*

 

Veel verstand door muizenbek

Van onze redactie wetenschap − 25/03/04, 00:00

AMSTERDAM - De moderne mens dankt zijn grote brein mogelijk aan slappe kaakspieren. Kort nadat die 2,5 miljoen jaar geleden door een genetisch defect verslapten, begon onze schedel mogelijk juist dankzij die fout te groeien.

Daardoor kon onze schedel meer hersenen kwijt, suggereren onderzoekers van de universiteit van Pennsylvania vandaag in Nature. Zij beschrijven een genmutatie die lang geleden in het DNA van onze voorouders sloop en zorgde dat de mens sindsdien veel minder van het spiereiwit myosine maakt dan andere primaten. Het eiwit reguleert de samentrekking van spieren, in dit geval de kaakspieren. De schrijffout in het gen heeft de moderne mens in feite een slap bekkie bezorgd.

Dat is goed te zien als je de schedels van een makaak, gorilla en mens naast elkaar ziet. In vergelijking met het kauwapparaat van beide apen heeft de mens een muizenmondje. De kaakspiermassa van een makaak is acht tot tien keer zo groot als bij de mens. En dat geldt dan voor alle mensen, want uit DNA-monsters genomen in Afrika, Zuid-Amerika, West-Europa, Japan én Rusland blijkt dat alle moderne mensen die genfout erfden.

Er stond iets moois tegenover, vermoeden de onderzoekers: een volwaardig brein. Kijk nogmaals naar de schedels van makaak, gorilla en mens: de onze is in vergelijking met het platgeslagen dak van makaak en gorilla tot een ballon opgeblazen. Ons brein leeft in een kasteel, vergeleken met de behuizing bij de aap. En het fossielenbestand lijkt te vertellen dat de hersenen zo luxe zijn gaan wonen nadat de kaakspieren bij de mens verslapten.

Toevallig? Misschien niet; het is denkbaar dat ons hoofd pas kon uitdijen toen we het zware knagen door het gendefect achterwege moesten laten. Sterke spieren, met een krachtige samentrekking, vereisen ook sterke aanhechtingspunten. De kaakkracht van de apen zet fikse spanning op de schedelnaden en vroeg daarom om stevige botafzetting rond het schedeldak. Zodoende zat er weinig rek in de hersenpan. Met de 'fluwelen beet' die wij 2,5 miljoen jaar geleden ontwikkelden, werd die beperking aan de schedelgroei opgeheven. En is ons hoofd vervolgens opgebold.

Zou kunnen, reageert een criticus in Nature. Maar hij zit met vragen: Hoe kon die kaakzwakte -een spierziekte dus- zich zo verspreiden? Pasten we ons dieet aan, gebruikten we de handen als kaken? Blijkbaar hebben we het ermee gered. Maar klopt het dat de kaakversmalling bij onze voorgangers optrad vóór het tot bloei komen van het brein? Dit tijdspad is discutabel en in het fossielenarsenaal zitten te veel hiaten om uitsluitsel te geven. Maar ga zo door, juicht de criticus niettemin, want met dit soort verfijnd genetisch onderzoek zul je de evolutie eerder doorgronden dan met het turen naar wat fossielen.

mailIcon print |