*

 

Een dikke stapel boeken over Frankrijk

Door: redactie − 06/03/04, 00:00

Jean-Benoît Nadeau & Julie Barlow: Waarom de Fransen zo Frans zijn. Scriptum, Schiedam. Vert. Marlou Gemmeke. ISBN 9055943320; 334 blz. 19,95 euro.

Ethel Portnoy: Parijse feesten. Meulenhoff, Amsterdam. ISBN 9029074205; 205 blz. 16,50 euro. In de jaren vijftig wilde iederéén naar Parijs. Voor Nederlanders stond Parijs in die jaren meer dan ooit voor vrijheid en intellect, voor léven en jeugd. In naam van miljoenen beschaamd-honkvasten trokken Rudy Kousbroek, Remco Campert, Karel Appel, Corneille, Hugo Claus, Simon Vinkenoog, Gerard van 't Reve, Ed van der Elsken, Hanny Michaelis, Lucebert en vele andere jonge kunstenaars er van de ene afgeleefde zolderkamer naar de andere. De jonge Amerikaanse literatuurwetenschapper Ethel Portnoy liep er in 1950 Kousbroek tegen het lijf en maakte met al die andere aangeslibde Hollanders kennis voordat dezen geld en roem hadden vergaard. Portnoy beschrijft zichzelf, haar man, al die kennissen en hun Franse huisbazen, buren en conciërges in die jaren van jeugdige, egoïstische overmoed. Ze doet dat met een meestal warme, soms scherpe, altijd slimme pen.

Liesbeth List (samenst.): 'Tous les garcons et les filles'. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam. ISBN 9038800177; 234 blz. 15 euro. Het is toch vooral hún Boekenweek, die van de eigenaars van een huis in Frankrijk en die van de liefhebbers van kaas, wijn en het Franse chanson. De boekhandels zullen uitpuilen van de francofiele en -fobe clichés. Maar er is natuurlijk helemaal niets tegen een tweetalige bloemlezing van chansonteksten, al had het recente lopende bandwerk (Celine Dion) best achterwege mogen blijven in ruil voor nog meer Piaf, Brel, Montand, Brassens.

H.L.Wesseling: Franser dan Frans. Bert Bakker, Amsterdam. ISBN 9035126092; 258 blz. 17,50 euro. Opstellen die voor een groot deel wél en voor een kleiner deel níet eerder zijn gepubliceerd, allemaal interessant en alleen in schijn luchtig, want fijn om te lezen. De historicus Wesseling is meer dan bij alle andere Nederlanders in de Franse geschiedenis en Franse geschiedschrijving doorkneed. Wesselings sceptische 'enerzijds...anderzijds'-hoofdstuk over de betekenis van de Franse revolutie eindigt zo: ,,...ik kan het niet ontkennen: ik behoor tot degenen die het bloed nog altijd iets sneller door de aderen voelen stromen bij het horen van die drie onvergetelijke woorden:liberté, egalité, fraternité.''

Even krachtig is een terzijde in één van meerdere opstellen over de Dreyfus-zaak, de zaak van de joodse officier die in 1894 ten onrechte onteerd, ontslagen en naar Duivelseiland gestuurd werd. In de storm die daarover in Frankrijk ontstond, werd ook 'de intellectueel' als verschijnsel geboren. Daar kan je een sociologische verhandeling over schrijven. Maar dat voegt niets toe en doet niets af aan het feit ,,dat de dreyfusards meer gelijk hadden dan de antidreyfusards''. Zo.

Met hetzelfde gemak 'doet' Wesseling de uitvinding van het restaurant, het verschil tussen brasserie en bistro, het korte en ruige leven van de man die Willem IV van Nederland was geworden ware hij niet jong gestorven, en de plaats van Frankrijk in de moderne wereldpolitiek.

Jan Brokken: Zoals Frankrijk was. Atlas, Amsterdam. ISBN 9045010895; 270 blz. 17,50 euro. Trouwens, over intellectuelen gesproken: ,,Je bent in Frankrijk pas een kunstenaar of een denker wanneer je luid, grimmig en beter nog: ongenuanceerd, deelneemt aan het publieke debat'', schrijft Jan Brokken. Ook hij houdt van Frankrijk, niet in het minst vanwege al die ruziesmakerij, al is hij (19 jaar oud in 1968) van lang ná de Parijse zolderkamertjes van Portnoy en Kousbroek. De stukken en interviews in dit boekje zijn oud, maar de moeite waard. De meeste verschenen in de Haagse Post, in de jaren tachtig. Over Céline, Truffaut, Camus, Leo Ferré en vele anderen. Een zwanenzang noemt Brokken deze bundel zelf, een loflied voor een opstandig Frankrijk dat niet meer bestaat.

Guus Luijters: Frankrijk & zijn grote schrijvers. L.J.Veen, Amsterdam. ISBN 9020406299; 286 blz. 19,50 euro. Literatuur moet in Nederland de warme aandacht ondergaan van enthousiaste, opgewonden mannen in ademnood, zoals Boudewijn Büch en Martin Ros. Dit boek doet aan hen denken - tikje hijgerig, met een grote hoeveelheid emotionele loftuitingen, en niet zelden belegen anekdotes over grote schrijvers, van George Sand tot Georges Perec.

Willem Frederik Hermans: De weerspannige slaper. De Bezige Bij, Amsterdam. ISBN 9023412680; 363 blz. 19,90 euro. Natuurlijk werd er ook gegrepen naar de tientallen prachtige krantenstukjes die Hermans in de jaren zeventig en tachtig vanuit Parijs schreef. Weer gebundeld.

Vele auteurs: Nooit meer de Provence. Rainbow, Amsterdam. ISBN 9041704868; 220 blz. 7,09 euro. 'Niet voor francofielen' staat er op de cover. De onaangenaamste Frankrijk-ervaring van Herman Koch, Johannes van Dam, John Jansen van Galen, Rinus Ferdinandussen en vele anderen.

Martin Bril: De Franse slag. 521, Amsterdam. ISBN 9076927863; 123 blz. 12,50 euro. ,,Het landschap niet meegerekend, lijkt Corrèze nog het meest op Drenthe.'' Deze bundel prijkt op eenzame hoogte tussen de vele 'ik heb een huisje in Frankrijk'-boeken. Bijna op Carmiggelthoogte.

Rudi Wester: Beau Berry. Prometheus, Amsterdam. ISBN 9044603337; 242 blz. 14,95 euro. Het is niet eerlijk om het vriendelijke en onderhoudende gebabbel van Rudi Wester met de teksten van Bril te vergelijken. Ook háár buren zijn pittoresk, ook haar schoorsteen woei eraf in de grote milenniumstorm en ook haar bouwer daagt nooit op. Maar ze geeft ons veel over George Sand. Díe kon hard werken!

mailIcon print |