die daar gewoonlijk uitgroeien tot brede struiken. Hun katjes komen in bloei voordat het blad verschijnt. Wilgen zijn tweehuizig: meeldraadkatjes zitten op mannelijke struiken, stamperkatjes op vrouwelijke. De mannelijke struiken vallen al uit de verte op door hun zwavelgele kleur. De vrouwelijke zijn zilvergrijsgroen. Ook mooi als je ze van dichtbij bekijkt, maar heel wat bescheidener van aanblik. Insecten maken weinig onderscheid, want de katjes van beide geslachten ruiken overheerlijk naar nectar. En om die nectar is het de insecten te doen. Op vroeg bloeiende wilgen komen andere insecten dan op de wilgen die tegelijk met het ontluikende blad bloeien, wat pas begin april is. Allereerst verschijnen de hommels en bijen, veel vliegen en vooral ook zweefvliegen. En natuurlijk de eerste ontwaakte dagvlinders: kleine vos, gehakkelde aurelia en dagpauwoog, die ook de hoofdjes van het klein hoefblad om de nectar bezoeken.
's Nachts zwermen tientallen nachtvlinders om de wilgenkatjes. Bij kou en harde wind laten de insecten het afweten, maar dan blijken wilgen ook windbestuivers te zijn: de wind brengt dan het stuifmeel naar de stampers.
In een buurtuin staat de forsythia in volle gele bloei en gaan de knoppen van de magnolia open. In de bossen in het oosten bloeien de bosanemonen, hier en daar zelfs al zoveel dat het lijkt of de bosbodem besneeuwd is. In het heempark bloeien slanke sleutelbloem en lenteklokje volop en overal langs slootkanten en op dijktaluds bloeit het speenkruid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.