*

 

Adres aan Regering en Parlement inzake immigratie en integratie

door Arie van der Zwan, Godfried Engbersen en Anton Zijderveld − 06/03/04, 00:00

'Na jaren van geforceerd stilzwijgen is een heftig debat ontstaan over immigratie en integratie. Nu is het moment aangebroken waarop de emoties, na hoog opgelaaid te zijn, weer moeten gaan liggen en we elkaar weten te vinden in een nieuwe modus vivendi.' Veertig betrokken burgers roepen de politiek op uitvoering te geven aan die nieuwe consensus: gesubsidieerde banen voor nieuwkomers, ontmanteling van de criminele infrastructuur en privatisering van woningbezit in achterstandswijken, ontmoediging van huwelijksmigratie en ondersteuning van het vmbo. 'De maatschappij kan zich geen scepsis en cynisme veroorloven. Integratie moet een gezamenlijk project van de Nederlandse samenleving worden.'

In dit adres nemen wij, veertig burgers die zich betrokken voelen bij de immigratie- en integratieproblematiek, de vrijheid onze opvattingen daarover aan u kenbaar te maken. Wij beseffen dat de besluitvorming aan u is, maar verzoeken u onze inzichten daarin te betrekken.

Een van onze motieven voor deze ongewone stap is de grote ernst van de zaak alsook de verreikende gevolgen van besluitvorming op dit punt. Van besluiten uit de jaren zestig en zeventig zijn de gevolgen nu pas in volle omvang te overzien.

De publieke discussie over immigratie en integratie is in de achterliggende jaren in volle hevigheid losgebarsten. Er is veel losgemaakt na jaren van geforceerd stilzwijgen. Het valt daarbij moeilijk te vermijden dat nuances verloren gaan, maar het gevaar dreigt nu dat de voortdurende heftige discussies uitmonden in stemming maken tegen bevolkingsgroepen, wat de integratie belemmert. Nu is het moment aangebroken waarop de emoties, na hoog opgelaaid te zijn, weer moeten gaan liggen en we elkaar weten te vinden in een nieuwe modus vivendi. Het gevoerde maatschappelijke debat moet uitmonden in een helder beleid dat de overheid namens de gemeenschap formuleert. Maar de overheid kan dit alleen als zich een zekere eenheid van opvatting heeft uitgekristalliseerd. Het is onze overtuiging dat die eenheid van opvatting op dit moment in de maatschappij sterker aanwezig is dan in de politiek.

Op het immigratie- en integratieproces zelf heeft de overheid, als wetgever en als uitvoerder van beleid, maar ten dele greep. Integreren moeten de nieuwkomers zelf, hun eigen verantwoordelijkheid daarvoor moet voorop staan, maar dan moeten zij ook een samenleving ontmoeten die hen wenst op te nemen, hen activeert en perspectief biedt. Daarin spelen particulieren - individuele burgers, instellingen en bedrijven - een doorslaggevende rol. Als vertegenwoordigers van deze civil society achten wij het daarom ook mede gerechtigd om ons middels dit adres tot u te richten.

Wij hebben FORUM, Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling benaderd om gezamenlijk te onderzoeken of zich een dergelijke eenheid van opvatting aftekent. Dit is gebeurd in drie discussiegroepen. Als een zo breed gezelschap het in ruime mate eens kan worden over de concrete kwesties die het huidige debat beheersen, dan moet het ook mogelijk zijn daar politieke overeenstemming over te krijgen. Nu wij in onze opzet geslaagd blijken te zijn, bieden wij u dit adres aan waarin de uitkomsten zijn vervat die door de deelnemers ondersteund worden.

Primaire integratiesfeer

Wij menen dat het van belang is om de erkenning van de feitelijke situatie, dat Nederland een immigratieland is geworden, ook door Regering en Parlement te laten expliciteren. Geenszins om op basis daarvan de deur voor nieuwkomers nu maar wijd open te zetten, maar wel als erkenning van het feit dat de Nederlandse bevolking blijvend voor een aanzienlijk deel bestaat uit migrantengroepen en hun nakomelingen. Die realiteit moet gaan behoren tot ons zelfbeeld als samenleving.

Daarin moet werk voorop staan. Werk is weliswaar geen voldoende voorwaarde voor integratie, maar wel een noodzakelijke en wel vanaf het moment van binnenkomst. Het gaat daarbij niet alleen om het verrichten van arbeid, hoe belangrijk dat ook is voor de socialisering van nieuwkomers; werk betekent eveneens een werkkring met de daarbij horende sociale contacten en een maatschappelijk perspectief.

Die laatste aspecten zijn in het beleid onvoldoende gewogen. De wijze waarop de regering bijvoorbeeld aankijkt tegen gesubsidieerde banen getuigt daarvan. Het is waar dat de doorstroom vanuit die banen naar de reguliere arbeidsmarkt een belangrijk criterium is, maar het is een slechte afweging om vanuit financieel-economische motieven op gesubsidieerde banen te bezuinigen, waar die uit integratie-oogpunt essentiële functies vervullen. Veel nieuwkomers zijn voor hun werkervaring op gesubsidieerde banen aangewezen. Wij achten werk van zo groot belang voor de integratie, dat wij aandringen op een activerend beleid. Het ligt voor de hand eisen te stellen aan burgers, ook aan nieuwkomers. Op die wijze worden ze uitgedaagd maar ook metterdaad betrokken. Te lang is het aan nieuwkomers overgelaten om werk te vinden dan wel te kiezen voor een uitkering. Dit laatste is funest geweest. Dat de regering nu in de uitvoering van de sociale voorzieningen werk vooropstelt, wordt door ons ten volle onderschreven. Indien het toch niet anders kan, dienen uitkeringen een tijdelijk karakter te krijgen; langdurig verblijf in het uitkeringscircuit maakt iemand blijvend arbeidsongeschikt.

Een gesubsidieerde baan valt dan altijd te verkiezen boven geen baan. De verkrijging van een definitieve vestigingsvergunning afhankelijk maken van de feitelijke arbeidsgeschiedenis, kan hierbij stimulerend werken.

Wonen en opleiding

Naast werk behoren woonsituatie en opleiding tot de primaire integratiesfeer. Het toekomstperspectief dat van deze beide uit kan gaan, is mede beslissend voor het beeld dat de nieuwkomer zich van zijn kansen op verbetering van zijn positie en die van zijn kinderen vormt. Perspectief is wat mensen motiveert. Naast een arbeidscarrière is de kans om na een start op de woningmarkt door te stromen van groot belang. Hetzelfde geldt voor scholing, niet in de laatste plaats die van de kinderen. De stand van zaken op dit punt is onder brede immigrantengroepen zeer onbevredigend. Dat wordt in belangrijke mate bepaald door de concentratie van problemen in achterstandswijken, niet alleen in de grote steden, maar in vrijwel alle steden met grote aantallen immigranten. Quotering en hervestiging bieden hiervoor weinig soelaas. Die zijn moeilijk uit te voeren en zullen op veel verzet stuiten.

Iets anders is het om de ontwrichtende druk van nieuwkomers op deze wijken te verlichten. Het valt aan te bevelen gemeenten meer bevoegdheden te geven dit te bewerkstelligen. Doorgaans wordt over het hoofd gezien welk potentieel deze achterstandswijken hebben door hun locatie ten opzichte van het centrum en de kwaliteit van de woningen. Als die wijken 'onleefbaar' zijn geworden, dan komt dit door de onveiligheid en de verloedering. Die hebben een proces van marginalisering in gang gezet, waardoor alle gezinnen die een beter alternatief hebben - autochtonen en allochtonen - zijn weggetrokken. Hun plaatsen worden ingenomen door nieuwkomers. Als gevolg van de extreem hoge verhuismobiliteit zijn deze buurten doorgangswijken geworden waar sociale en economische stabiliteit aan ontvallen zijn. Voor het nu eenmaal buurtgebonden basisonderwijs zijn de leeromstandigheden daardoor ook extreem moeilijk. Toch blijft het potentieel van deze buurten de hefboom voor hun rehabilitatie. Om daarvan gebruik te maken, zijn twee voorwaarden absoluut vereist.

De eerste is de ontmanteling van de criminele infrastructuur die zich in de achterstandswijken genesteld heeft. Allerlei illegale praktijken worden uitgeoefend vanuit woningen die veelal in bezit zijn van particuliere huiseigenaren die hiermee woekerwinsten maken. Gemeenten staan vaak machteloos tegenover deze gewetenloze figuren. Het instrumentarium van gemeenten om hiertegen op te treden dient op korte termijn te worden uitgebreid met verbeurdverklaring van panden op grond van het gebruik voor illegale praktijken. Wij zijn ons bewust van de inbreuk die dit betekent op het eigendomsrecht. Daar staat tegenover dat de maatschappelijke gevolgen van deze praktijken zo groot zijn en de problematiek zo urgent, dat de ingreep - mits omkleed met garanties voor zorgvuldige toepassing - gerechtvaardigd is.

De noodzaak van uitbanning van illegale praktijken in de achterstandswijken is een zaak van hoge urgentie. Te lang zijn die praktijken op hun beloop gelaten. In dit verband verdient het aanbeveling om het uitzendwezen opnieuw aan vergunning te binden om zo ook uitzendbureaus die illegalen tewerkstellen, tegen te gaan.

De tweede voorwaarde betreft de woonsituatie. Woningbouwcorporaties hebben inmiddels zoveel ervaring met privatisering van hun woningbezit, ook voor groepen met lage inkomens, dat die privatisering op ruime schaal zou kunnen worden toegepast. Ook de bouw van woningen in achterstandswijken, bestemd voor hogere inkomens, kan het maken van een wooncarrière in de wijk bevorderen. Die doorstroming is ten zeerste gediend bij bewoners die al bij een lager inkomen een start als woningbezitter hebben kunnen maken. Anders kan de overstap naar een duurdere woning immers moeilijk gemaakt worden. Aangezien grote delen van de woningmarkt als gevolg van de recessie 'op slot' zitten, is de belangstelling hiervoor van corporaties op dit moment gunstig te achten. Van de verwerving van de eigendom van de woning blijkt een zeer positieve werking uit te gaan. Op voorwaarde dat door de keuze van de eigendomsvorm het onderhoud gewaarborgd blijft, maakt woningbezit de eigenaar een investeerder die het oog gericht houdt op de waardevermeerdering van zijn bezit. Zijn perspectief wordt daardoor toekomstgericht, de zorg voor zijn omgeving neemt toe en de investering in woningverbetering wordt gestimuleerd. Woningbezit is de meest manifeste vorm waarin een nieuwkomer zijn binding aan de samenleving tot uitdrukking kan brengen. Door de potentiële waardevermeerdering die uitgerekend in veel achterstandswijken actueel is, is het sociaal verantwoord dit krachtige instrument van autonome gedragsverandering te benutten en verloedering een halt toe te roepen.

De rijksoverheid en de stedelijke overheden moeten eendrachtig optreden om corporaties in hun activiteiten op dit vlak te stimuleren en te controleren. Met het oog op substantiële verbetering van de veiligheid dient daarbij ook de politie betrokken te worden. Alleen dan heeft deze aanpak een grote kans van slagen.

Deze ingrepen zullen ook, zelfs op korte termijn, positieve effecten hebben op de leersituatie. Het tot staan brengen van de uittocht van bewoners met positieve mogelijkheden, en de substantiële vermindering van de druk van nieuwkomers, maken het voor leerkrachten op basisscholen mogelijk ergens aan te bouwen en niet steeds weer opnieuw te moeten beginnen. Onderwijs kan niet floreren zonder dieptewerking. De beveiliging van scholen tegen inbraak en tegen illegale praktijken in hun onmiddellijke omgeving als drugshandel en vernielingen, moet boven aan de lijst van gebiedscontrole geplaatst worden.

Tot de gebiedscontrole behoort ook een serieuze inspanning om in de omgang tussen wijkbewoners gedragsregels in te stellen. Als er één onderwerp is dat behoort tot de verantwoordelijkheid van de civil society, dan is het wel het in acht nemen van een minimum aan civiele omgangsvormen.

Onze maatschappij heeft ook vroeger gebruik gemaakt van deze emancipatiemechanismen, waarin woningbouwcorporaties en scholen een avant-garde rol hebben gespeeld. Toen wij in de loop van de jaren zestig dachten dat de emancipatie van de arbeidersklasse was voltooid, zijn we overvallen door een nieuwe golf. Te lang is het klassenkarakter dat de immigratieproblematiek ook kenmerkt, te weinig onder ogen gezien.

Huwelijksmigratie

Het halen van een partner uit het land van herkomst is een probleem apart. Huwelijksmigratie draagt bij tot de druk van nieuwkomers die, niet primair als arbeidsmigranten binnenkomend, door een huwelijk een vestigingsvergunning krijgen. Eisen die aan arbeidsmigranten gesteld werden, gelden voor hen niet of minder. Hun geschiktheid en motivatie om zich aan te passen aan een moderne samenleving laten daardoor vaak te wensen over, terwijl hun achterstanden via de opvoeding van de kinderen worden overgedragen op de volgende generatie. Hierdoor hebben achterstanden neiging te beklijven.

Deze vorm van huwelijksmigratie moet worden ontmoedigd. Eén motief van ouders om huwelijken voor hun volwassen kinderen te arrangeren, betreft de bruidschat die de ontvangende ouders dan vervolgens veelal om fiscale redenen in hun land van herkomst investeren. De premie die de ouders zo incasseren, vormt de prijs die zij heffen voor de toelating tot onze maatschappij. Deze praktijken bestendigen de band met het land van herkomst en staan integratie in de nieuwe samenleving ernstig in de weg. De maatregelen om ze te ontmoedigen kunnen ook zeer wel inspelen op de economische motieven door aan de komst van een huwelijkspartner een borgstelling te verbinden die ertoe dient om te voorkomen dat de huwelijkspartner binnen vijf jaar na overkomst ten laste van de gemeenschap komt. Op deze wijze zal de hoogte van de bruidschat onder druk komen, wat in de goede richting werkt. Deze borgstelling staat aanvullende maatregelen zoals een leeftijdsgrens niet in de weg, maar wij pleiten ervoor die tot de meest voor de hand liggende te beperken en de vrijheid van het kiezen van een huwelijkspartner niet met maatregelen te bezwaren die ingaan tegen het rechtsgevoel. Daar komt bij dat de inkomenseis in de praktijk zeer fraudegevoelig blijkt te zijn; borgstelling is in dit opzicht te verkiezen.

Aanvullende maatregelen

Teveel kinderen van migranten stranden in het voortgezet onderwijs. Zij blijven op een laag niveau hangen en maken hun opleiding ook nog eens niet af. Schaalverkleining in het voortgezet onderwijs en herkenbaarheid op schoolniveau zijn dringend gewenst, met name op vmbo-niveau. De inspanningen die leraren zich in het vmbo getroosten, verdienen grote maatschappelijke erkenning en waardering. Deze leraren bevinden zich in de frontlinie van de integratie. Hun mogelijkheden om adequaat op te treden en de leeromstandigheden waarin ze moeten opereren, behoeven ingrijpende verbetering. De cumulatie van gedragsproblemen op deze scholen in de steden heeft een trek van leerlingen naar de voorsteden en kleinere plaatsen op gang gebracht. Met als dreigend gevolg dat de stadsscholen worden afgeroomd en met de moeilijke gevallen blijven zitten. Die ontwikkeling kan alleen worden afgewend door de vmbo-instellingen in de steden op korte termijn tegemoet te komen met een pakket van maatregelen.

Recente voorstellen om leerlingen met hardnekkige gedragsproblemen in speciale onderwijsinstellingen te plaatsen, ondersteunen wij.

Toelating en integratie

Een effectief integratiebeleid wordt sterk bepaald door het toelatingsbeleid. Wij achten het wenselijk dat arbeidsmigratie beperkt wordt tot die sectoren en functies waarin schaarste heerst, en dan nog bij voorkeur op tijdelijke basis. Zo kan arbeidsmigratie ook een effectief wapen zijn om illegale arbeid tegen te gaan. Daar waar illegalen als 'smeerolie van onze economie' worden aangeduid, is gebleken dat de gaten in de arbeidsmarkt heel goed kunnen worden opgevuld door arbeidsmigranten op tijdelijke contractbasis. Bonafide uitzendbureaus kunnen hierin voorzien.

De behandeling van asielmigratie is gediend bij snelle procedures van afhandeling. De verschaffing van zinvolle bezigheden tijdens de behandeling van de aanvraag kan leegloop en sociaal isolement voorkomen. Na toelating is inburgering geboden die, evenals bij andere nieuwkomers, niet alleen gericht is op ontwikkeling van taalvaardigheid maar ook op concrete sociale vaardigheden en taken. In hogere functies die moeilijk vervulbaar blijken, wordt doorgaans voorzien door arbeidsmigranten die door de werkgever zelf geworven zijn. Arbeidsmigranten met hoge opleiding die zich hier zelf voor een baan aanbieden, hebben doorgaans minder kans op een (tijdelijke) arbeidsvergunning. Meer souplesse voor die gevallen is wenselijk, zij het dat ook voor hen het vinden van een baan voorwaarde blijft.

Secundaire integratiesfeer

Integratie is niet louter een kwestie van werk, woning en scholing. Betrokkenheid bij de samenleving is van grote betekenis. Het beschikken over een gemeenschappelijke taal is essentieel om uitdrukking te kunnen geven aan dit gemeenschapsgevoel. Als de primaire sfeer noodzakelijk is voor integratie, vormt de secundaire sfeer de voldoende voorwaarde ofwel afronding daarvan. Inburgering van nieuwkomers staat ook in dit teken. De democratische rechtsorde waarvan de grondwet de uitdrukking vormt en het symbool is, is een grote verworvenheid, evenals de maatschappelijke orde die daardoor mogelijk gemaakt is.

De positieve betekenis van het maatschappelijk debat van de laatste jaren is geweest dat onze samenleving daarmee niet onachtzaam moet omgaan en inbreuken daarop ernstig moet nemen, waartegen dan ook gepast moet worden opgetreden. De wet geldt. De keerzijde daarvan is dat we dan evenmin bereid moeten zijn van deze fundamentals van onze maatschappij af te stappen om ongewenst geachte ontwikkelingen af te wenden. Wie verlangt dat onze rechtsorde en maatschappelijke orde gerespecteerd worden, dient die ook zelf te respecteren. Wat door de meerderheid van de bevolking gezien wordt als achterlijk, kan en mag niet altijd met een beroep op overheidsoptreden bestreden worden. In het bijzonder geldt dit ten aanzien van expressie van de eigen religie, cultuur en etnische herkomst. Wat daarvan botst met onze rechtsorde moet met passend optreden van rechtsmiddelen tegemoet getreden worden. Voor het overige behoort de vrijheid van groepen om hieraan uiting te geven veeleer tot de verworvenheden van onze maatschappij die teruggaat tot de 17de eeuw, een tijd waarin de rest van Europa, in het beeld dat wij van onze eigen geschiedenis hebben, nog niet zo ver was.

In dit verband wijzen wij een beperking van de vrijheid van onderwijs en schoolkeuze (art. 23 Grondwet) af. Die vrijheid behoort tot onze verworvenheden. Het beroep op de onwenselijkheid van het islamitisch onderwijs als motivering voor afschaffing of beperking van artikel 23 komt ons oneigenlijk voor. Voor uitspraken over het negatieve effect dat van islamitisch onderwijs op integratie uit zou gaan, is bovendien onvoldoende basis; er zijn genoeg positieve ervaringen. Het toezicht op het onderwijs door de onderwijsinspectie vormt voldoende garantie om eventuele ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan.

Die vrijheid vooropstellend onderstrepen wij dat het openbare onderwijs neutraal is. De vrijheid van onderwijs en schoolkeuze zou in het gedrang komen door van deze scholen te verlangen dat ze hun neutrale signatuur opgeven, bijvoorbeeld voor inrichting van gebedsruimtes. Daarvoor hebben we het bijzonder onderwijs. Onderwijs over godsdienst en andere geestesrichtingen is ook in het openbaar onderwijs te verdedigen, mede met het oog op het wederzijds begrip, maar niet onderwijs in godsdienst.

Burgerinitiatieven

In een immigratieland moet de samenleving in alle geledingen er actief op gericht zijn de nieuwkomers te ontvangen. Het open karakter van onze maatschappij en het creëren van gelijke kansen brengen met zich mee dat er voor hoogopgeleide immigranten en hun nakomelingen bijpassende functies open moeten staan. De politiek en het politieke bestuur zijn hierin voorgegaan, maar in vele andere sectoren is nog geen of slechts een bescheiden begin gemaakt met het opnemen van allochtone Nederlanders. Discriminatie is moeilijk aan te tonen, maar er zijn subtiele vormen van uitsluiting - veelal onbedoeld - werkzaam. De situatie waarin het voor een groot deel allochtonen zijn die zich in de verdachtenbank bevinden terwijl hun opsporing en berechting in handen van autochtonen liggen, is een anomalie die niet lang te handhaven zal zijn. Grotere inspanningen zullen gepleegd moeten worden om autochtone bolwerken te doorbreken, zonder in positieve discriminatie te vervallen.

Het Amsterdamse initiatief School is cool waarbij goed opgeleide Amsterdammers leerlingen uit niet-gestudeerde, allochtone milieus ondersteunen bij hun huiswerk en schoolvorderingen, is een prachtig voorbeeld van wat burgers zelf tot stand kunnen brengen op het gebied van integratie. Ook hoogopgeleide allochtonen kunnen zich als voorhoede inzetten voor achterstandsgroepen. Ook daar zijn voorbeelden van. Het gaat om initiatieven die gebaat zijn bij ondersteuning, maar niet bij inmenging. Het 'talentenproject' van Van Heek uit de jaren zestig, destijds gericht op het ongeschoolde arbeidersmilieu, herleeft hier in nieuwe gedaante.

De civil society moet hierin een beslissende rol spelen. In die civil society heerst een tastbare scepsis en cynisme over de slaagkansen van de integratie van grote groepen immigranten. De nonchalance waarmee in pleidooien voor toelating van nieuwe arbeidsmigranten gesproken wordt over huidige groepen als immigranten die 'afgeschreven kunnen worden', spreekt boekdelen. Evenals spreken over het vmbo als het 'afvalputje' van de maatschappij! De maatschappij kan het zich niet veroorloven om zo te spreken over de perspectieven van medeburgers. Grote groepen waarin achterstanden van de ene generatie op de andere worden overgedragen, vormen een gevaar voor de stabiliteit in onze maatschappij.

Tot slot

In de politiek heeft de discussie over integratie zich toegespitst op de vraag of die geslaagd dan wel mislukt is. Die vraag valt moeilijk te beantwoorden, want welk criterium zou daarbij moeten gelden? De doelstellingen van de beleidsmakers van destijds die zich van de draagwijdte van het vraagstuk niet bewust waren, kunnen we nu moeilijk meer als criterium aanvaarden, terwijl een oordeel op basis van de criteria van nu op achteraf praten berust. Het is vruchtbaarder de discussie te laten gaan over de stand van zaken en hieruit de te treffen maatregelen af te leiden: voortbouwen op wat goed is gegaan en verbeteren waarin we tekortgeschoten zijn.

Dat is het devies geweest waardoor wij ons bij de opstelling van dit adres hebben laten leiden. We zullen alle vernuft waarover we beschikken moeten mobiliseren, onze krachten moeten bundelen om van integratie een gezamenlijk project van de Nederlandse samenleving te maken.

mailIcon print |