De Eerste Kamer en Tweede Kamer hebben gisteren in een verenigde vergadering in de Ridderzaal op plechtige wijze koningin Juliana herdacht. Dat was een gepast eerbetoon op de juiste plaats, daar waar elk jaar op de derde dinsdag in september tot uitdrukking wordt gebracht dat Nederland een constitutionele monarchie is. Bij deze herdenking had het, wat het parlement aangaat, moeten blijven. Het rouwreces dat de voorzitters van beide Kamers hebben afgekondigd tot aan de bijzetting van koningin Juliana komende dinsdag in de Nieuwe Kerk in Delft is te veel van het goede. Te midden van staatsinstellingen die gewoon doorwerken, maakt het zelfs een geforceerde indruk.
Er was iets voor te zeggen geweest in het kader van een nationale rouwperiode of een ver terugreikende traditie, maar daarvan is geen sprake. Daardoor is er ook vrijwel prompt discussie over het besluit ontstaan, met als gevolg dat het beoogde respectvol zwijgen verkeert in alledaags gekibbel. Tweede-Kamervoorzitter Weisglas had alvorens het besluit te nemen, uitvoeriger moeten nagaan of het door iedereen zou worden gedragen en begrepen. Niet alleen is er nu discussie over de lange duur van de stilteperiode, maar ook over de uitleg van de mate van stilte die in acht moet worden genomen.
Het besluit lijkt aldus onvoldoende doordacht genomen en slecht voorbereid. Daar komt bij dat het in de samenleving lang niet overal wordt begrepen. Zelfs bestaat hier en daar de indruk dat de Kamer, die al achttien weken per jaar met reces is, het er maar weer een weekje van heeft genomen. Dat kan worden toegeschreven aan een altijd sluimerend antiparlementair sentiment, maar dan nog moet de Kamer ervoor waken daaraan niet nodeloos voedsel te geven.
Hoe dan ook geeft het parlement nu het verkeerde signaal af dat het, anders dan de regering en andere staatsinstellingen, best voor meer dan een week afwezig kan zijn. De wereld staat in brand en wij kunnen niet praten, zei het kamerlid Van Bommel, zijn frustratie verwoordend. Ja, hij heeft gelijk, het laatste wat een parlement mag doen, is zichzelf het zwijgen opleggen. Doet de Kamer dat bij wijze van hoge uitzondering toch, dan moet dat goed gemotiveerd en doordacht zijn, zodat de stilteperiode ook echt betekenis krijgt. Dat is nu niet zo.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.