Ze hadden uitzicht op een flitsende carrière. Maar ze maakten een andere keuze en doen nu idealistisch werk. De komende weken vertellen twintigers en dertigers over die beslissing. Aflevering 3: Carli ter Haar, een echte volhouder.
In Amsterdam Zuidoost - beter bekend als de Bijlmer - gaan veel dingen niet zoals gepland of beloofd. Maar Carli ter Haar (36) is er niet meer door uit het veld te slaan. ,,Ik ben eraan gewend geraakt. Het is de realiteit hier. Ik heb me aangepast, ben zogezegd geïntegreerd. Als je geen incasseringsvermogen hebt, moet je hier niet gaan werken.'' In 1995 ontstond het idee. De K-buurt in de Bijlmermeer was in die tijd de meest criminele buurt van Nederland. Voor probleemjongeren en kinderen was er weinig te doen. Geld voor een sportclub hadden hun ouders meestal niet. Ter Haar tekende een atletiekbaan, wat tennisbanen en een half pipe (voor skaters) op een A4-tje. Hij gooide dat in de ideeĆ«nbus van het stadsdeel, zonder het idee dat er ooit iets mee gedaan zou worden.
Nu is zijn tekening voor een deel realiteit. Onder metrostation Kraaiennest ligt een hypermoderne atletiekbaan, drie tennisvelden plus vier miniveldjes en een krachthonk. De enige openbare sportaccommodatie van Nederland. Gefinancierd uit het ontwikkelingsfonds van de Europese Unie.
Het ontbreekt echter aan voldoende begeleiders. De beloofde Melketiers kwamen niet. Geld voor beheer laat ook op zich wachten. Ter Haar probeert er met zijn Tunesische collega Habib Rejaibi het beste van te maken.
Hij begeleidt hangjongeren en kinderen van wie de ouders geen geld hebben om een sportclub te betalen. Van vijf tot achttien jaar oud. Professioneel en serieus. Ongeveer honderd per week. Voetbalpartijtjes, basketbal, voetvolley en heel veel tennis. Elke week verzint hij wel iets nieuws: nu is hij alweer bezig met een permanent panna en master of the game veldje (voor straatvoetbal).
Hij doet het werk naast zijn baan als jongerenwerker, of tijdens. Veel extra uren in zijn vrije tijd. Schrijft fondsen aan, probeert vrijwilligers te werven. Of hij loopt nog even een commissievergadering af van het stadsdeel, om zijn wensen en grieven te uiten. Na weer een belofte die niet is nagekomen. ,,De volhouder wint. Zolang het de jongeren maar iets te bieden heeft, wanneer ze niet op school of thuis zijn. Ze uit hun isolement halen. Een beetje structuur in een vaak chaotisch leven aanbrengen, dat is al mooi.''
Hij is bescheiden. Hij zal niet opscheppen over zijn bijdrage aan de buurt. Zijn diepere motieven achter dit werk, ach, dat weet hij eigenlijk ook niet precies. Toen hij nog in het leger zat, wilde hij vooral lol maken. En verwachtte niet dat hij ooit buurtwerker in een probleemwijk zou worden. ,,Maar ik heb altijd wel iets gehad met spelletjes organiseren. Mijn vader deed dat ook vaak toen ik klein was. Dan was er opeens een soort Olympische Spelen voor de familie, met alles erop en eraan. Mijn oudste broer Danny zette ooit een Tour de France spel op dat zelfs nationale bekendheid kreeg.''
Zijn ouders zijn trots op wat er nu staat in de Bijlmer. Maar zijn broer overleed in 1999, aan een hersenbloeding. ,,Jammer dat Danny niet meer heeft kunnen zien hoe het geworden is. Hij was heel enthousiast.''
De huisvesting van de 'Stichting sportbeheer K-buurt', zoals ze zichzelf hebben genoemd is een appartement in de flat Kruitberg. Het flatje is tot aan de nok volgestouwd met sportattributen. Met hoepels, tennisnetten, doeltjes, horden, gewichten, hoogspringpalen, kegels en stokken. De inhoud van een hele sporthal in een klein appartement. Dat kregen ze dan nog toegewezen. Het is behelpen, het sportterrein is nauwelijks te zien vanuit het appartement.
Het stadsdeel zou zorgen voor een permanente beheerder en twee Melkertbanen. Maar het geld was op. ,,De buurt moet zelf vrijwilligers leveren volgens de wethouder. Weet de beste man wel wat voor mensen hier wonen. Wie moet wie begeleiden? De junk van tien hoog, de werkloze of iemand die de taal niet spreekt? Die mensen hebben zelf hulp nodig. Laatst werd het hoogspringsegment in de fik gestoken. Een teken aan de wand.''
Deze situatie weerhield hem er niet van afgelopen najaar het eerste openbare tennistoernooi van de Bijlmer te organiseren. Met 120 deelnemers van veertig nationaliteiten. Een officiƫle Bijlmer Ranking is in de maak. ,,Er speelt veel in deze probleembuurt. Het is een stuk veiliger geworden, maar veel mensen zitten in de schuldsanering. Nog steeds weinig perspectief voor jongeren. Bij ons komen soms kinderen die gewoon niet genoeg te eten hebben. Ouders zouden pubers dwingen achter het Centraal Station geld te verdienen. Dat soort dingen. Je helpt de problemen in je eentje de wereld niet uit. Maar we kunnen wel proberen wat perspectief te bieden. Ik neem wel eens een groepje mee naar een golfbaan. Dan haal je ze even weg uit hun buurt. Structuur bieden en verandering van omgeving, dat is belangrijk voor kinderen. Ze moeten hun gedrag op zo'n plek wel aanpassen. Daar gelden andere regels. Als ze geen topper in hun sport worden, hebben ze in elk geval discipline geleerd waar ze later in de maatschappij misschien iets aan hebben.''
Toen hij net in deze buurt was komen wonen, pakte hij het tennissen weer op. Gevluchte Kroaten, nog tieners, kwamen met hem spelen. Hij bood aan ze les te geven. Er zaten enorme talenten bij. Toen ze te goed voor hem werden, bracht hij ze naar een club. Zeven jaar later hebben drie van hen de top honderd van Nederland gehaald. Eentje is zelfs tennisleraar geworden. Het idee om kansarme kinderen op te leiden in een sport was geboren.
Oud-sprintkampioen Sammy Monsels traint getalenteerde kinderen op de atletiekbaan bij Kraaiennest. ,,Ik ben apetrots op Sammy. Hij levert intussen al een tiental toptalenten voor de nationale jeugdselecties. Zo zou het moeten, maar we hebben te weinig mensen. We hebben professionals nodig. Geen mensen die een keertje willen helpen, die hebben we genoeg.''
,,De jongeren zijn heel beleefd. En de verhalen dat ze altijd te laat zijn, heb ik teveel gehoord. Als er een voetbalpartij is, zijn ze allemaal op tijd, hoor. Ze hebben toch zoiets van: ik hoor ergens bij, het is een leuk groepje.''
Hij is ook wel trots op alles wat er nu staat, dat wil hij best toegeven, als je doorvraagt. ,,Laatst gebruikte ik voor het eerst het woordje mijn over het sportcomplex. Tegen een vriend. Ik schrok ervan, maar zo voelt het toch. Het is leuk om tussen de mensen te zijn. Je moet mij niet op een kantoor zetten. Als ik voor het geld zou gaan, kan ik zo fulltime tennisleraar worden.''
,,Het is een droom: iets bijdragen. Ik heb uiteindelijk het gevoel dat zij van mij wat leren. Ik wil die jongeren uit hun isolement halen, ze sociale vaardigheden leren in een andere omgeving. Zorgen dat ze niet vervallen in oud gedrag, bijvoorbeeld rotzooi trappen of blowen. We houden ook prestaties van ze bij. Dan zien ze: Ik word beter. Dat is zo belangrijk.''
,,Het zou te gek zijn als het tennistoernooi uitgroeit tot iets blijvends met een landelijke uitstraling. Het Bijlmer Open Tennistoernooi. Dat is een droom van me. Dat het talenten kan ontwikkelen, die toppers worden. En die dan later rolmodellen voor de the Key-zone -dat is slang voor de K-buurt, vertaald het 'sleutelgebied', red.- worden. Of een deel van hun prijzengeld in ons complex steken. Maar ja, ik ben maar in m'n uppie. Als we het echt op kunnen bouwen, blijf ik hier tot mijn pensioen. Dan hoef ik nooit meer weg.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.