Wat doen gidsen op het geestelijk erf, mensen die voor hun brood anderen begeleiden, pastores? Trouw kijkt achter de schermen van levensbeschouwelijk Nederland. Vandaag: een dag met zenleraar Nico Tydeman
In de zendo, de meditatieruimte van Tydemans Kanzeon, is het overdag alles behalve stil. Flarden kindergeschreeuw, soms onderbroken door toeterend verkeer, dringen door de ramen naar binnen. Van beneden klinkt geboor en gezaag van werklieden die de onderverdieping renoveren. ,,Mijn hart”, zegt Nico Tydeman (62), ,,ligt in het gewoel van de wereld.”
Er liggen ongeveer dertig vierkante, zwarte matten in carrévorm op de vloer. De meeste zijn bezet door zenstudenten, die in kleermakerszit kaarsrecht op zwarte kussentjes zitten. Tydeman heeft zijn vaste plaats naast de deur, tegenover de groep en het altaar, waar wierookstokjes voor een bronzen boeddhabeeld branden. Aan weerszijden van hem zitten een andere docent en iemand die op de gong slaat.
Aan het begin van elke meditatie leest Tydeman een canonieke boeddhistische tekst voor. Vandaag is dat de Universele aanbeveling voor zazen (zitmeditatie) van Dogen Zenji, een van de belangrijkste denkers uit de traditie.Tydeman leest: ,,Waarom zou je de stoel in je eigen huis verlaten en zonder duidelijk doel op zoek gaan naar stoffige rijken in andere landen? Je verkeert in de unieke omstandigheid een menselijk lichaam te bezitten. Jij kunt het grote werk van de Boeddha voortzetten. Bouw hiertoe je houding zeer zorgvuldig op.” Nu geeft de zenleraar de aanwezigen een instructie voor het zitten mee:
,,Houd je rug recht, terwijl je je schouders een beetje laat afhangen. Trek je borstbeen een ietsje omhoog en richt je kruintje naar het plafond. Adem lichtjes door de neus, zoals het opkomt. Let niet te veel op jezelf, het ademt steeds minder 'ik'. Tijdens het zitten is alles welkom.” Iemand slaat drie keer met korte tussenpozen op de gong en de eigenlijke meditatie begint.De studenten zitten – zwijgend en onbewegelijk – twee periodes van vijfentwintig minuten, onderbroken door tien minuten kinhin (loopmeditatie). Tijdens de kinhin zetten ze eerst langzaam en geconcentreerd de ene voet voor de andere, daarna gaan ze over op wandeltempo. Na een paar minuten heeft Tydeman de zendo al verlaten, in een kamertje ontvangt hij leerlingen voor een persoonlijk gesprek.
,,We spreken in de eerste plaats over de beoefening en niet over privé-problemen. De meeste mensen komen met twijfels bij mij, bijvoorbeeld of ze wel door moeten gaan met zitten.”
Volgens Tydeman is een zenleraar vooral nodig bij mensen die zwanger zijn van verlichting. ,,Als vroedvrouwleraar zit je naast iemand die het pad gaat. Je zaait verwarring, puft mee, trekt en duwt een beetje. Het leven moet je echter zelf baren, verlichting is niet iets wat je door kunt geven.” Wel kan een leraar mensen op hun vastgeroeste denkpatronen wijzen, op hun schijnzekerheden. In dialoog met een begeleider komt men soms tot inzicht, maar dat is geen vooruitgang. Er valt ook helemaal geen vooruitgang te boeken, het inzicht is onvoorspelbaar en komt plotseling.
Zen beoefenen is volgens Tydeman leren leven met losse handen, geheel openstaan voor het leven en je blik niet beperkt houden. Tydeman vindt zijn beroep uitermate plezierig, maar je moet er wel iets voor overhebben. Hij houdt van lesgeven, van de interactie binnen een groep. In januari werd hij op Ameland tot zenmeester gewijd door zijn leraar, Genpo Merzel Roshi, stichter van de Kanzeon kloostergemeenschap. Hij staat nu in de lijn van boeddha's en patriarchen die teruggaan tot de Boeddha en draagt de verantwoordelijkheid om de traditie voort te zetten.
Het centrum Amsterdam bestaat twaalf jaar. Gedurende een maand komen er zo'n tachtig mannen en vrouwen, vooral dertigers en ouderen, mediteren. Tydeman zegt dat de meeste mensen iets mee moeten maken voor ze aan zen toe zijn, een eerste crisis die hun ideeën over zichzelf en de wereld doet wankelen.
Na de meditatie verzamelen alle studenten zich in de theeruimte tegenover de zendo voor een studieklas. Een paar aanwezigen schuiven tafels en stoelen aan, Tydeman leunt tegen de muur en neemt kleine slokjes van zijn koffie. ,,Het romantische beeld van een zenleraar die in zijn tuintje zit en de goudvissen voert, klopt niet. Die mensen werkten zich uit de naad, ze hadden scharen leerlingen, moesten preken houden, kloosters stichten enzovoorts. Zenleraren hebben het nog steeds reuze druk!”
De theeruimte is groot en licht, aan het plafond hangen een paar bamboetakken ter decoratie. In een hoek staat een boekenkast met, behalve leerredes van Boeddha en andere klassieke teksten, ook 'Het verstoorde leven'
van Etty Hillesum. Zij geldt in het centrum als voorbeeld van een hedendaagse mystica.
Vandaag is het thema van de studieklas 'zien'. Tydeman glimlacht:
,,Als je zen wilt begrijpen, moet je constant met tegenstellingen werken. Je moet vooral niet proberen het bewustzijn tot rust te brengen, als je dit geheel loslaat, komt het bewustzijn pas tot rust. Dat is zazen.”
Volgens Tydeman bestaat er een manier van kijken zonder de dingen te zien. Hij illustreert dit door zijn theekopje omhoog te houden. ,,Kijk eens door dit theekopje heen, zonder gedachten. Je kunt alledaagse dingen niet alleen zien als alledaagse dingen. Een kopje is meer dan een kopje, het is een wonder. Je dit realiseren is verzien.Er vindt geen analyse meer plaats, alleen waarnemen. Misschien kijken we vaker zo dan we zelf in de gaten hebben.”
Naast het ik-loze kijken bestaat er ook een dergelijke manier van handelen. De Chinezen noemden die wu wei (niet-handelen). Tydeman; ,,Niet-handelen is iets anders dan niets doen, het is onbaatzuchtig handelen.” Een studente vraagt: ,,Bedoel je iets doen zonder bijgedachten?” ,,Ja, maar ook zonder hoofdgedachte”, antwoordt Tydeman. De klas lacht.
Vaak gebruikt de zenmeester ook moeilijke, oude teksten bij zijn onderricht. Hij leest: ,,Geen-bewustzijn is zonder dingen. De afwezigheid van dingen is het natuurlijke Ware. Het natuurlijke Ware is Grote Verlichting.” Tydeman zucht en steunt zijn hoofd in z'n handen. Na lang zwijgen zegt hij dat verlichting gelijkstaat aan 'dat wat is', aan het zonder reflectie waarnemen van de wereld. Vervolgens gaat Tydeman kort in op het ontstaan van de koantraditie in zen. Deze paradoxale teksten kunnen studenten helpen om inzicht in de realiteit te krijgen. Een karakteristieke koan luidt: Leerling: 'Wat is nu eigenlijk spiritueel?'
Meester: 'Pissen op het zuivere land.' Leerling: 'Kunt u dat voordoen?' Meester: 'Daag me niet uit!'
Als de studieklas is afgelopen, keert Tydeman terug naar de meditatieruimte. Hij luistert naar de geluiden die door de muur dringen. ,,Ik wil dat dit centrum een plek is voor 'leken', voor mensen die midden in het leven staan. Als zenbeoefenaar moet je je niet afzonderen, maar juist openstaan voor alle problemen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.