Gelukkig slaat deze vraag, zoals-ie geformuleerd is, op emigranten én immigranten. Dat aan Nederlandse emigranten in den vreemde eisen, zoals taalvaardigheid, kapitaal, opleiding en andere garanties worden gevraagd, vinden we al 55 jaar gewoon. Dat we ook aan immigranten (dezelfde) eisen stellen, levert nog veel commotie op.
Wat we van de immigrant kunnen eisen is dat hij/zij de landverhuizing goed voorbereidt, zich voor vertrek op de hoogte stelt van het leven in het nieuwe land: klimaat, taal, omgangsvormen, woonomstandigheden, de kansen op de arbeidsmarkt, kortom hoe een zelfstandig bestaan mogelijk is. En verder mag je eisen dat de migrant een foute emigratiekeus niet op het bordje van de ontvangende samenleving legt.
Tien procent van de Nederlandse emigranten keert binnen een jaar na emigratie terug. Hoor ik zelden of nooit wat over. Geen gezeur -eigen schuld, dikke bult! Men sprak de taal te slecht, kon niet aarden, het gevraagde offer was te groot (heimwee), de partner beviel toch minder dan gedacht, of er was geen baan .
Het wordt tijd het onderscheid tussen emigrant en immigrant in een allesomvattende Landverhuizerswet wordt geëlimineerd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.