De leeftijd waarop meisjes anorexia nervosa krijgen wordt steeds lager. Jeugdpsychiater Annemarie van Elburg spreekt vandaag, op de publieksdag van het Nationaal fonds geestelijke volksgezondheid, haar zorg uit over deze ontwikkeling.
UTRECHT - Ongeveer 8 van de 1000 pubermeisjes hebben een eetstoornis. Soms boulimia, meestal anorexia nervosa, die door ouders gevreesde ziekte waarbij hun kind zich uithongert maar nog altijd meent dat het te dik is.
Het percentage zeer jonge patiënten onder deze groep neemt toe, signaleert A. van Elburg, jeugdpsychiater in het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC). Zij zijn er bovendien vaker slechter aan toe dan de wat oudere patiënten, en moeten aan het begin van de behandeling vaak opgenomen worden omdat ze ernstig ondervoed zijn.
,,Er zijn nog geen landelijke cijfers, maar wij zien hier in het UMC dat de gemiddelde leeftijd daalt van de meisjes die naar ons doorverwezen worden'', zegt Van Elburg. ,,Andere gespecialiseerde klinieken voor meisjes met anorexia rapporteren hetzelfde.'' Was in 1999 de gemiddelde leeftijd van de anorexiapatiënten in het UMC nog 16 jaar, in 2003 lag die op 15. Het deel dat jonger is dan 14 jaar steeg in diezelfde periode van 8 naar 24 procent.
De verjonging van haar patiëntenpopulatie baart de psychiater grote zorgen. Door hun lage leeftijd en geringe lichaamsgewicht hebben deze meisjes (soms jongens) minder reserves. Als ze gaan lijnen, komen ze dus eerder in de gevarenzone en lopen ze vaak blijvende gezondheidsschade op. Temeer daar jonge kinderen met anorexia vaak abrupt stoppen met eten en drinken, terwijl oudere patiënten meer geleidelijk vermageren. ,,Ze raken daardoor snel in een slechte toestand en moeten vaak worden opgenomen'', zegt Van Elburg. ,,Deze patiënten hebben later een hoog risico op botontkalking, maar ook op jonge leeftijd breken zij sneller iets vanwege de slechte opbouw van hun botten. Ook leveren ze vaak een heel stuk lengte in.''
Bij kinderen van een jaar of 10, 11 is het ziektebeeld moeilijker te herkennen, omdat ze nog niet goed over zichzelf kunnen praten of kunnen verklaren waarom ze bepaald gedrag vertonen. ,,Bij zulke jonge kinderen moeten we heel concrete vragen stellen om de diagnose te kunnen stellen.'' Is die eenmaal gesteld, dan is snelle hulp geboden. Vanwege alle lichamelijke risico's van anorexia, maar ook vanwege de psychosociale gevolgen. ,,Deze kinderen doen in een cruciaal moment van hun ontwikkeling een hele tijd niet mee met het normale leven. Ze zijn al onzeker en door hun ziekte wordt bijvoorbeeld de overgang naar de middelbare school er nog moeilijker op.''
De lagere leeftijd bij aanmelding van deze patiënten is deels een goed teken. Ouders zoeken eerder hulp en weten beter dan vroeger waar ze terechtkunnen. De tijd tussen het ontstaan van de eetstoornis en het krijgen van hulp neemt daardoor af. Maar er zijn ook andere oorzaken. De meest gangbare theorie is tegenwoordig dat meisjes anorexia krijgen door een genetische kwetsbaarheid voor de ziekte. De eetstoornis zelf, zo is de veronderstelling, wordt vervolgens uitgelokt door lijnen. Van Elburg: ,,Kinderen zijn nu langer en zwaarder op jonge leeftijd, waardoor ze eerder praten over lijnen en ook eerder diëten gaan volgen. Op de basisschool is dat al heel normaal. Zo is ook te verklaren dat de genetisch kwetsbare kinderen vroeger anorexia ontwikkelen.''
Daarom moet ook vroeger begonnen worden met voorlichting. Bestaande preventieprogramma's zijn gericht op scholieren van 13, 14 jaar, maar Van Elburg pleit ervoor om een nieuw programma te ontwikkelen voor basisscholieren van een jaar of 10. ,,Zo'n les moet niet zozeer over eetstoornissen en ziekte gaan, maar over de gezonde kanten van eten en over gezond gewicht. Dan blijkt vanzelf of er leerlingen zijn die daar gekke gedachten over hebben en kan daarover gepraat worden.''
Verder pleit Van Elburg voor een concentratie van de kennis over anorexia bij jonge kinderen. ,,De groep patiënten is niet groot genoeg om overal in Nederland deskundige hulpverleners op te kunnen leiden. Dit ziektebeeld vergt zo'n gespecialiseerde aanpak, dat je die moet concentreren in een paar ziekenhuizen.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.