, SP en GroenLinks hadden liever een eigen parlementair onderzoek gedaan naar de hbo-fraude, maar daarvoor bleek geen meerderheid in de Tweede Kamer te vinden. Het voorstel van staatssecretaris Nijs om de onkreukbare geachte Schutte een onafhankelijk onderzoek te laten instellen boezemde voldoende vertrouwen in bij de meerderheid. PvdA, SP en GroenLinks vonden de onafhankelijkheid niet gewaarborgd en houden nu zelf hoorzittingen over de kwestie. PvdA-kamerlid Tichelaar heeft diverse malen forse kritiek geuit op Schutte. De oud-politicus zou zijn onderzoek ongevraagd hebben uitgebreid naar de besteding van de middelen door instellingen, terwijl hij alleen de inkomsten had mogen bekijken. Schutte negeerde deze kritiek van de PvdA.
De affaire begon in de zomer van 2001 toen 'klokkenluider' De Jong als oud-directeur van de Hogeschool IJsselland een brief naar de toenmalige minister Hermans (VVD) schreef. Daarin beschreef hij hoe hbo-scholen buitenlandse studenten van commerciële masters als gewone Nederlandse studenten inschreven. Een eerste eigen onderzoek van OCenW leerde dat zes instellingen met inschrijvingen rommelden en te veel geld hadden geïncasseerd. Als oorzaak werd aangevoerd dat de hogescholen de 'markt' op moesten van de achtereenvolgende ministers om aan extra geld te komen. In dit perspectief was het niet onlogisch dat ze de grenzen van de bekostigingsvoorschriften opzochten. Hermans droeg de instellingen (ook universiteiten en mbo-opleidingen) vervolgens op vrijwillig alle zaken te melden die het daglicht niet konden verdragen. Uit dit 'zelfreinigende' onderzoek kwam naar voren dat bijna de helft van de hbo-instellingen en diverse universiteiten en mbo's de hand hadden gelicht met de voorschriften.
De door de Tweede Kamer ingeschakelde Algemene Rekenkamer maakte korte metten met dit niet-onafhankelijke onderzoek. Er waren indicaties dat het uit de hand gelopen declaratiegedrag omvangrijker en ernstiger was dan gemeld. Een totaal bedrag wilde de rekenkamer dan ook niet noemen. Er was bovendien veel kritiek op het departement dat te weinig werk had gemaakt van de controle op de inkomsten van de instellingen.
Het resultaat was dat Schutte werd ingeschakeld. Instellingen waarvan de commissie zegt dat ze inderdaad gesjoemeld hebben kunnen rekenen op vervolgonderzoeken en mogelijk het terugbetalen van te veel gekregen rijksbekostiging.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.