Wijsbegeerte gaat over de grote vragen van het bestaan. Maar wat heb je eraan in het gewone leven? Over de bruikbaarheid van de filosofie. Vandaag Marja Zuidgeest, filosofe. Marja Zuidgeest is directeur van Proefdiervrij, een landelijke vereniging van vrijwilligers die zich verzet tegen dierproeven.
'Vrouwen als onderdrukte groep? Dat kennen we nu wel, dachten we. Laten we een andere onderdrukte groep nemen. Zo kwamen we bij de dieren terecht.
Als wetenschappelijk medewerker filosofie en maatschappij begeleidde ik het afstuderen van een groepje studentes. Vanuit de wetenschapsfilosofie namen we het probleem van de dierproeven onder de loep. We lazen ook de Australische filosoof Peter Singer, die voor dierenrechten strijdt en ontkent dat de mens van een hogere orde zou zijn dan dieren, Via dat onderzoek rolde ik uiteindelijk in het bestuur van Proefdiervrij.
Je kunt je afvragen hoe het komt dat wetenschap, het meest excellente dat de mens heeft voortgebracht, zo met dierenleed verweven moet zijn. Waarom denken wetenschappers dat dieren een goed model zijn voor de mens? Welke wetenschapsleer zit daar achter?Dat zijn filosofische vragen. Met een methodologische blik ga je de vanzelfsprekendheid van die diermodellen, en de argumentaties die ze ogenschijnlijk legitimeren, te lijf.
Wie vóór dierproeven pleit, komt meestal met heel antropocentrische, de mens centraal stellende, argumenten. Het is belangrijk voor het milieu en de volksgezondheid om te weten welke stoffen schadelijk zijn. Daarom móeten wetenschappers dieren gebruiken, omdat die zo op ons lijken, zeggen ze. Het rare is: op basis van hetzelfde argument moet je dieren juist níet willen gebruiken, namelijk omdat ze net als wij kunnen lijden.
Dat is dus inconsequent redeneren.
Draai de kwestie eens om. Waar haal je het recht vandaan om dieren dat leed aan te doen? Elk dier heeft waarde. Het gaat te ver, maar je zou zelfs kunnen denken: waarom chimpansees, een bedreigde soort, opofferen om mensen te redden van wie er toch te veel zijn? In genetisch materiaal verschillen we maar twee procent.
Zo'n gedachte stemt tot nadenken over de idee dat de mens niet zomaar meer is dan het dier, en dat hij dieren om die reden altijd mag gebruiken. In dat verband introduceerde Singer de term speciësisme, met dezelfde structuur als 'seksisme' en 'racisme'. Hij vergelijkt daarmee de discriminatie van dieren op grond van soort, met die van mensen op grond van geslacht en ras. Dieren te laten lijden voor mensen is helemaal niet vanzelfsprekend.
Er zijn nu voor dierproeven goede alternatieven op hoog wetenschappelijk niveau. Je kunt stoffen testen op menselijke celkweken en orgaankweken, zoals een stuk menselijke huid. Computermodellen en robots werken ook. Van veel stoffen is de precieze structuur, samenstelling en werking bekend. Nu kunnen computers de risico's voorspellen in de eerste screeningfase, waarvoor vroeger dieren werden gebruikt.
Bij Proefdiervrij doe ik ook de communicatie, het lobbyen. Dat heeft met emotie te maken en de houding van mensen in de maatschappij. Filosofischeteksten gebruik ik niet, die zijn daar te abstract voor. Ik merk wel dat ik aan die studie een scherp analytisch denkvermogen heb overgehouden. Ik kom snel tot de kern van de zaak, stel kritische vragen en herken het gebruik van drogredenen.
Zo had ik eens een discussie over ons voorstel voor proefdierbelasting, een manier om een budget te maken voor de verdere ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven. Mijn gesprekspartner voelde zich zo in de hoek gedrukt dat hij mij 'de Arafat van de proefdieren' noemde! Hij speelde het op de persoon. Ik zeg dan simpelweg dat we het niet over mij hadden, en kom terug op het onderwerp.
Nog een drogreden is schermen met het oordeel van de meerderheid: 'Iedereen weet toch dat dierproeven van belang zijn voor de mensheid'. Dat beeld kan misleidend zijn, en zegt bovendien niet zoveel. In de Middeleeuwendacht 'iedereen' dat de zon om de aarde draaide. Een wetenschappelijke theorie is ook maar een menselijke gedachte die feilbaar is. Theorieën zijn niet voor eens en altijd waar.
Helaas geloven veel onderzoekers in de stijgende lijn van wetenschappelijke vooruitgang, en niet in een ontwikkeling met cesuren. Ideeën die hun vruchten hebben afgeworpen, zullen ze niet zo snel laten varen. Nu zal Proefdiervrij nooit zeggen dat dierproeven niets hebben opgeleverd, zo triest is het ook weer niet. Maar de wetenschap is inmiddels zo ver dat onderzoekers de stap naar proefdiervrij werken moeten maken. De gedachte dat dieren het beste model zijn voor de mens, is passé.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.